• Vrienden: 1487
  • Bezoekers: 35670
Profielpagina van stampmedia

StampMedia

Nieuws door jongeren voor iedereen


RSS feed

Blog 444

...


  • Sportdokter Chris Goossens zwaar aangeslagen...

    Dr. Chris Goossens, die destijds het systeem van de whereabouts zelf mee uitwerkte, gooit de handdoek in de ring. Het systeem op zich is goed, maar als het op de letter gevolgd wordt, kom je in kafkaiaanse toestanden terecht.

    “Dit is de moeilijkste dag van mijn leven” zei hij op een persconferentie eerder vandaag in de Lotto Arena. Deze straf is erg zwaar. “Het menselijk gelaat van de dopingbestrijding was er niet”, vervolgt Goossens. “Ik maak een einde aan mijn taak als dopingbestrijder”. “Ik ga een team maken onder de naam MVS… Mijn veroordeelde sporters”.


    © 2009 - StampMedia - Vincent Van Nauw/Tim Dalle

  • De Meiden van Halal schoppen Nederlands medialand een gewete

    Allochtone jongeren voelen zich niet geroepen om een job te vinden in de media. De redacties blijven wit kleuren omdat de drempel te hoog ligt. Esmee, Jihad en Hajar zijn van Marokkaanse afkomst. Ze presenteren het Nederlandse televisieprogramma ’De Meiden Van Halal.’ De drie zusjes willen hun stem laten horen in de media en vertellen over de heersende kloof tussen moslims en niet moslims.


    De Meiden van Halal - Esmee, Jihad en Hajar (foto: Tom Clabots)

    Moslima’s in de journalistiek

    Ook in Nederland kampt men met de problematiek dat allochtone jongeren zich niet aangesproken voelen om te werken in de media. De drempel ligt te hoog. Esmee, Jihad en Hajar zijn van Marokkaanse afkomst en presenteren het Nederlandse programma ‘De Meiden Van Halal.’ Jihad: “Wij zijn de eerste moslima’s in Europa die jonge allochtonen stimuleren om een carrière te maken in de media.”

    Normale dames

    Tijdens een stage bij de lokale radio ATV in Amsterdam ontmoette Esmee regisseur Jan Kooiman. Hij bood een luisterend oor en volgde hun activiteiten mee op de voet. De meiden waren al langer bezig met het opzetten van debatten. Nu kwam daar enkel op de achtergrond een draaiende camera bij. “Wij zijn niet zelf naar de media toe gestapt, omdat we niet op zoek waren naar het maken van een programma. We wilden vooral een andere kant van de moslims laten zien. Met ons programma ‘De Meiden Van Halal’ zien kijkers dat we normale dames zijn onder onze sluier. Het doet er niet toe dat wij moslima’s zijn,” benadrukt Esmee.

    Media en multiculturalisme

    De Meiden Van Halal onderstrepen dat de Nederlandse mediakanalen vaak niet open staan voor jonge allochtonen. “Dat komt doordat de meerderheid van de bevolking zich wantrouwig opstelt tegenover moslims,” zegt Hajar. “De kloof tussen moslims en niet moslims is dieper geworden naar aanleiding op de moord van Theo Van Gogh, die vermoord werd door een moslim.”

    Beeldvorming van allochtonen

    Daarnaast is de aandacht van de media voor allochtonen gering. “Wanneer er berichtgeving in de kranten verschijnt is het doorgaans negatief. Hierdoor kampen jonge allochtone reporters met onzekerheid en vooroordelen. En omdat er te weinig allochtonen presenteren denken jongeren dat ze niet worden aangenomen,” benadrukt Jihad.

    Positieve discriminatie

    “Niet alleen de media draagt schuld, ook scholen moeten allochtonen meer zelfvertrouwen aanbrengen. Wij zijn tegen positieve discriminatie maar als de media geen weerspiegeling is van de samenleving dan kunnen we alleen maar concluderen dat er een probleem is met die media,” aldus Esmee.

    Mediamacht

    Voor De Meiden Van Halal is de tijd gekomen om vooroordelen uit te vlakken. “En moslims zelf moeten ook opstaan voor de media,” vindt Esmee. “Terwijl de witte mannen in de media die geen affiniteiten hebben met allochtonen zich meer moeten open stellen.”

    Ook Hajar vindt de media te wit, “het nieuws zou anders zijn als een redactie bestaat uit mensen met verschillende achtergronden en kleuren. Wie weet wordt het nieuws daardoor objectiever?”

