• Vrienden: 1482
  • Bezoekers: 36522
Profielpagina van stampmedia

StampMedia

Nieuws door jongeren voor iedereen


RSS feed

Blog / Tags / stampmedia

Toon alle blogberichten

Blogberichten met de tag 'stampmedia':


  • MAS wil harten van jongeren veroveren

    Het nagelnieuwe MAS gebouw wordt op 15 december opgeleverd. Voor de officiële opening is het nog wachten tot 14 mei 2011. Met het MAS kan de stad voor het eerst sinds héél lang een museum opbouwen ‘from scratch.’ Ondertussen wordt er hard gewerkt aan de binnenkant. Het museum kiest er resoluut voor om een plaats te veroveren in de leefwereld van jongeren.


    Omdat jongeren niet onder één noemer te vangen zijn, liet het MAS de voorbije zomer een kwalitatieve bevraging uitvoeren bij vierentwintig Antwerpse jongeren tussen 18 en 25 jaar. Bedoeling: een structurele jongerenwerking realiseren. Lotte De Bruyne van LADDA, een expertisecentrum van jeugdcultuur: “we zochten de jongeren op basis van buurt, leeftijd, achtergrond, opleiding, werksituatie en geslacht maar ook op basis van smaakvoorkeur.” Doel was ontdekken wat jongeren van het MAS verwachten. “Het museum moet een eigen stijl en identiteit hebben. De look and feel van de communicatiemiddelen moeten jongeren aanspreken. Organiseer onverwachte en opvallende acties. Maak een profiel aan op de sociale netwerksites en onderhoud het. Zorg dat iedereen zich er thuis en op zijn gemak voelt. Ga ecologisch tewerk en kies voor bio- en fairtrade producten. Ga voor sfeer maar zorg dat alles klopt, zet niet eender welke muziek op. Kom ook van het eiland af en ga in de wijken.” Dat zijn enkele van de 70 resultaten uit de bevraging.

    Waauw effect

    Musea en jongeren: het is geen evidente combinatie. Volgens schepen van cultuur Heylen begint het al bij de plek zelf van het museum, die is vaak niet aantrekkelijk voor jongeren. “We willen met het MAS een ongelooflijk toffe plek creëren waar iedereen maar ook jongeren graag komen, als is het maar om op het dakterras van de zonsondergang te genieten.” Maar natuurlijk is inrichting en infrastructuur niet voldoende. “Er moet ook een mentaliteitswijziging komen. Iedereen van het personeel moet ervan doordrongen zijn dat jongeren ook thuis zijn in het MAS.” En hoe gaan ze dat aan boord leggen? “Via het brengen van sterke en boeiende verhalen. Elke étage in het museum moet een eigen waauw effect geven. Als we daar niet in slagen, dan hebben we gefaald.”

    Leen Verbist, schepen van jeugdbeleid, wil met het MAS de hoofdvogel afschieten. “Zoals in Parijs ouders hun kinderen meenemen naar het Centre Pompidou omdat het zo’n toffe locatie is, zo moeten we zorgen dat ouders in Antwerpen hun kinderen meenemen naar het MAS. Het MAS moet een plek zijn waar ook jongeren willen zijn, waardoor ze uiteindelijk hun ouders mee naar het museum sleuren. Jongeren blijven trouwens komen als ze geen jongeren meer zijn. Jong geleerd is oud gedaan dus.

    Jongeren-curatoren

    Ruth Cluysen, projectcoördinator van MAS │Musea in Jonge Handen, is achter de schermen heel hard naar 14 mei 2011 aan het toewerken. Ze wil nog niet te veel publiek gaan rond al hun plannen, zo lang op voorhand. Maar na enig aandringen licht ze toch een tip van de sluier. “We gaan starten met een project rond jongeren-curatoren. Jongeren zullen bij ons een opleiding kunnen volgen om curator te worden.” Klinkt goed, maar wat wil dat zeggen? “Jongeren kunnen dan meedraaien in de werking, mee een tentoonstelling opbouwen, mee publieksbegeleidende maatregelen bedenken en uitwerken. We willen hen aanspreken op hun verschillende talenten: sommige zijn goed in vormgeven, anderen kunnen goed tekenen en nog anderen zijn goed in communicatie.” Jongeren die geïnteresseerd zijn om mee te doen, die kunnen contact opnemen met Ruth Cluysen, haar contactgegevens zijn te vinden op de website van Musea in Jonge Handen.

    Meer info: http://www.mas.be/mas_injongehanden.html

    © 2009 – StampMedia – Koen Stuyck

  • Facebook-vriendjes met je ouders… Controle of niet?

