Blog / Tags / Sport
Blogberichten met de tag 'Sport':
-
Dimitry Marquenie: ‘Ik ben een diesel, ik heb de tijd nodi
Een week na het WK in Berlijn vierde de Atletiek weer een hoogdag. In Merksem vond gisteren het International Antwerps Atletiek Gala plaats. Wij volgden de negentienjarige Dimitry Marquenie, opkomend talent op de 400 meter spurt.
Dimitry stapte twee jaar geleden in de atletiekwereld. Dit jaar werd hij al tweede op de Antwerpse provinciale kampioenschappen.
Beluister het interview met Dimitry Marquenie
© 2009 – StampMedia – Rutger Gaumann -
Romelo Lukaku: de ruwe diamant van Anderlecht
Romelo Lukaku is amper 16 jaar oud, maar nu al mag hij dagelijks handtekeningen uitdelen naast het trainingsveld van RSC Anderlecht. De fans dragen deze beloftevolle speler op handen, nadat hij afgelopen weekend tegen Moeskroen zijn eerste doelpunt maakte voor paars-wit in eerste klasse.
Eerder kon hij al rekenen op interesse van internationale clubs, waaronder het prestigieuze Chelsea. Romelo verkoos echter in Anderlecht te blijven om daar zijn studies af te maken en rustig te groeien naar zijn beste niveau. Wij konden hem strikken voor een gesprek
© 2009 – De Overname/StampMedia – Marjolein Lambrechts & Niels Boutsen -
Wereldkampioene 800m te mannelijk?
De Internationale Atletiekfederatie (IAAF) wil dat kersvers wereldkampioene Caster Semenya een geslachtstest ondergaat. De 18-jarige Zuid-Afrikaanse finishte gisteren als eerste op de 800m. IAAF betwijfelt echter of ze voldoet aan de voorwaarden om te mogen deelnemen als vrouw, dat schrijft ‘De Standaard’ vandaag.
Reeds drie weken geleden vroeg IAAF aan de Zuid-Afrikaanse atletiekfederatie om Semenya te laten testen. Volgens Nick Davies, woordvoerder van IAAF, is de complexe procedure al gestart. Semenya moet zich door gynaecologen, psychologen, endocrinologen en andere specialisten laten onderzoeken, zodat zij een medische evaluatie kunnen maken. De uitslag is pas binnen enkele weken bekend.
Intussen is nog niet duidelijk wat er zal gebeuren als Semenya ‘te mannelijk’ wordt bevonden. ‘Mocht er sprake zijn van fraude - mocht ze van geslacht veranderd zijn - dan wordt ze uit de uitslag geschrapt. Maar als het om een natuurlijke afwijking gaat, dan gaat het niet om valsspelen en dan ligt het veel complexer’, beëindigt Davies.
De Zuid-Afrikaanse atlete brak dit jaar door met toptijden op de 800m en de 1.500m. De finale van de 800m gisteren won ze in de beste seizoenstijd, 1:55:45.
© 2009 - De Overname/StampMedia - Marjolein Lambrechts -
Cavendish wint Na-Tour Derny Spektakel
Gisteren heeft Mark Cavendish het Na-Tour Derny Spektakel aan zijn palmares toegevoegd. Op overtuigende wijze liet hij Robbie McEwen, Greg Van Avermaet en Jurgen Van den Broeck achter zich. De sprintbom van de laatste Ronde van Frankrijk lokte ook heel wat kijklustigen.
Al elf jaar vindt het Na-Tour Derny Spektakel plaats in het hart van Antwerpen. Vanaf de eerste editie vertrekt deze koers aan Café Beveren, een bekend Antwerps café. “Wij zijn blij dat we al elf jaar de start mogen verzorgen van dit gezellig wielerspektakel,” zegt Rachel De Pauw, uitbaatster van Café Beveren. “Elk jaar verwachten we op dit evenement een massa toeschouwers. Zeker met dit prachtige weer is zo’n koers natuurlijk een publiekstrekker. Alleen spijtig dat Tom Boonen er dit jaar niet bij is, hij zorgt altijd voor een mensenmassa en dat is natuurlijk ook leuk voor ons café,” vindt Rachel.