    Vooroordelen

    Het programma, ’De Meiden Van Halal’ bereikt niet alleen allochtonen maar heeft ook een groot succes bij autochtonen. “We bekijken ernstige onderwerpen uit een ander perspectief,” zegt Jihad. “Daarom ontvangen we negatieve en positieve reacties van gelovigen maar ook van ongelovigen. Die lelijke doeken, wat moeten die rond het hoofd? Zijn die meiden moslims aan het rekruteren?”, Esmee: “waar we trots op zijn is dat onze vriendenkring, die te kampen heeft met vooroordelen, zo positief reageerde.”

    Leerschool

    De meiden hebben op voorhand geen cursus gevolgd. “Eén van onze sterke punten is dat mensen ons kunnen zien zoals we zelf zijn. Soms zien de beelden er slordig uit. We maken ruzie als het nodig is. We zijn spontaan en vooral nieuwsgierig naar diverse verhalen. Met of zonder hoofddoek, in de media leer je vanzelf wel,” zeggen de drie meiden in koor.

    © 2009 – StampMedia – Nancy Verresen

  • Facebook for peace

    Sinds een paar weken zet de sociale netwerksite Facebook zijn schouders onder de wereldvrede. Met de aparte “Peace”-pagina probeert de site vrede te promoten, onder andere door het aantal vriendschappen tussen inwoners van verschillende landen in conflict of tussen mensen van verschillende religies bij te houden.

    Zo werden onder andere de vriendschappen tussen inwoners van Griekenland en Turkije, India en Pakistan en Israel en Palestina geteld. Ook werden de verschillende religies onder de loep genomen: vriendschappen tussen moslims en christenen, soennieten en sjiieten, …

    Naast het cijfermateriaal van de internationale vriendschapsbanden worden er ook polls afgenomen van de Facebook-bezoekers in verschillende landen. De belangrijkste: “Geloof jij dat we binnen 50 jaar de wereldvrede kunnen bereiken?” Het initiatief is nog jong en de vraag is nog maar in een paar landen gesteld, maar de resultaten zijn toch al behoorlijk opvallend. Zo lag het aantal mensen dat “ja” antwoordde op deze vraag hoger in Israël en Colombia -toch niet de meest stabiele landen op de planeet- dan in Westerse landen als Duitsland en de Verenigde Staten. De VSA had zelfs het laagste aantal ‘believers’: slechts 7,75 procent.

    Technologie voor vrede

    De Peace-pagina van Facebook kadert in de “Peace Dot” campagne van Stanford University. Dit initiatief werd opgezet door het Persuasive Technology Lab van de universiteit. Zij doen voornamelijk onderzoek naar hoe de moderne technologie -alles van websites en software tot GSM’s en internetapplicaties- gebruikt kan worden om mensen op een positieve manier te beïnvloeden. Het idee achter Peace Dot is simpel: iedereen die een organisatie of bedrijf heeft dat zich op de een of andere manier inzet voor de vrede, kan via de website van Peace Dot een eigen Peace-pagina aanmaken. Op deze manier verzamelt het Stanford Lab een lijst van organisaties die iets bijdragen aan de wereldvrede.

    Voorlopig zijn er nog maar een twintigtal links te vinden op Peace Dot, maar er zitten toch al een aantal bekende namen tussen. Naast Facebook doen ook imvu.com, een netwerksite met 3d digitale avatars en couchsurfing.com mee aan het project.

    Meer info:
    http://peace.stanford.edu
    http://peace.facebook.com


    © 2009 – StampMedia – Noémie Six

  • Leraars organiseren stiekem muziekfestival voor leerlingen

    Wat een saaie schooldag zou worden voor de leerlingen van het Sint-Jozef Instituut in Brugge, veranderde onverwacht in een zonnig feest. Voor de tachtigste verjaardag van de school, organiseerden de leerkrachten van de school, in samenwerking met TMF Stressfactor, stiekem een muziekfestival aan de kust.


    © 2009 - StampMedia - Vincent Van Nauw en Sam Heijens

  • Halil Cikmazkara for ‘Building Europe’

    Brussel verpaupert. Tijd voor actie, meende Halil Cikmazkara (26) toen hij voor de wedstrijd Eurobama het project ‘Building Europe’ bedacht. “Jongeren op ecologische wijze huizen laten renoveren om de verloedering in Brussel tegen te gaan: idealistisch, maar haalbaar,” aldus Cikmazkara.