    Hoe reageren jongeren wanneer hun ouders zich aanmelden om ‘vrienden’ te worden op een sociale netwerksite? Ervaren ze deze uitnodiging als controle? Of versterkt het de band tussen jongeren en hun ouders? StampMedia vroeg het aan enkele fervente Facebookgebruikers.


    © 2009 - StampMedia - Vincent Van Nauw en Tim Dalle

  • Jongeren willen weten vanwaar hun leeftijdsgenoten komen

    Naar aanleiding van het schrappen van een les rond Marokko in de Gemeentelijke Basisschool in de Dasstraat in Wommelgem, schreef Koen Stuyck - hoofdredacteur van StampMedia - een opiniestuk.

    Een schooltje in Wommelgem moest een les schrappen over Marokko. Dat meldde De Standaard. Vreemd. Was de leraar ziek? Heeft de Mexicaanse griep toegeslagen in de bewuste klas? Neen. Het was van ‘moetens.’ Een overijverig gemeenteraadslid en tevens oma van één van de kinderen dacht te moeten ingrijpen. De bewuste les was de laatste in een rij waarin de leerlingen de geschiedenis, godsdienst en culturele verschillen met België bestudeerden. Om het project te besluiten gingen ze samen couscous maken en muntthee. Een luchtig einde van een relevant en lovenswaardig educatief project, denk je dan. Alleen dacht mevrouw Schoonvliet, zetelend in de Wommelgemse gemeenteraad voor het Vlaams Belang, daar anders over. In haar brief aan de schepen van onderwijs verwees ze naar een school in Wijnegem waar “ze leerden over de provincies van ons land en hun hoofdsteden, over onze buurlanden, en over de bevolkingsgroepen in België.” Het raadslid vond dat de leerlingen zich maar daar bij moesten houden.

    Zoveel provincialisme en achterhaald chauvinisme, je acht het niet voor mogelijk. Weet mevrouw Schoonvliet dan niet dat de wereld veranderd is sinds zij op de schoolbanken zat? Sinds ruwweg de jaren ’90 van de vorige eeuw groeit een generatie op van kinderen en jongeren voor wie kleur en afkomst eigenlijk irrelevant is. Neen, niet eigenlijk. Irrelevant, punt. Daarmee bedoel ik dat onze kinderen en jongeren niet met dezelfde ogen kijken naar hun collega’s van andere origines als volwassenen. Hun blik is puur natuur. Zij zien individuen met hun eigenheden net zoals zij zelf, ingebed in de veelvuldige relaties die ze hebben met andere leeftijdsgenoten. Zij zien jongeren met potentieel. Wij, daarentegen, zien geen individuen maar wandelende vaten vol probleemsituaties. En we kunnen de aanvechting niet onderdrukken om onze jongeren te waarschuwen… Met andere woorden, het zijn volwassenen die jongeren vooroordelen in hun hoofd steken. Wij, met mevrouw Schoonvliet voorop, vergiftigen hen steeds opnieuw met achterhaalde ideeën zoals ‘hoe bewaren we de homogeniteit van onze samenleving,’ of ‘hoe zorgen we ervoor dat iedereen hier zich volgens onze normen gedraagt,’ of ‘hoe blijven we onze visie op de geschiedenis doordrukken.’ Het is in essentie een negatieve houding. Sterker nog: het zijn de uithalen van een verleden dat probeert het heden in het gareel te houden. Een verleden waarin het conflictmodel dat sinds mensenheugenis de dienst uitmaakt onze relaties met anderen beheerst.

    Jongeren van vandaag zijn op zoek naar authenticiteit in anderen. Ze zien dat hun leeftijdsgenoten jonge mensen zijn van vlees en bloed, met hun eigen passies en pertinente vragen en hoop voor de toekomst, net als zijzelf. Ze willen een netwerk opbouwen van anderen op wie ze kunnen bouwen en dat doen ze ook. Ze hebben meer contact met elkaar dan ooit tevoren in de geschiedenis van de mensheid. Ze ontwikkelen een sociale intelligentie die wij nooit gehad hebben. Daarom hebben ze lak aan geïnstitutionaliseerde en voorgekauwde kennis. Ze willen kennis waar ze iets mee zijn. Kennis waarmee de authenticiteit van anderen kunnen plaatsen. “Samir’s ouders zijn van Marokko? Cool! Wat heeft ie zelf nog met dat land? Heeft hij er nog familie. Zitten die ook op Netlog?” Of nog: “Myezie is van Congo. Ze kwam naar hier omdat haar broer hier studeerde en werk vond. Spannend voor haar. Zou ze zin hebben om mee uit te gaan komend weekend?” Jongeren leren hoe de wereld in elkaar zit van elkaar.