Robbie McEwen, de winnaar van 2006, was dit jaar ook weer van de partij. “Hier in Antwerpen heb ik altijd een leuke dag,” zegt McEwen. Voor de start wist hij al dat hij het lastig ging krijgen. “Het is niet gemakkelijk om achter derny’s te rijden op zo’n technisch parcours. Bovendien kom ik net terug uit blessure dus ik zal mijn best moeten doen om in het wiel van Cavendish te blijven.
De publiekstrekker van dit jaar was natuurlijk Mark Cavendish. “Ik wil absoluut winnen vandaag, ik wil altijd winnen,” zegt Cavendish vooraf. “Vandaag zal ik wel niet de snelste man van de wereld zijn. Dat zal mijn gangmaker zijn,” lacht Cavendish. Ook de gangmaker van de Engelse spurter is al zeker van winst. “We rijden zo meteen de rest gewoon op een ronde,” vertelt hij met een brede grijns. “Ik hoop op een sprint tussen mij en McEwen, maar hij komt net terug uit blessure dus zal waarschijnlijk nog niet optimaal kunnen presteren.” Voor Cavendish is rijden achter een derny hetzelfde als op gang worden gebracht door een peloton. “Je volgt gewoon altijd diegene die voor je rijdt”, grapt hij.
Ook zijn liefde voor Antwerpen is groot. “Ik houd echt van deze prachtige stad. Ik heb vanmiddag trouwens al een rondje gedaan door de stad.” Cavendish denkt terug aan de mooie momenten die hij hier beleefde. “De eerste rit die ik ooit won als prof was hier in Antwerpen. Daarom is het natuurlijk extra speciaal om hier vandaag weer aan de start te mogen verschijnen.”
© 2009 - StampMedia - Michaël Vanderleyden -
Kitesurfen in festivalvorm
Op het strand van De Haan kan je op zaterdag 11 juni naar de tweede editie van Kitestival. Een evenement waarop mensen kennis kunnen maken met de wereld van het kitesurfen. Voor de kiters zelf is dit een uitgelezen kans om verschillende kites en boards met elkaar te vergelijken. Anderen kunnen hun surftalenten ontdekken in tal van initiaties zoals flyboarden, buggyen en powerkiten. Zo kan elke kite/wannabee genieten van een dag vol spektakel.
Reinhart Paelinck, de organisator van het tweede Kitestival, is van jongs af aan gefascineerd door alles wat vliegt. Vliegtuigjes kleven, miniluchtballons maken, alles is wel eens de revue gepasseerd. Vorig jaar is Kitestival begonnen als een kleinschalig evenement. ‘Oorspronkelijk was het de bedoeling om enkel mijn zelfgemaakte kites te promoten. Toen bleek dat er erg veel interesse was vanuit de verdelers van kitemerken is het Kitetestival ontstaan’, vertelt Paelinck.
Met een vlieger in de hand
Reinhart zelf is nog maar twee jaar bezig met kitesurfen op het water. De jaren daarvoor was hij steeds te vinden op het strand met een vlieger in de handen. ‘Op mijn twaalfde experimenteerde ik al met zeepkisten en verschillende soorten vliegers. Toen ben ik ook nieuwe tricks beginnen oefenen. Na een enthousiaste babbel met een verkoper van een winkel die vliegers verkoopt was ik helemaal overtuigd door het concept van een kite. Ondertussen ben ik verhuisd naar de kust waar ik echt alles ter land, ter zee en in de lucht kan uittesten. Zodra er een zuchtje wind waait ben ik te vinden op het strand met een vlieger in de hand.
Kiten in de lift
Kitesurfen is een sport die ongelooflijk hard aan het groeien is. ‘Vorig jaar zag je in De Haan op een dag met veel wind slechts een tiental kitesurfers. Dit jaar zijn dat er minstens dertig’, zegt Paelinck. ‘Een goede evolutie voor de sport, maar dit heeft wel gevolgen voor de drukte en de veiligheid op het strand. Beginners die materiaal kopen zonder de gevaren van de sport te kennen, zijn een gevaar voor zichzelf en anderen. Als iedereen zich bewust zou zijn van alle aspecten van het kiten en een beetje hoffelijk zou zijn op en naast het water, dan heeft het kitesurfen in België nog een enorme groeimarge’.