    Erika Ellyne en Halil Cikmazkara (foto: Gil Plaquet)

    Leegstaande huizen, doe er iets mee

    Halil Cikmazkara (26), de Nederlandse jongen van Turkse afkomst die de idee ‘Building Europe’ ontwikkelde, wil dat jongeren (16-30 jaar) van allerlei slag verkrotte huizen in de stad Brussel renoveren. En dat op ecologische wijze. “Als je door Brussel loopt, zie je in elke straat meerdere leegstaande huizen,” vertelt hij. “Soms groeien er zelfs bomen uit de ramen, dat verknoeit de esthetiek van de stad.”

    Daarnaast heerst in Brussel een groot huisvestingsprobleem. En toch staan er, volgens de Brusselse Raad voor het Leefmilieu (BRAL), maar liefst meer dan 15.000 gebouwen leeg. “Dan klopt er iets niet”, vervolgt Cikmazkara.

    “Soms laten eigenaars zulke gebouwen zelfs bewust verloederen, in de hoop er zo meer geld uit te halen. Misschien kan ‘Building Europe’ wel voor een kantelmoment zorgen in deze problematiek”, vult Erika Elynne aan. Zij hielp haar vriend Cikmazkara samen met non-profitorganisatie Kif Kif bij de vorming van het plan.

    Ontplooiing van de jongeren

    De uitvoering van de projecten zal moeten gebeuren door jongeren, onder begeleiding van gepensioneerde werklieden. Deze ervaren arbeiders zullen vooral kennis overdragen. “Als mensen werken, willen ze veelal zo snel mogelijk geld zien binnenkomen, maar met dit project bieden we iets anders aan. Bij ons kunnen jongeren theorie in praktijk omzetten. Zo kunnen ze hun vaardigheden bijschaven en zich ontplooien, ” gaat Cikmazkara verder.

    Het gaat echter niet alleen om professionele ontwikkeling: “Door te werken met jongeren uit alle hoeken van Brussel, ontstaat er een soort kruisbestuiving. Ze wisselen visies en inzichten uit die uiteindelijk leiden tot een bredere kijk op de dingen. Bovendien leren ze hun stad eens op een andere manier kennen.”

    En nu? Actie!

    Of het project effectief in uitvoering komt, is nog maar de vraag. Op woensdag 4 november vindt de finale van de wedstrijd Eurobama plaats, is de uitslag belangrijk voor het welslagen? Cikmazkara: “Winnen of verliezen, we doen gewoon verder met het zoeken naar steun bij organisaties en overheden allerhande. Als blijkt dat er helemaal geen interesse is voor ons project houdt het jammer genoeg op.”

    Gelijkaardige projecten krijgen al steun van de overheid. Volgens Elynne houden ze van hun idee. “Bovendien is de overheid bijna verplicht ons hulp te bieden: huisvesting is immers hun verantwoordelijkheid. Er bestaat overigens ook een wet die toestaat leegstaande huizen te onteigenen na een periode van 5 jaar.”

    De eigenaars van zulke huizen zijn wellicht minder tevreden met het project. “Maar waarom laat je je huis dan zo lang leegstaan, ” vraagt Cikmazkara zich af. “Het is gemakkelijk om te zeggen wat fout is en wat niet mag, maar kom dan met een alternatief.”

    © 2009 – StampMedia – Marjolein Lambrechts

  • Traditionele geneeskunde - van wie?

    Meer dan 85% van alle plantensoorten ter wereld komen voor in gebieden van inheemse volkeren. Omdat zij op een intensieve manier met de hen omringende natuur samenleven, kennen ze de fauna en flora van hun wereld door en door. Ze weten precies welke plant of welk mineraal waarvoor gebruikt kan worden: voor kleding, woning en voeding; als insectide, mest-, brand-, geur- of kleurstof… en er zit natuurlijk ook een uitgebreide apothekerskast bij. De Kallaywaya, traditionele genezers in Bolivia, maken bijvoorbeeld gebruik van zo’n zeshonderd verschillende soorten geneeskrachtige of preventieve kruiden. Veel van die planten zijn bij buitenlandse wetenschappers nog onbekend.


    Lange tijd werd traditionele kennis als gemeenschappelijk erfgoed van heel de mensheid beschouwd. Wie op basis van de kennis van een amper bekende stam een commercieel product ontwikkelde, kon zich makkelijk als de uitvinder doen gelden. Heel wat gepatenteerde producten zijn een licht verwesterde versie van inheemse originelen. Zo’n drie kwart van de medicijnen die over heel de wereld gebruikt worden, zijn ontwikkeld dankzij inheemse kennis.