    Wist ik iets over Marokkanen toen ik als jonge gast door Borgerhout fietste en dat stadsdeel nog Borgerokko heette? Neen, want op school kreeg ik er niets over te horen, alhoewel de eerste georganiseerde transfer van arbeiders al van half jaren ‘60 dateerde, zo’n vijftien jaar vóór mijn fietstochtjes. Het duurde tot 2007 voor ik echt iets bijleerde over Marokko. Toen trok ik met mijn gezin voor drie maand naar dat land van onze buren. Op eigen initiatief. Om met eigen ogen te zien en te leren. Vandaag is er een school in Wommelgem waar kinderen leren over het land van enkele klasgenoten. Het wordt verdomme tijd!

    © 2009 - StampMedia - Koen Stuyck

  • "Jongeren moeten terug onderzoeksjournalist worden&amp

    Vlaanderen heeft nood aan meer en betere onderzoeksjournalistiek. Dat zegt George Timmerman, hoofdredacteur en ex-De Morgen journalist. Hij lanceerde de eerste onafhankelijke internetkrant, “De Werktitel.” StampMedia sprak met hem voor de reeks ‘Journalist Binnenstebuiten.’


    Commercialisering neemt gestaag toe in de media, en vormt wellicht de grootste bedreiging van het Vlaamse perslandschap. De waakhonden van de maatschappij – de journalisten - boksen op tegen de harde werkdruk op de redacties. Hierdoor hebben ze geen tijd om hun bronnen na te kijken en voldoet hun werk niet meer aan hoge kwaliteitseisen.

    Onafhankelijk medium

    De hoofdtaak van een journalist is dat hij zoekt en de waarheid boven water krijgt. De laatste jaren komt dit aspect steeds meer onder druk te liggen. Vooral door de commercialisering van de media, ligt er een grote druk bij de journalisten. “Vlaanderen heeft nood aan een vrije en onafhankelijke pers. Die kritisch is tegen alle machthebbers en machtcentra’s. Los van commerciële belangen, los van allianties en vriendschappen. Daarom is ‘De Werktitel’ geboren,” zegt Georges Timmerman.

    Onderzoeksjournalistiek

    Volgens Georges Timmerman sterft de mooiste vorm van journalistiek uit. De oude generatie onderzoekjournalisten verdwijnt. Jonge mensen die in het vak stappen kennen modellen als Walter De Bock en Frank De Moor niet meer. Ook klassieke kranten, zoals ’De Morgen‘ durven niet meer onconventioneel te zijn. “Het is tijd dat jongeren terug aanpikken bij de traditie van onderzoeksjournalistiek, die er niet zo lang geleden geweest is. Wij geven jonge gemotiveerde journalisten die talent hebben kansen om het mooiste beroep van de wereld te herontdekken,” besluit Georges Timmerman.

    Internetkrant

    De redactie maakt gebruik van het medium internet omdat Timmerman vindt dat de sites van weekbladen en kranten niet genoeg gebruik maken van hun mogelijkheden. Daarnaast merkt hij op dat de klassieke media enkel een website aanmaken omdat het verplicht is.”Net zoals de papieren media, staan er een hoop commerciële verhalen op de site, die geen enkele maatschappelijke relevantie hebben. Het is niet nodig de lat zo laag te leggen om commercieel succes te hebben.”

    Professionele journalisten

    De ‘Werktitel’ behandelt een palet van onderwerpen en is nu vier weken oud. Online pronkt de internetkrant met 50 nieuwsartikels die gratis overgenomen kunnen worden. De redactie bestaat uit zes professionele journalisten, die niet vergoed worden. “Alle initiatiefnemers geloven in het project. Wij doen dit uit liefde voor het vak,” beaamt de hoofdredacteur. “Het klinkt misschien pretentieus en ambitieus maar wij dachten dat de opstarting van ’De Werktitel‘ de juiste manier was,” zegt Timmerman.

    © 2009 - StampMedia – Nancy Verresen

  • Tony Lover: “desnoods drinken we er ene"

    Een vrijdag avond tegenover Theo, een man uit Merksem wiens achternaam en leeftijd (wel terug te vinden op de website) een gigantisch geheim zijn. Zijn artiestennaam is daarentegen geen geheim. In het zaaltje onder ons wordt luidkeels ‘Tony’ geroepen. Het gaat over niemand minder dan Tony Lover.