Surfchicks
Momenteel zie je weinig tot geen surfchicks aan een kite hangen. Zeker niet in België. ‘In het zeldzame geval dat je er toch een ziet, is het meestal de vriendin van een kitesurfer die doorheeft dat je helemaal geen jongen hoeft te zijn om te kunnen kitesurfen’, zegt Paelinck. ‘Een beetje sportiviteit mag wel, maar kracht is geen vereiste voor deze sport. Het trekken doet de vlieger wel. Bij deze wil ik zo veel mogelijk meisjes aanmoedigen om eens te proeven van deze fantastische sport’.
Meer info op: www.kitestival.be
© 2009 - StampMedia - Michaël Vanderleyden -
Werk aan de winkel voor Muaythai
Als het over Muaythai gaat, is Patrick Van Acker zo ongeveer hét gezicht van de federatie in België. De 44-jarige voorzitter van zowel VVA, BKBMO en VKBMO is een bezige bij. Naast zijn bestuurlijke taken bij de verschillende federaties combineert hij een voltijdse job als ambtenaar met het geven van clubtrainingen in Turnhout.
Wat is je functie bij de federatie?
Ik ben voorzitter van de Vlaamse afdeling (VKBMO) en de Belgische afdeling (BKBMO). Daarnaast ben ik sinds ook kort voorzitter van de Vlaamse Vechtsportassociatie (VVA). Concreet verzorg ik het secretariaat van de federatie. Per dag houdt dat in dat ik een drietal uurtjes met dit werk bezig ben. Dit doe ik op onbezoldigde basis, omdat onze federatie niet gesubsidieerd is. De taken die ik uitvoer zijn breed. Ik doe alles wat met het sportieve te maken heeft. Verder ben ik ook de vertegenwoordiger van onze federatie bij een aantal instanties, andere federaties en naar de overheid toe. Belangrijk is dus dat ik een stuk PR verzorg. Maar er zijn ook praktische dingen: controle van de matchmaking bij wedstrijden, het bijhouden van de kalender en verslagen maken van de vergaderingen. Zo zijn er nog duizend andere dingen waarmee ik bezig ben.
Doe je zelf aan muaythai?
Ik beoefen Muaythai al een 27-tal jaar. Wat de sport voor mij zo interessant maakt is dat het om meer gaat dan sport alleen. Het is een leefwijze en één van de meest complete vechtsporten die er is. Muaythai bestaat uit meer dan het wedstrijdgedeelte dat we hier in België vooral beoefenen.
Heb je zelf een club? Valt dat moeilijk te combineren met je functie als voorzitter en je werk?
Ik ben lid van Su-Dai Turnhout en verzorg daar de wedstrijdtraining. Dankzij de andere trainers kan ik mij toch genoeg vrij maken en mag ik nu en dan een training missen. Dan springen ze voor mij in. Ik werk als ambtenaar bij de Veiligheidsdienst van het ministerie van Binnenlandse Zaken en kan dankzij mijn werkgever en mijn collega’s de nodige tijd vrijmaken om de functie van trainer te combineren met mijn taken bij de federatie.
Wat doet de federatie voor clubs?
We bieden een aansluiting voor clubs en promotors van alle ringsporten (behalve het klassieke boksen). Het gaat daarbij over Muaythai, alle mogelijke Kickboksvormen en Mixed Martial Arts. We helpen clubs in het organiseren van bepaalde evenementen en we zorgen voor een degelijke verzekering. De opleiding van trainers, coaches en officials (jury en scheidsrechters) is voor ons ook heel belangrijk. We stimuleren onze clubs om opleidingen te volgen en we bieden zelf de nodige opleidingen aan. Zo zijn we bij de Vlaamse Trainersschool (VTS) de erkende opleider voor de opleiding “initiator risicovechtsporten”.