    Het gaat er niet alleen om dat de winst meestal niet gedeeld wordt. Erger is, dat het gebruik van het oorspronkelijke middel soms wettelijk verboden wordt. De eigenlijke uitvinders, of althans hun nazaten, moeten dan gaan betalen voor geneesmiddelen die van hun eigen tradities afgekeken zijn. Vaak kunnen ze zich de aanschaf daarvan niet eens veroorloven. In sommige landen gaat de volksgezondheid door agressief winstbejag dan ook merkbaar achteruit.

    Terwijl het oorspronkelijke idee achter patenten net is, dat nieuwe kennis zo veel mogelijk mensen ten goede dient te komen. Door de uitvinder voor een bepaalde tijd het alleenrecht op de commercialisering te garanderen, moedigt het patentsysteem onderzoek aan naar nieuwe producten of processen waar in de samenleving nood aan is, en moedigt het uitvinders aan om hun ideeën openbaar te maken. De uitvinder wordt dus financieel beloond. Maar wat is ‘genoeg’?

    Als je kijkt naar de evolutie die de patentwetgeving de laatste decennia heeft doorgemaakt, lijkt het evenwicht zoek: ten nadele van het algemeen belang, ten voordele van een steeds grotere winstmaximalisatie. Zowel op farmaceutisch gebied als in de zadenhandel komt de monopolie-positie van een paar grote transnationale corporaties nu niet bepaald de armsten ten goede. Door de flagrante verhalen die af en toe in het nieuws komen, begint sinds het paar decennia toch langzaam het besef te groeien dat dàt de bedoeling van het intellectueel eigendomsrecht niet was.

    Zelfs als de situatie onmiskenbaar illegaal is, wil dat nog niet steeds zeggen dat recht geschiedt. Een multinational heeft geld, en dus ook slimme advocaten ter beschikking. Die worden ingezet tegen kleine, lokale spelers, die minder tijd en energie kunnen vrijmaken om zich in de ingewikkelde materie in te werken. In Indië zijn heel wat kleinschalige producenten van traditionele geneesmiddelen, van wie het product simpelweg gekopieerd en gepatenteerd was, omvergeprocedeerd door de rijkere multinationals.

    Om dat te voorkomen ontstonden er, in Indië maar ook elders, databanken waarin alle traditionele geneesmiddelen en -methoden van het land werden opgenomen. Wordt er nu ergens ter wereld op één daarvan een patent aangevraagd, dan kan in ieder geval al makkelijker aangetoond worden dat het niet om een nieuwe uitvinding gaat.

    Men ging zich ook afvragen of in de internationale wetgeving geen clausules ingebouwd konden worden die traditionele kennis als het bezit van een hele gemeenschap beschrijven. De regelgeving rond intellectueel eigendom gaat tot nog toe uit van ons waardenstelsel, waarin privébezit een centrale plaats inneemt. Die trend zet zich nog steeds verder. Hoe langer hoe meer aspecten van het leven worden in onze maatschappij als commercieel goed gezien. Wie had zich dertig jaar geleden b.v. kunnen voorstellen dat je zou moeten betálen om te parkeren? Zomaar gratis ademen, hoe lang nog?

    Bij inheemse volkeren heerst meestal een heel ander wereldbeeld. Daar geldt vaak net dat kennis van algemeen nut zo breed mogelijk gedeeld moet worden, zodat iedereen ermee aan de slag kan - ‘open software’, kun je zeggen. Op die manier ontwikkelden de Quenchua in Zuid-Peru b.v. in de loop der eeuwen maar liefst tweeduizend aardappelsoorten. Het mag duidelijk zijn dat dit zijn nut heeft: de ene soort is resistenter tegen bepaalde ziektes, de andere is wat makkelijker te verteren, nog een andere heeft een heel specifieke voedingswaarde … Door een grootschalige aanpak van de landbouw in latere tijden, zijn de meeste van die soorten weer verdwenen.

    Maar het tij keert. Het enorme verlies aan biologische diversiteit begint al een tijdje bepaald zorgwekkend te worden. We staan op een steeds smallere basis, wat onze overlevingskansen wankeler maakt. In die context is er meer waardering gekomen voor de inheemse volkeren. Die leven, zoals al vermeld, in gebieden waar de biodiversiteit nog het hoogst is, en op een manier die die diversiteit niet aantast en soms zelfs vergroot.