    (foto: Oliver Nimet)

    Hoe ben je op die artiesten naam gekomen?
    “Ja, dat is een artiestennaam die wel veel zegt over mij. Ik ben gewoon zo. Als je de documentaire zag op Man bijt hond kun je heel goed zien dat mijn living volstaat met hartjes, op kaarsen, de klok enz.”

    Emoties

    Beschouw je jezelf een emotioneel iemand?
    Tony kijkt schuldig en knikt toestemmend. “Ik zal u zeggen, ze hebben hier voor mij een promotie filmpje gemaakt. Het staat op YouTube, heel mooi. Toen ik dat zag ben ik toch even gaan zitten. “Maar wat is er nu toch?” vroeg mijn vrouw. “Ja ge kent mij toch,” dat de jeugd zoiets doet. Alé man, de jeugd! Ik heb wel veel optredens waar het uit den bol gaat, jong en oud, maar de jeugd…” hij pauzeert en denk na.

    Respect

    Sorry Tony, ik ga het toch vragen. Waarom denk jij dat jongeren er zo enthousiast over zijn?
    “Ik denk ten eerste dat het toch vooral door de liedjes is. Ze hebben daarnet nog gevraagd ‘Tony, zeker ‘Ganz im weiss’ zingen’ (Roy Black 1968). Toch een rare keus. Het gaat over de liefde, ik schrijf daar zelf ook teksten over. Op mijn laatste cd staan een zestal nummers op die allemaal voor mijn vrouw geschreven zijn. Deze heb ik geschreven met een dubbele bedoeling. Zodat iedereen er kan van genieten, maar ook dat wij ze op onze oude dag ook nog een keer kunnen opzetten. Dus liefde zeker en vast, maar ook het leven. Want als ik liederen schrijf naar een jonger publiek toe eindig ik vaak met de woorden ‘liefde en respect voor iedereen’. Respect van oudere naar jongeren en omgekeerd.”
    “Ze hebben mij gezegd dat ik er niet meer over mag nadenken, hoe het komt dat ze zo van mijn optredens genieten.”

    Publiek

    Wat voor publiek heb je dan het liefst?
    “Dat is een moeilijke vraag. Het verbaast me toch sterk. Vroeger trad ik op in verschillende cafés, maar nu maak ik meer keuzes, dus het is niet dat ik elke dag optreed. Maar leeftijd maakt niet uit. Hier bijvoorbeeld (zaal Bouckenborg in Merksem) treed ik zeer graag op. Dus ja, ik heb een boontje voor jongeren. Maar mijn vorig optreden was dan weer voor mensen tussen de 25 en 30 jaar, dus dat is toch heel divers. Trouwens, jullie blijven toch kijken?”
    Natuurlijk.
    “Ah, flinke jongens.” Hij glundert.

    In de put

    Hoelang ben je eigenlijk al bezig met optreden?
    “Dat is ook een heel verhaal. Ik heb een jaar of zes gezongen, vijf managers gehad. Daar ben ik zo van in de put geraakt, maar die verhalen wil ik allemaal niet meer vertellen. Bijna tien jaar geleden leerde ik mijn vrouw Linda kennen. Ik was acht jaar gestopt en dan heeft ons Linda er voor gezorgd dat ik terug ben begonnen.”

    Held

    Wie zijn jou grote helden?
    ”Garri Hagger dan toch wel. Zijn ‘Het allermooiste.’ Ik weet dat er veel bedrog is in de zangwereld, maar van Garri Hagger weet ik, die zingt altijd live. En daar had ik van in het begin wel respect voor.”
    Hoe kunnen mensen jouw cd te pakken krijgen?
    “Alleen op optredens of ze kunnen mij altijd mailen. Ze moeten ook niet per se langskomen. Als mensen de cd echt willen, spreken we desnoods af en drinken we er ene.”

    http://tony-lover.webs.com

    © 2009 - StampMedia – Bert Roymans

  • [Opinie] Schone schijn bij Netlog

    De sociale netwerksite Netlog gaat vernieuwen. Ze willen zich, nog meer dan voorheen, richten op jongeren. De verjongingskuur uit zich via nieuwe applicaties en een nieuwe lay-out, die momenteel al bestaat in een gesloten betaversie. Om het heugelijke nieuws te vieren hielden ze een dure persconferentie. De jongeren zelf mochten echter niet mee vieren.