De federatie is ook een spreekbuis naar de overheid. De sport is vooralsnog weinig erkend en op dat vlak is er nog veel werk aan de winkel. Voor clubs is dan ook zeer nuttig om zich aan te sluiten bij de federatie want het is de enige mogelijkheid om die erkenning te bekomen bij de overheid en de media.
Stel , je opent een nieuwe club, welk stappenplan moet je dan best volgen?
Dan moet je zorgen dat je over een Black Khan of zwarte gordel bezit in de stijl waarin je een club wil openen. Je dient ook over een VTS-diploma te beschikken of met een cursus bezig te zijn. Er zijn natuurlijk ook verplichtingen die een club moet nakomen om bij de federatie te komen. Clubs moeten een medisch verantwoorde training geven, zorgen dat al de leden aangesloten zijn en zorgen dat de sport positief naar buiten wordt gebracht.
Is de federatie veel veranderd tegenover vroeger?
Er is zeker een groot verschil met vroeger. Vandaag de dag zijn er veel meer leden en clubs, is de federatie beter georganiseerd en is er een federatiebestuur dat samenwerkt met en voor alle clubs. De grote uitdaging voor de toekomst is om Muaythai op de Vlaamse sporttakkenlijst te krijgen. MuyThai hoort thuis op de sporttakkenlijst, omdat momenteel een 110 clubs en meer dan 3200 leden dit verdienen. We voldoen aan alle voorwaarden die de overheid oplegt aan andere federaties. Muaythai is bovendien erkend door de GAISF, een wereldwijde federatie die als een soort wachtzaal fungeert om als Olympische sport erkend te worden. Het zou zeer mooi zijn als de federatie in de toekomst ook wordt gesubsidieerd door de overheid en dat ze een erkende Topsportwerking heeft.
Zijn er belangrijke zaken die nog maar weinig geweten zijn door clubs?
In 2010 gaat in China de Martiad Games door. Dit zijn de World Games voor alle Olympische en door de GAISF erkende vechtsporten. Boksen, Judo, Karate, Wushu, Muaythai en nog een paar andere disciplines zullen daarbij aan bod komen.
===
WIE IS WIE
Sportfederatie: Een federatie is een overkoepelende vereniging van diverse sportclubs. Een federatie verenigt diverse clubs onder eenzelfde noemer om als spreekbuis van de sport te dienen. Daarnaast waakt de sportfederatie over het kwaliteitsniveau van de sport door de organisatie van een ledenvergadering, cursussen,…
BKBMO: De Belgische Kickbox, Muaythai en MMA organisatie. De Belgische federatie is een vereniging die bestaat uit 200 clubs en 5000 leden. Ze verenigt clubs uit het Thaibox, Kickbox en MMA die over heel België gespreid zijn.
VKBMO: De Vlaamse Kickbox, MuayThai en MMA Organisatie. Dit is de Vlaamse vertakking van de BKBMO, ze verenigt alle clubs in Vlaanderen. Deze organisatie is door Bloso erkend via de VVA.
VVA: De Vlaamse Vechtsport Associatie is een overkoepeling van meerdere vechtsportfederaties. Ze verenigt de Eurobudo, Vlaamse Worstelbond en VKBMO.
© 2009 – JES - Rachid Chellak & Pieter Smets -
"Van Thaiboxing word je rustig"
Murat Direkçi is een rasechte Antwerpenaar van Turkse origine en professioneel thaiboxer. Hij droomt van de K1 Max Wereldtitel, maar ondertussen begeleidt hij jongeren op een verantwoorde manier binnen deze discipline.
foto © www.elfsandangels.be
Dag Murat! Stel je eens voor?
Hallo, mijn naam is Murat Direkçi. Ik ben 29 jaar, geboren te Antwerpen en Belg van Turkse origine. Ik ben een professionele thaiboxer.
Hoe ben jij beginnen Thaiboxen?