    In de Conventie over Biologische Diversiteit (CBD) van 1992 wordt dan ook in enkele artikelen uitdrukkelijk verwezen naar de rol die inheemse volken spelen bij de bescherming van de biodiversiteit. Er staat zelfs in dat het wenselijk is dat zij delen in de voordelen die dat de maatschappij oplevert. Het belangrijkste is artikel 8j: “Iedere ondertekenende regering zal voor zover mogelijk,… kennis, innovaties en praktijken van inheemse en lokale gemeenschappen die traditionele levensstijlen belichamen die relevant zijn voor het behoud van biologische diversiteit, opnemen in haar nationale wetgeving, eerbiedigen, beschermen en behouden en de bredere toepassing ervan bevorderen met de toestemming en de betrokkenheid van de houders van zulke kennis, innovaties en praktijken en het evenwichtig delen van de opbrengst van zulke kennis, innovaties en praktijken.”

    Jammer dat er niet echt bij staat hoé en wannéér dat moet gebeuren. Deze bemoedigende paragraaf is dan ook grotendeels dode letter gebleven. En hoewel de CDB een internationaal wettelijk bindend verdrag is, werd de inhoud ervan bij latere internationale overeenkomsten volledig genegeerd. In 1994 ontstond binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO) b.v. een akkoord rond intellectuele eigendomsrechten (TRIPS), waarin het artikel 8J van de CBD niet echt terug te vinden is. Bovendien dwingen bilaterale handelsakkoorden armere landen vaak tot voorwaarden die nog nadeliger zijn dan de TRIPS. Europa, nochtans een gulle donor in de ontwikkelingssamenwerking, is hierbij nog inhaliger dan de VS.

    Het gaat de inheemse gemeenschap hier niet noodzakelijk om het geld, of om de verspreiding van hun geneeskundige praktijken te verhinderen. Wat hen vooral stoort, is dat hun kennis gebruikt wordt op een manier die tegen hun wereldbeeld en waarden ingaat. Het idee van genetische manipulatie, b.v., wordt tenslotte ook binnen onze eigen cultuur niet door iedereen aanvaard. Toch worden al sinds enkele decennia levende wezens, met name gemodifieerde planten, micro-organismen en genen, als patenteerbaar beschouwd. Door de TRIPS zijn alle WTO-lidstaten zelfs zonder meer verplicht om patenten toe te staan op gemodifieerde levensvormen. Wat geeft hen het recht om anderen hun waardensysteem op te leggen?

    Veel verontwaardiging ontstond in inheemse kringen naar aanleiding van het ‘Human Genome Diversity Project (HGDP)’. Het idee was om van alle inheemse volkeren, waarvan soms nog maar een paar mensen in leven waren, genetisch materiaal te verzamelen en zo voor de eeuwigheid te bewaren. Klinkt schattig. Maar aan wie behoren die stalen nu toe? Iedereen die wil, heeft toegang tot dit materiaal. Onderzoek, manipulatie en uiteindelijk - onvermijdelijk - commercialisering is in handen van wie zich die investering kan veroorloven. Bij geïsoleerde inheemse volkeren bestaan soms aandoeningen en immuniteitsgevallen die nergens anders voorkomen. Op basis van zo’n uniek genetisch materiaal worden tegenwoordig dure geneesmiddelen gepatenteerd. Uitspraken in rechtszaken oordeelden eerder al dat de persoon van wie een staal genomen werd, geen enkel recht meer heeft op inspraak in wat er met zijn eigen genetisch materiaal gebeurt, en ook geen recht op een deel van de winst. Veel inheemsen begrepen niet eens wat er gebeurde. Het vampier-project, noemden hun belangenorganisaties het.

    In september 2007, na meer dan twintig jaar getouwtrek, werd eindelijk binnen de VN de Verklaring over de Rechten van Inheemse Volkeren goedgekeurd. Daarin staan ook een paar paragrafen die bescherming kunnen bieden tegen ‘biopiraterij’.

    Om te beginnen hebben inheemse volkeren volgens deze verklaring het recht hun eigen geneeskundige praktijken te blijven beoefenen (artikel 24). Het meest expliciet is artikel 31: “Inheemse volkeren hebben recht op het behouden, controleren, beschermen en ontwikkelen van … hun traditionele kennis … de uitingen van hun wetenschap, technologie … inclusief de menselijke en genetische bronnen, zaden, geneesmiddelen, technologieën en de eigenschappen van fauna en flora … Bovendien hebben ze recht op het behouden, controleren beschermen en ontwikkelen van … hun intellectueel eigendomsrecht over … hun traditionele kennis. Staten behoren gepaste maatregelen te nemen om de uitoefening van deze rechten mogelijk te maken.” Tenslotte behoren inheemse volkeren ook de o.a. intellectuele eigendommen terug te krijgen die zonder hun vrije, voorafgaande, geïnformeerde toestemming, of met inbreuk op hun wetten, tradities en gewoonten, bij hen werden weggehaald (artikel 11). Dat slaat zeer zeker ook op de vampier-stalen.