    Ze hadden aan alles gedacht: champagne, een taxidienst en een wandelend buffet. Iedereen was aanwezig. De ontwikkelaars, de medewerkers, de partners en de pers. Alleen de jongeren waren ze vergeten. Opmerkelijk voor een bedrijf dat zich op jongeren richt. Zij moeten immers met de netwerksite werken. Mogen zij de vernieuwing niet meevieren?
    Er werd uitgelegd op welke manier de bedrijven de site moeten gebruiken om de jongeren te bereiken. Hoe je daarin te werk gaat, werd uitgelegd door ervaringsspecialisten. Deze specialisten waren ouder dan vierentwintig, en dus ouder dan de doelgroep. De term ‘ervaringsspecialist’ wordt plots heel rekbaar.

    Wandelend zakgeld?

    Is het niet handig om jongeren bij zo’n evenement te betrekken? Jongeren zijn meer dan wandelend zakgeld. Zij zijn de echte ervaringspecialisten van sociale netwerken. Zij weten hoe je ze bereikt. Bedrijven die zich tot jongeren richten, kunnen zich de vraag stellen welke functie de jongeren vervullen. Zijn ze enkel een imago, of kunnen ze meer zijn dan dat? Kunnen ze actief betrokken worden bij het ontwikkelen en uitbouwen van hun product?
    Lorenz Bogaert en Toon Coppens, de oprichters van Netlog, staan open voor de idee. Ze brengen het naar eigen zeggen al in de praktijk. Coppens: “Wij doen alles voor de jongeren. Als we ons product willen verbeteren, leggen we ons oor bij hen te luister. Als ze goede ideeën hebben, die passen in onze strategie, werken we ze uit.”

    Breezer

    Zou het niet logisch zijn om de jongeren, bij wie ze te rade gaan, ook uit te nodigen op persconferenties en partnerdagen? De innovatieve veranderingen zijn mee door hen tot stand gekomen. Bogaert is verrassend hard voor dat uitgangspunt: “We kunnen toch niet allemaal met een breezer in onze handen rondlopen?” Dat spreekt boekdelen. Hoe serieus zou meneer Bogaert de ideeën van zijn doelpubliek nemen? Werkt hij voor de jongeren, of voor hun geld? Coppens stond meer open voor de suggestie: “We zullen er over nadenken bij het organiseren van de volgende partnerdag.”

    Casino

    De vraag blijft in welke mate bedrijven op een verantwoordelijke manier met hun doelpubliek omspringen. Vooral wanneer het gaat om jongeren. Een van de aanwezigen op de persconferentie was een vertegenwoordiger van een bedrijf dat casino’s inricht. Omdat de bezoekers van de casino’s steeds ouder worden, zocht zijn bedrijf een manier om jongeren te lokken. Met andere woorden, jongeren in de val lokken om ongebreideld geld uit te geven. De vertegenwoordiger hoopte daarvoor Netlog te gebruiken. Hier is duidelijk niet veel research aan te pas gekomen. De sociale netwerksite heeft een groot percentage minderjarige profielen. Gokken is pas legaal op eenentwintig jaar. Dat zegt genoeg.

    © 2009 - StampMedia - Vincent Van Nauw

  • Anne Provoost: "het Arabisch is enorm zinnelijk.&quot

    “Kent u de Marokkaanse literatuur? En hoe bekend is de Vlaamse literatuur bij de Marokkanen?” Met deze vragen vertrokken Rachida Lamrabet, Tom Lanoye, Joseph Pearce en Anne Provoost naar Casablanca en Rabat, waar ze hun Marokkaanse collega’s Latifa Baqa, Mohamed Berrada, Mohamed Nedali en Abdallah Zrika ontmoetten. StampMedia ondervroeg Anne Provoost over haar ervaringen.


    Anne Provoost - (foto: Aicha Belorf)

    Het resultaat van deze ontmoeting was afgelopen vrijdag 13 november voor het eerst te zien in het Antwerpse Zuiderpershuis. De acht auteurs lazen er voor uit eigen werk en uit de brieven die ze naar elkaar geschreven hadden naar aanleiding van de uitwisseling, telkens in de oorspronkelijke taal. Dit gaf een boeiende mix van Frans, Arabisch en Nederlands, voor iedereen verstaanbaar dankzij de ondertiteling die op de muur geprojecteerd werd. Het werd een literaire en ook erg muzikale avond, dankzij de mengelmoes van talen en de muzikale intermezzo's van de al even multiculturele band.