Wel, het is begonnen toen ik 13 jaar was. Ik zag een thaibox wedstrijd op de televisie, iets wat in die tijd zelden voorkwam. Ik was er helemaal weg van. Kort daarna ben ik me gaan informeren bij mensen waar ik die sport kon beoefenen. Jammer genoeg werd ik teleurgesteld: ik was nog te jong. Ik wou het heel graag doen, maar je moest minimum vijftien jaar zijn om je te kunnen inschrijven. Dus moest ik op zoek naar een alternatief. Ik begon met Kiu-Kushinkai karate. Dit is ook een harde sport, een wat meer Oosterse discipline die veel engagement vereist. Dat was toch mijn ding niet. Nadat ik die twee jaar karate had gedaan, bleef ik toch bij het besluit dat ik aan Thaiboxing wou doen. Ik zou zeggen ‘mijn eerste grote liefde’. (Lacht)
Waaraan is het opkomen van Thaibox de laatste jaren te wijten volgens jou?
Volgens mij komt dat doordat de sportzenders deze sport meer zijn beginnen uitzenden. Ik denk ook dat er veel jongeren op dezelfde wijze als ik mee in aanraking kwamen. Verder denk ik dat de invloed van het Nederlandse milieu een grote invloed heeft gehad. Daar is men er bij manier van spreken al een eeuw mee bezig. Vele wereldtoppers zijn afkomstig uit Nederland, dat heeft een grote invloed op België, want het land ligt vlakbij ons.
Wat is voor jou het belangrijkste aspect van thaiboxing?
Discipline komt voor mij toch op de eerste plaats. Persoonlijk vind ik ook dat je van thaiboxing rustig wordt. Als je bij mij met een agressieve bedoeling komt, dan ben je aan het verkeerde adres. Het komt wel eens voor dat sommige jongeren een verkeerd beeld hebben van thaibox en daardoor met een verkeerde intentie gaan trainen. Als trainer merk ik dit meteen op en dan werk ik gewoon eerst aan hun mentaliteit. Pas daarna schakel ik over naar het sporttechnische gedeelte.
Stel dat ik als jongeling bij jou begin te trainen? Wat is de eerste raad die je me geeft?
Mijn eerste gouden raad die ik geef aan jongeren is: “Op de eerste plaats komen je studies en dan pas Thaiboxing”. Het blijft een risicosport dus moet je sowieso een alternatief hebben. Dat zijn je studies. Of je nu een sporter bent of niet, ik vind het heel belangrijk om een diploma op zak te hebben. Op vlak van thaibox is mijn raad “hard werken en je komt er wel”. Ik ga ervan uit dat je kan bereiken wat je wil met een goede portie doorzettingsvermogen en door karakter te tonen.
Zou je Thaibox aanraden aan ouders als sport voor hun kinderen?
Ja. Het is een belangrijke sport om meer zelfvertrouwen te winnen. Daarnaast helpt het jongeren om meer discipline te krijgen. Ik vind het ook een belangrijke sport omdat het een goede uitlaatklep is voor woede en frustraties, dat is volgens mij iets wat veel voorkomt bij jongeren.
Wie is je rolmodel binnen thaibox. Naar wie keek of kijk je nog steeds op?
Peter Aerts en Perry Ubeda zijn mensen die me enorm hebben geïnspireerd. Uiteindelijk ben ik tegen Perry in de ring beland en heb ik die partij gewonnen op punten. “Dus boys en girls, alles kan als je ervoor werkt”. (Lacht)
Wat zou je graag nog willen bereiken binnen de sport?
De K1 Max Wereldtitel.
Wat zou je doen moest ik nu op je gezicht slaan?
Dan dien ik gewoon een klacht in tegen je. (Lacht)
Op zaterdag 27 juni van 13u tot 18u organiseert JES vzw het vecht- en danssportevent Kick it. In de shelter van Park Spoor Noord worden Antwerpse kinderen, jongeren en gezinnen uitgenodigd om gratis een workshop te volgen of een kijkje te nemen naar diverse demo’s vecht & danssport.
© 2009 – JES - Rachid Chellak & Pieter Smets -
Vechtsport: goed voor je geest ?
Marc Theeboom is professor aan de Vrije Universiteit van Brussel. In zijn onderzoek heeft hij vooral aandacht voor alles wat te maken heeft met jeugdsport. Hij doet onderzoek naar de invloed van sport in de ontwikkeling van jongeren. Daarnaast is hij actief vechtsportbeoefenaar en clubtrainer. Reden te meer om met hem een interview te doen.