    Jammer genoeg gaat het hier enkel om een verklaring, geen afdwingbare wet. Bovendien stemden de VS, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland tegen, en dat zijn nu net landen die weinig scrupules aan de dag leggen als het om de rechten van minderheden gaat, zowel in hun eigen land als daarbuiten. Toch mogen we hopen dat er in de toekomst nog meer respect komt voor de kennis van alle volkeren op deze wereld, en de manier waarop ze die wensen toe te passen. Want die diversiteit vormt een onvervangbare rijkdom.

    Bronnen

    Johan BOSMANS, 2000: ‘Inheemsen en Bio-diversiteit: Artikel 8J van de Conventie over Bio-diversiteit (CBD)’. In: Vergeten Volken, jaargang 9, nummer 54, nov.-december 2000.

    Monika ERMERT, 2009: Drug Patent Linkage Is Subject Of Court Case, Dispute In India. For Intellectual Property Watch

    Stephen LEAHY, 2009: Content Control: Patents Threaten Traditional Knowledge of Indigenous People

    IWGIA - International Workgroup on Indigenous Affaires
    www.iwgia.org

    United Nations Declaration on the Rights of Indigenous Peoples
    www.un.org/esa/socdev/unpfii/en/drip.html

    Trade-Related Aspects of Intellectual Property Rights
    www.wto.org


    © 2009 - Verrekijkers - iez Thiry

  • Pandemedia - Zijn we gevoelig voor de griep of voor de media

    30 april 2009, het is zeven uur en honderden duizenden Vlamingen kijken televisie. Het avondnieuws kopt een alarmerend bericht: ‘Nieuw griepvirus teistert Mexico’. Opluchting, het is veraf, maar al snel rollen de woorden ‘World Health Organization (WHO) vreest wereldwijde pandemie’ over het scherm. Dan volgen beelden van drommen Mexicanen met mondmaskers, volle ziekenhuiszalen, lege sportstadions en gesloten winkels want de Mexicaanse president wil iedereen thuis houden. De crise du jour in de media wordt al snel een crise du mois. Het nieuwe virus is ‘hot’: het krijgt de stempel ‘Mexicaanse griep’, de kranten staan vol van de plaag, online-wereldkaarten brengen elke dag de nieuwe gevallen in beeld, ‘griep’ wordt op internet al snel het populairste woord. Drie maanden later is het virus nog steeds wereldnieuws maar de toon is veranderd. Het aantal dodelijke slachtoffers lijkt voorlopig niet meer te zijn dan in het jaarlijkse griepseizoen en dokters raden hun patiënten hetzelfde als bij elk buikgriepje aan: thuis uitzieken. De mediaparanoia heeft een muis gebaard. Of moet het ergste nog komen?


    De Wereldgezondheidsorganisatie denkt alvast van wel. Het was immers de WHO zelf die op 11 juni aan de alarmbel trok. Te vlug volgens een aantal lidstaten van dit VN-organisme, maar het is nu eenmaal de taak van de WHO om de wereld op tijd te verwittigen bij mogelijke pandemieën en snel te reageren. Sinds 2000 beschikt de organisatie immers over het Global Outbreak Alert and Response Network (GOARN), een coördinatiemechanisme dat elke ziekte-uitbraak in de wereld in goede banen moet leiden. Daarbij worden vooral de nationale regeringen en bestaande gezondheidsinstellingen geassisteerd bij het bestrijden en indijken van een mogelijke pandemie. Het GOARN verzamelt het hele jaar door gegronde informatie over alle ziekten ter wereld. Aan de hand van die gegevens gaat een uitgekiend detectiemechanisme na hoe gevaarlijk een ziekte is, die vervolgens wordt ingedeeld op een schaal van 6 alarmfases. Naarmate de ziekte zich gevaarlijk uitbreidt, wordt de alarmfase verhoogd en de paraatheid verscherpt. Klinkt allemaal logisch, zou je zeggen, maar het systeem lijkt toch wat overgevoelig voor de griep. De geschiedenis leert immers anders, dat zou de WHO toch moeten weten.