    Anne Provoost

    Anne Provoost woont al jaren in Borgerhout. , Dit was voor haar één van de belangrijkste drijfveren om mee te doen aan het project: de zijdelingse kennis -die je nu eenmaal opdoet als je buren en vrienden Marokkaans zijn- verdiepen en literair relevant maken. "Het was ook echt wel een verschil.Wij associëren Arabisch direct met straattaal, maar er bestaat ook een literaire kant. Ik werd in Marokko echt teruggegooid in de tijd, naar de verhalen van 1001 nacht, naar het sensuele en muzikale van de taal en de cultuur. Het Arabisch is een enorm zinnelijke taal, en vaak heel poëtisch."

    Geen cultuurclash

    En hoe zat dat met de verschillen in cultuur? "Dat hangt er vanaf waar je gaat zoeken. Als je rondloopt in Casablanca zie je echte armoede. Casablanca is een fuik; alles komt er samen. Marokkanen, Afrikanen die een weg zoeken naar Europa, enz. Maar met Marokkaanse schrijvers onderling is dat en heel ander verhaal. We deelden dezelfde passie, dezelfde interesse, en dan worden die verschillen ineens ongelooflijk klein."

    Wat haar ook opviel, was hoe weinig ze eigenlijk kende van de Marokkaanse literatuur. "Het is een weinig ontsloten gebied. Er is niet veel Arabische literatuur vertaald in het Nederlands. Gelukkig spreken veel mensen goed Frans in Marokko – Dat is een groot voordeel. Het is heel moeilijk om het over literatuur te hebben als je elkaars taal helemaal niet spreekt."

    "Marokko heeft ook een enorme literaire evolutie doorgemaakt in de laatste decennia. Enerzijds associëren we de Arabische literatuur met Ali Baba, met de verhalen van 1001 nacht, met sprookjesachige, heel oude verhalen. Anderzijds heb je ook moderne schrijvers zoals Berrada, die schrijven over de veranderingen in de cultuur, over vrouwenemancipatie, ... Marokko heeft dezelfde literatuuremancipatie doorgemaakt als de rest van de wereld, o.a. onder invloed van film, van het internet, ... Het is een heel eigenwijze vorm van literatuur geworden, en het evolueert nog steeds."

    © 2009 – StampMedia – Noémie Six

  • Abdallah Zrika: "Marokkaanse jongeren hier moeten fier

    In oktober waren Rachida Lamrabet, Tom Lanoye, Joseph Pearce en Anne Provoost te gast in Casablanca en Rabat. Ze ontmoetten er collega-schrijvers Latifa Baqa, Mohamed Berrada, Mohamed Nedali en Abdallah Zrika. StampMedia sprak met Zrika, een modern icoon voor vele Marokkaanse jongeren.


    Op 13 november kwamen ze de acht auteurs bijeen in het Zuiderpershuis om hun gesprekken verder te zetten. Ze lazen voor uit hun werk of lazen de brieven die ze naar elkaar hadden geschreven. Een literaire avond in het Nederlands, Arabisch en Frans waarbij iedereen moeiteloos kon volgen dankzij de ondertitelingen. Ze stonden stil bij de veranderingen van de laatste jaren in beide landen. Ze bogen zich ook over de verbindingen die onder meer door migratie zijn gegroeid, over taal, meertaligheid en identiteit.

    Donkere verzen

    Abdallah Zrika woont en werkt in Casablanca. Hij groeide op in Ben M’Sik, een arme buitenwijk van de stad. Hij was 12 toen hij zijn eerste verzen schreef. Hij studeerde sociologie en brak als twintiger meteen door als dichter. Zijn sombere en duizelingwekkend beeldrijke verzen verwoorden de blik van het individu op de slechte wereld die hem omringt. Abdallah: “Ik schrijf ook romans, maar vind poëzie nog steeds het belangrijkste. Mijn gedichten lijken voor sommigen donker, maar ik ben geen zwartkijker. Ik schrijf met vreugde. Zelfs in obscuriteit zitten kleuren. De dood bijvoorbeeld is een deel van het leven en het maakt niet uit op welke manier het toeslaat.”

    Gevangenis

    Hij belandde 2 jaar achter de tralies, omdat zes van zijn gedichten zogezegd “schadelijk voor de heilige waarden” waren. Zrika: “Ik vind het belangrijk om me vrij te voelen om te kunnen schrijven wat ik wil. Toch kan ik niet zonder en zal dus altijd blijven schrijven ongeacht de situatie waarin ik zit.”

    Culturele inspiratie

    Zrika gelooft niet in inspiratie. “Voor mij is schrijven werken hard werken. In Marokko is er ook weinig ondersteuning en structuur voor het cultureel leven. . In België heerst heel wat dynamiek en het is historisch en cultureel rijk.”