Enkele jaren geleden deed u een onderzoek naar jongeren en vechtsport, wat was het opzet?
Tot nu toe is er nog maar weinig geweten over de vechtsportbeleving bij jongeren. De reeds bestaande onderzoeken handelen eerder over het medisch kader van de vechtsport. Het gaat dan bijvoorbeeld over de kwetsuren en andere medische bijwerkingen die sporters kunnen oplopen tijdens de beoefening van hun vechtsport. In mijn onderzoek staat de beleving van sporters centraal. Wat doet vechtsport met mensen? Kinderen, jongeren en trainers spraken over hun ervaringen met de vechtsport.
Wat waren de meest opmerkelijke resultaten van dat onderzoek?
Één van de belangrijkste conclusies is dat je geen algemene uitspraken kan doen op basis van de soort vechtsport. Je mag bijvoorbeeld niet zomaar stellen dat een bepaalde vechtsport gevaarlijker is dan een andere. De begeleiding is veel belangrijker dan de sport zelf. Als de begeleiding slecht verloopt, wordt de vechtsport ook gevaarlijker.
Van vechtsport wordt wel eens gezegd dat het agressiviteit opwekt, komt dat beeld met uw onderzoekresultaten?
Neen, zeker niet. De resultaten van mijn onderzoek tonen aan dat veel sporters positief zijn. Dit blijkt uit de bevraging die ik deed bij kinderen. Ik ging na hoe kinderen omgaan met een dreigende situatie, zoals een gevecht. Hieruit leerde ik dat kinderen uit vechtsportclubs doordacht te werk gaan. Ze proberen met woorden en argumenten conflicten op te lossen in plaats van met geweld. Dat is natuurlijk zeer positief! Als wetenschapper moet ik echter wel voorzichtig zijn met mijn conclusies. Slechts de sporters die actief aan sport doen werden bevraagd. De sporters die gestopt zijn betrok ik niet in mijn onderzoek. Zij zouden een eerder negatief beeld kunnen hebben van de vechtsport.
Is vechtsport goed voor je geest?
Vechtsport is niet beter of slechter dan andere sporten. Een goede begeleiding voor de jongeren is bepalend. Belangrijk is om na te denken over diverse vragen. Welke boodschap geef je als trainer mee? Hoe ga je om met problemen? Hou je rekening met omstandigheden waarin jongeren leven?
Bent u voorstander van thaiboxbeoefening door jongeren?
Thaibox kan beoefend worden door jongeren als er een jeugdgerichte begeleiding is. Je mag jongeren niet behandelen als minivolwassen. Kinderen moeten nog veel leren. Het is echt fout om kinderen te snel in de ring te zetten om zoveel mogelijk tegenstrevers te verslaan in harde disciplines.
Hoe weet je als trainer dat je kwaliteit aanbiedt in je club?
Trainersinzicht heb je niet zomaar. Een goede trainer staat open voor informatie en suggesties van anderen. Die openheid is belangrijk om te kunnen leren. Je kanook leren van kinderen die nieuw zijn in de club. Al was het maar door naar hen, hun ouders en je medetrainers te luisteren om te horen hoe ze met hun sport bezig zijn. Openheid van geest is dus zeer belangrijk om een goede trainer te zijn.
Welke rol hebben ouders bij de ontwikkeling van de sportieve kwaliteiten van jongeren?
Ouders hebben een zeer belangrijke rol. Een trainer speelt maar een kleine rol in het leven van een kind. Door samen te werken met hun ouders kan je de impact op de kinderen en jongeren vergroten. Ik ken heel wat trainers die ouders niet toelaten in de sporthal. Dat vind ik niet goed. Daarmee wil ik natuurlijk ook niet zeggen dat ouders mee training moeten geven. Je moet echter ouders de kans geven om ook dingen te kunnen zeggen. Ouders geven je de mogelijkheid om met hun kinderen bezig te zijn. Als je ze inspraak geeft, betekent dat veel. Zij zijn de mensen die op termijn de richting van hun kinderen kunnen bepalen. Een goede communicatie met ouders is bijgevolg heel belangrijk.