    Lang leve de griep

    De griep, of influenza zoals de officiële naam luidt, gaat al een tijdje mee. De bekendste uitbraak van influenza was de Spaanse griep die in 1918 in totaal aan een monsterachtige 40 miljoen mensen het leven kostte. Maar de Spaanse griep was een uitzondering en escaleerde vooral door een hardnekkige bacteriële infectie die vandaag eenvoudig met antibiotica geremedieerd kan worden. Sindsdien loopt het dodental lang niet zo op. De uitbraken van nieuwe griepsoorten in 1957 en 1968 haalden maar een fractie van die in 1918. De sterk gehypete vogelgriep van de laatste jaren maakte onder mensen wereldwijd ‘slechts’ 500 doden, peanuts vergeleken met de gewone griep die nog steeds, alle vaccinatiecampagnes ten spijt, jaarlijks alleen al in Europa 30.000 slachtoffers maakt. Het is dus zeer onwaarschijnlijk dat nieuwe uitbraken het niveau van een Spaanse griep halen. Alertheid is altijd geboden maar je moet nu ook niet overdrijven.

    Economische griep

    Waarom dan toch die overdreven hype? Zijn er misschien economische motieven in het spel? De machtige Europese en Amerikaanse farmaceutische industrie profiteert in ieder geval volop. Massa’s medicijnen worden opgekocht en de overheden over de hele wereld schreeuwen om het nieuwe vaccin dat eraan zit te komen. Maar dat is slechts een sector. Globaal genomen zal de Mexicaanse griep allicht meer economische dan dodelijke slachtoffers eisen. Mexico ondervond dat als eerste. Toen president Calderón er de noodtoestand afkondigde, viel het dagelijkse economische leven in het hele land dagenlang stil, een financiële ramp voor de vele arme Mexicanen die hun inkomen uit de informele markt zagen herleiden tot niets. Nadat regeringen hun burgers afraadden om nog naar Mexico te reizen, werd ook de belangrijke toeristische sector zwaar getroffen. De stranden van Acapulco bleven de laatste maanden akelig leeg. Naast nog zulke lokale tragedies zal bij de meeste economieën vooral het kostenplaatje doorwegen dat verbonden is aan al de draconische voorzorgsmaatregelen voor de apocalyps die ons te wachten staat. Medicijnen, vaccins, mondmaskers maar ook warmtegevoelige scanners, veiligheidsmaatregelen op luchthavens, grensposten, … ze kosten de overheden handenvol geld. De Wereldbank berekende in 2006 dat bij een eventuele uitbraak van de vogelgriep 60 % van het economische verlies naar voorzorgsmaatregelen zou gaan. Dat is twee keer meer dan het economische verlies door absenteïsme op het werk en drie keer meer dan het verlies door doden. In totaal zou zo’n uitbraak de wereld 800 triljoen dollar kosten. Je kan je inbeelden dat, bovenop de huidige wereldeconomie in crisis, dit heel wat ontwikkelingslanden op de rand van het failliet zou brengen.

    Oh ja, even vergeten.

    Heeft u het ook gemerkt? We hebben het in dit artikel alleen nog maar over de griep gehad. Wat met die andere virale moordenaars die onze planeet teisteren? Aids, dengue, tuberculose… ze lijken plots van de mediaradar verdwenen, terwijl ze al jaren een dodelijk spoor achterlaten in de wereldbevolking. En uit het oog is uit het hart. Heel wat Afrikaanse landen kunnen de strijd met aids, tuberculose en malaria niet meer aan. Dit zijn nochtans de belangrijkste doodsoorzaken in zuidelijk Afrika. Door de economische crisis moeten zelfs meer welvarende landen als Botswana en Zuid-Afrika bezuinigen op hun preventieprogramma’s. De belangrijke internationale hulp neemt af. Het Mondiaal Fonds voor de Strijd tegen Aids, Tuberculose en Malaria komt 3 miljard euro tekort om alle programma’s in 2010 voort te zetten. Om de gaten in hun begroting op te vullen, besparen Afrikaanse regeringen op de relatief goedkope aidsremmers. Meer verzwakte aidspatiënten zullen daardoor tuberculose krijgen en aangewezen zijn op duurdere antibiotica. Er voltrekt zich een heel wat realistischer doemscenario dan een tweede Spaanse griep. Miljoenen Afrikanen dreigen te sterven omdat ze hun medicijnen niet eens kunnen betalen. Ondertussen koopt de Britse regering aan de andere kant van de wereld alvast 30 miljoen mondmaskers, terwijl de efficiëntie van zulke maskers niet eens bewezen is. Lopen de Britten er straks net zo bij als die drommen Mexicanen in het nieuws? We wisten al langer dat de politiek gevoelig is voor beelden in de media, maar dit …