    Jongeren

    Volgens Wikipedia vertegenwoordigt Abdallah Zrika het ideaal van poëzie, vrijheid en zelfexpressie voor de Marokkaanse jeugd. Abdallah: “In België zijn er heel wat mogelijkheden. De Marokkaanse jongeren hier moeten fier zijn op zichzelf en op hun buitengewone geschiedenis. Ze moeten de mogelijkheden benutten en inzien dat hun meertaligheid een enorme rijkdom is. We moeten niet over een imaginaire identiteit nadenken. We zijn wie we zijn.”

    © 2009 – StampMedia – Aicha Belorf

  • Antwerpen Noord beweegt

    KIDS Noord, Chiro Dolfijn en MSC Ahlan organiseerden op 15 november een opendeurdag om hun werkingen voor te stellen. Hun gemeenschappelijke biotoop is Antwerpen Noord. Hun gedeelde missie: kinderen en jongeren van ‘de Seefhoek’ een zinvol en leuk vrijetijdsaanbod bieden.


    Kansen in de stad

    Chiro Dolfijn is een jeugdbeweging die op zondag activiteiten biedt voor kinderen en jongeren van ’de Seefhoek’ tussen 6 en 17 jaar. KIDS staat voor Kansen In De Stad en wil vooral kinderen en jongeren bereiken die het moeilijk hebben om zich aan te sluiten bij wat er te beleven is in de stad. Heel wat kinderen stromen door vanuit KIDS naar de Chiro en andersom. Beide organisaties zitten in aanpalende gebouwen. Yakup (vrijwilliger KIDS Noord): “Ik kwam hier al van toen ik klein was en beleefde er een leuke tijd. Nu ben ik zelf vrijwilliger en help ik mee bij het begeleiden van de kinderen.”

    Jan Verstraete (algemeen coördinator KIDS Noord): “We organiseren elke dag activiteiten voor onze leden, behalve op zondag. Met de opendeurdag willen we de buurt laten zien wat er hierbinnen allemaal gebeurt. De kinderen vermengen zich met de kinderen van Chiro Dolfijn en MSC Ahlan en zo leren ze elkaar ook kennen.”

    MSC Ahlan

    MSC Ahlan is een organisatie die door een dertigtal enthousiaste vrijwilligers wordt gedragen. Hun missie is om vanuit hun gemeenschap op verschillende beleidsdomeinen actief te zijn om het welzijn van kinderen, tieners, jongeren en volwassenen te verbeteren. Samen organiseren ze allerlei activiteiten rond jeugd, sport, onderwijs, emancipatie en participatie.

    Kiliç (16): “Als vrijwilliger kom ik in contact met heel wat mensen. We hebben een toffe vrijwilligersgroep. Ik werk ook graag met kinderen en vind het belangrijk dat ze niet op het verkeerde pad komen.”

    Dynamische buurt

    Jan Verstraete: “Ik ben bij KIDS Noord begonnen omdat ik dit belangrijk werk vind. Antwerpen Noord heeft me altijd al aangesproken door al de bewegingen in de wijk. Ook door de grote diversiteit onder de mensen. Er gebeurt hier heel veel, kijk maar de vele activiteiten in het nieuwe park Spoor Noord.

    © 2009 – StampMedia – Aicha Belorf

  • Loslopend Wild in het Vlaamse Striplandschap

    Op 10 november organiseerde distributeur Pinceel op de Boekenbeurs verschillende infosessies rond de nieuwe Vlaamse strip. Een jonge garde stripauteurs zat er rond de tafel voor een vraaggesprek onder leiding van stripspecialist Geert De Weyer. In dit debat werd de stijlbreuk met het verleden aangekaart.

    “Opportunistische sletjes, mensen lezen graag zo’n shit.” Deze gevleugelde woorden sprak Maarten vande Wiele, stripauteur van I Love Paris, uiteraard met een vette knipoog. Hij kwam met andere jonge tekenaars, waaronder Conz, Philip Paquet en Kristof Spaey, zijn jongste worp promoten. Wat meteen opviel in deze voorstelling was de grote variatie in gepubliceerde strips. De nieuwe lichting jongeren brengt geheel eigen verhalen en laat zich niet beperken door de oudere tradities. Het is een stijl die fel afsteekt tegen de klassieke strips van Suske en Wiske, Jommeke en Kiekeboe. De nieuwe tekenstijl gaat van cartoonesk naar impressionistisch tot hyperrealistisch. Deze grote contrasten vinden we ook terug in de inhoud van de verhalen, die even uiteenlopend als gedurfd zijn. Een mengeling van Sex and the City met Dynasty, een coming of age liefdesverhaal en een snoeiharde actiethriller behoren tot de meest recente uitgaven in Vlaanderen.