Hoe betrekt u zelf ouders bij uw clubwerking?
We organiseren ouderbijeenkomsten waar ouders hun mening kunnen zeggen. We hebben ook een ontmoetingslokaal. Daar kunnen ouders samenkomen tijdens de trainingen en met elkaar praten.
Kunnen ouders voor de club interessant zijn?
Zeer zeker, mijn club draait net door die ouders. Omdat ik niet alles alleen kon doen zijn een aantal ouders op een gegeven moment mijn assistenten geworden. De jongeren zijn te jong om me te helpen en dan steken de ouders de handen uit de mouwen. Dan zijn die ouders de ideale personen, want zij zijn er toch elke week.
Betrekt u jongeren bij de clubwerking?
Ja zeker. Jongeren krijgen op een bepaalde leeftijd andere interesses. Ze willen meer inspraak hebben en niet meer als kind worden beschouwd. Sommigen vinden het interessant om assistent trainer te worden. Anderen zouden graag mee activiteiten organiseren. Nog anderen willen eerder bestuurlijke taken doen. Daarom hebben wij een jeugdraad. We laten hen een kerstfeestje organiseren, een familiedag, uitstapjes,… Dat vraagt natuurlijk ook een beetje tijd van jou als trainer, maar je krijgt er ook veel van terug. Omdat jongeren veranderen, moet je daar dan ook zeker rekening mee houden.
Welke raad kunt u onze jonge lezer meegeven?
Ten eerste: Als je problemen hebt moet je praten. In de club doe je dat best met trainers of andere leden. Om de best mogelijke ervaringen te hebben, moet je af en toe kunnen zeggen dat het minder gaat. Het is niet omdat het slecht gaat, dat je daarom moet afhaken.
Ten tweede: Besef dat je heel wat kansen krijgt, en grijp die kansen met twee handen. Sport is belangrijk en als je het graag doet, weet je dat je er veel plezier in hebt. Eigenlijk moet je erin geloven, enthousiasme koesteren, en geloven dat je verder kan geraken dan je denkt.
© 2009 – JES – Rachid Chellak & Pieter Smets -
Massale opkomst start Scheldeprijs
Op de Grote Markt in Antwerpen is deze middag het startschot gegeven voor de 97e Scheldeprijs. Topfavoriet Tom Boonen kon op heel wat belangstelling rekenen na zijn derde zege in Parijs-Roubaix voorbije zondag.
De winnaar van vorig jaar, Mark Cavendish, stond dit jaar spijtig genoeg niet op de deelnemerslijst. Onder de aanwezigen bevonden zich ook nog Heinrich Haussler, Allesandro Petacchi, Gert Steegmans en Robbie McEwen.
Deze namiddag komt de Scheldeprijs aan in het centrum van Schoten. Wie dus straks de handen in de lucht mag steken straks valt nog even af te wachten. Het ziet er alleszins naar uit dat het zal uitdraaien op een massasprint tussen de tenoren.
© 2009 – StampMedia – Michaël Vanderleyden -
Bloso verschuilt zich achter onbestaande cijfers
Vlaanderen vertrouwt op het buikgevoel bij de uitstippeling van het beleid rond allochtonen bij sportclubs. Over het aantal sportende jongeren van andere origine in Vlaanderen bestaan immers geen cijfers. Het departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media verwijt de Vlaamse sportorganisatie Bloso dat ze het gebrek aan statistieken aangrijpt om weinig tot niets rond het thema te doen.
[update] Dhr. Pieter De Clercq werk niet voor het Kennisknooppunt Interculturaliseren, maar voor het departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media.