    Buitenlandse dromen

    Het opkomend talent heeft veel liefde en bewondering voor het werk van buitenlandse auteurs. Deze invloeden uit hun jeugd dienen dan ook als inspiratiebron voor hun eigen werk. Het loslopend wild wil zichzelf duidelijk niet beperken tot de Vlaamse klei. Velen onder hen zoals Kristof Spaey dromen van uitbreken naar buitenlandse markten. “Als je strips wilt maken om daar voltijds van te leven, dan moet je die keuze maken,” aldus Philip Paquet. De meesten onder hen zijn verplicht om geregeld illustratie opdrachten te aanvaarden. De Vlaamse markt is gewoonweg zo klein, dat deze auteurs niet van hun eigen strips kunnen leven. Via internet ontdekten ze wat allemaal mogelijk is en hoe je een groot publiek kan bereiken. Tegenwoordig kan je echter enkel een grote populariteit verwerven via televisie. Niet alle tekenaars zijn bereid deze toer op te gaan. Voorlopig lijken ze tevreden hun eigen ding te kunnen doen en persoonlijke verhalen te vertellen. Die artistieke zienswijze zou verloren gaan indien ze niet konden rekenen op de steun van de kleine uitgeverijen

    Noodzakelijke subsidies

    De huidige oplages schommelen tussen duizend en drie duizend exemplaren. De jonge tekenaars vinden dan ook geen afzet bij de grote spelers. Het Vlaams Strip Fonds speelt hier een belangrijke rol via de toebedeling van subsidies. Die professionele begeleiding geldt als een goede motor om het product af te werken. Helaas geraken sommigen bij de oudere generaties geïrriteerd over de aandacht die de jonge wolven krijgen. Voor Conz is de meeste kritiek oneerlijk. De criticasters die steeds opnieuw verwijzen naar subsidies zeggen niets over sectoren zoals opera, literauur en cinema. Die krijgen in verhouding met de stripwereld nauwelijks te maken met deze discussie. Volgens Van de Wiele is deze financiele steun misschien te gemakkelijk, maar in het algemeen zijn de auteurs het erover eens dat ze het project ten goede komen. De subsidies kopen niet alleen tijd, middelen en gemoedsrust, maar het helpt om kwalitatief betere strips te krijgen door verzorgde inkleuring, lettering en andere toepassingen.

    Moeilijke publicatie

    In deze discussie mag dan ook niet vergeten worden dat het Vlaamse striplandschap serieus hertekend is. Het verschil met vroeger is groot en de gloriejaren van Willy Vandersteen en Marc Sleen liggen lang achter ons. Deze grondleggers hebben nooit subsidies gezien en dienden met hun reeks te scoren of hun verhaal werd afgevoerd. In die tijd konden strips nog gemakkelijk hun weg naar het publiek vinden via de dagelijkse krantenpublicaties. Tegenwooordig vindt men daar enkel nog de import van een reeks buitenlandse gagstrips terwijl de Vlaamse tekenaars in de kou blijven staan. Daar komt nog eens bij dat het aartsmoeilijk blijkt om een grote reeks als mainstream strip van de grond te krijgen zelfs met de steun van de grote uitgevers. Hier staat wel tegenover dat de klassieke Vlaamse strip helemaal niet verkoopt in het buitenland. Zelfs onze noorderburen uit Nederland moeten niets weten van Jommeke.

    Niet marginaal

    De infoavond op de boekenbeurs werd afgesloten met de vertoning van de documentaire ‘De Strip Hertekend’. Hierin werd een blik gegund op de leefwijze en werkmethode van enkele toonaangevende, hedendaagse striptekenaars. Zo konden we definitief concluderen dat als er al één gelijkenis tussen de auteurs te vinden valt, dan was het wel dat er nauwelijks gelijkenissen bestaan. De Vlaamse strip is de laatste jaren ongetwijfeld een nieuw fris pad ingeslagen en het gaat de meeste tekenaars voor de wind qua kritisch succes. Ze zijn overtuigd dat de strip er staat als een volwaardig medium en net als illustratie fondsen verdient. “Zeker in een markt waarin de interesse voor jonge tekenaars slinkt,” zegt Conz, ” want er is namelijk geen enkele reden waarom deze strips in de marge zouden moeten belanden, of als raar en alternatief bekeken worden.”

    © 2009 – StampMedia – Yves Torbeyns

1 2 3 4 5 ...