“Op dit ogenblik zijn er geen cijfers”, zegt Pieter De Clercq van het departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media. De organisatie verzamelt informatie over projecten die verschillende culturen met elkaar in contact brengen, en geeft die door aan jeugdverenigingen en sportclubs. “We meten niet, omdat dit te veel tijd in beslag neemt. Een zelfscan bij verschillende Vlaamse sportclubs gaf aan dat weinig mensen van diverse afkomst de weg vinden naar sportclubs. Er is dus wel degelijk een probleem.” De Clercq geeft toe dat het departement intuïtief te werk gaat. “Als ons gevoel zegt dat er een probleem is, pakken we dat liever nu meteen aan. Exacte gegevens willen we zeker, maar voorlopig werken we vanuit het buikgevoel.”
Bloso bij de pakken
Soms wordt er handig gebruik gemaakt van dit beleid zonder cijfers. “Bloso neemt weinig initiatieven omdat de nood niet cijfermatig bewezen zou zijn”, legt De Clercq uit. “Zonder exacte gegevens, is er voor Bloso geen probleem.”
Bloso vindt de beschuldiging onterecht. “Wij proberen wel andere culturen te betrekken in onze activiteiten”, zegt Hervé Van der Aerschot van de Bloso-afdeling Promotie en Inspectie. “Wat het departement beweert, is niet juist”. Bloso organiseert elk jaar twee sportevenementen gericht op de integratie van mensen van andere afkomst: Sportmozaïek en Sportmix. Zo brengt Sportmozaïek dit jaar sporten uit verschillende culturen samen op 4 juli in Hofstade. Tijdens Sportmix op 22 en 23 oktober in Genk vertegenwoordigen jongeren hun eigen nationaliteit in sportwedstrijden. De twee initiatieven worden sinds 2007 jaarlijks georganiseerd. Andere initiatieven specifiek gericht op jonge sporters van andere origine zijn er niet.
Allochtoon is niet gelijk aan allochtoon
De Vlaamse sportadministratie, Bloso en de koepelorganisatie van de Vlaamse sportfederaties wijten het gebrek aan cijfers aan privacyproblemen. In Vlaamse statistieken wordt steeds naar de nationaliteit en nooit naar de herkomst van de respondent gevraagd. “Wij kunnen niet zomaar vragen aan de leden van de Vlaamse sportclubs of ze van andere origine zijn of niet”, licht De Clercq toe. Van der Aerschot bevestigt. Bloso peilt bij de deelnemers van de sportkampen naar hun afkomst, maar aangezien antwoorden vrijblijvend is, zijn de resultaten onbruikbaar.
Een andere hinderpaal is de definitie van ‘allochtoon’. Ook hier ligt het departement CJSM overhoop met Bloso. De sportorganisatie ziet een ‘allochtoon’ als iemand die geen Belg is. Voor het departement van minister Anciaux kan een ‘allochtoon’ ook een nieuwe Belg zijn, iemand met buitenlandse roots die intussen de Belgische nationaliteit heeft verworven of als Belg is geboren. Migranten en kansengroepen van de tweede of derde generatie worden daardoor ook geteld.
“Als we niet over hetzelfde spreken, kunnen we onmogelijk tot exacte cijfers komen”, legt Pieter De Clercq uit.
Over het aantal jonge sporters van andere herkomst is er dus geen duidelijkheid. Geen enkele betrokkene heeft een globaal beeld. Navraag bij het Kennisknooppunt Interculturaliseren, Bloso, het BOIC (Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité), de Vlaamse Sporfederatie, de sportdienst van de stad Antwerpen en Buurtsport leverde niets op. Bij organisaties die wel cijfers hadden, zoals Buurtsport, ging het steeds om beperkte gegevens over de eigen leden.
Pessimisme
Pieter De Clercq is pessimistisch over de toekomst. Zijn dienst wacht op de regionale verkiezingen van 7 juni en de vorming van een nieuwe regering. Een grondig kwantitatief onderzoek naar de situatie is nog steeds niet besteld, hoewel de nood hoog is. De hete aardappel wordt naar de volgende minister doorgeschoven. “Minister Anciaux hecht veel belang aan interculturaliseren, maar ik vrees dat de volgende minister hier geen prioriteit van zal maken.”
Dit kaderstuk maakt deel uit van het StampMedia Dossier ‘Werken aan de toekomst in de sportzaal‘.
© 2009 – StampMedia – Thomas De Ridder & Haik Guevorkian