    Waar is SARS gebleven?
    U herinnert zich misschien nog de eerste pandemie van de 21ste eeuw. Het Severe Acute Respiratory Syndrome (SARS) zaaide zelfs paniek onder de experts want de ziekte was nooit eerder gezien en leek nog het meest op een driedubbele longontsteking. In november 2002 werd in Hong Kong het eerste geval van SARS vastgesteld en de WHO trok meteen aan de alarmbel. Het was de eerste grote test voor het toen nog nieuwe GOARN (Global Outbreak Alert and Response Network). Aanvankelijk zag het er niet goed uit. Het nieuwe virus reageerde niet op de bestaande behandelingen en verspreidde zich in twee maanden tijd naar de andere continenten met een relatief hoog dodental. Vooral China werd zwaar getroffen en moest vaak duizenden mensen in quarantaine plaatsen. De schrik zat er goed in en als je nog maar een keer hoestte, werd je in Peking gemeden als de pest. Ook de internationale handel had zwaar te lijden onder de SARS-paniek. Maar de ziekte werd uiteindelijk een succesverhaal voor het GOARN. In enkele maanden tijd werd SARS helemaal ingedijkt. In juni 2003 was alles voorbij en sindsdien zijn er geen nieuwe gevallen geregistreerd. In totaal werden zo’n 8000 mensen geïnfecteerd, waarvan 800 patiënten uiteindelijk stierven, amper het niveau van massamoordenaars als aids en tuberculose. De WHO gaf in een later rapport toe dat het overdreven reageerde op het nieuwe virus maar wijst erop dat dankzij die crisis de nationale overheden beter voorbereid achterbleven voor een volgende pandemie.


    © 2009 - Verrekijkers - Dries Rombouts
    Illustratie: Wout Schildermans

  • Kelten herleven dankzij Halloween

    Gruwelijke monsters, leviterende geesten, bloedzuigende vampiers en gereanimeerde lijken kwamen gisteravond weer tot leven in de Antwerpse metropool. Het zal niet onopgemerkt gebleven zijn dat het weer Halloween was. Om het startschot voor deze duistere nacht te geven, organiseerden echte die-hards een zombiewalk. Tijdens zo’n tocht, gaan ze, verkleed als levende lijken, door de stad zwerven om mensen de stuipen op het lijf te jagen. Hun verantwoording: “Wij doen gewoon graag gek.”


    Halloween is oorspronkelijk van Keltische afkomst: op hun kalender eindigde het jaar op 31 oktober. Men geloofde dat de geesten van overledenen die dag een nieuw lichaam kwamen zoeken, waarin ze gedurende het volgende jaar verder konden leven. Uit angst hiervoor droegen ze grote, afschrikwekkende maskers. Dit tafereel heeft de jeugd omgevormd tot een populair feest, met veel huiveringwekkende toestanden, maar vooral… veel snoepgoed.

    Ontsnappen aan vrouw en kind

    Is het wel een goede evolutie dat van een culturele en godsdienstige gebeurtenis een commercieel evenement wordt gemaakt? “Commerce is net het leuke eraan,” zegt Annemarie Caubergs, deelneemster aan de zombiewalk. ”Als iedereen eraan meedoet, wordt er een speciale sfeer geschapen.” Sommigen zijn het hiermee eens, anderen niet. Vooral ouderen vinden dat Halloween een te veramerikaniseerd event dat belangrijker werd dan Kerstmis en Nieuwjaar. De jeugd zou houden van spanning en actie, terwijl ouderen rust en kalmte verkiezen. Matthew Baker, Canadees wereldreiziger, is het hier niet mee eens: “In Canada is Halloween een groepsgebeuren, dus is het absoluut niet enkel voor kinderen bedoeld. Volwassen mannen zien deze dag als de kans om te ontsnappen van hun vrouw en de hele nacht op café te gaan.”

    Een heidens feest voor iedereen

    Sommige mensen houden vast aan oude gewoontes en gunnen de jeugd hun eigen feest niet. Jongeren kunnen zich op deze dag amuseren. Dit kunnen ze niet met Kerst, omdat ze meestal door ouderen verplicht worden deze traditionele avond met familie door te brengen. En waarom zouden volwassenen niet van dit heidens feest kunnen genieten? Verdraagzaamheid en respect, zowel van jong als oud, is de boodschap van de pleitbezorgers.

    Op http://users.telenet.be/HappyHalloween/Home.html, vind je alles wat je wil weten over Jack-o’- Lantern, Trick or Treat en bonfires.

    © 2009 – StampMedia – Nick Lodewyckx

  • (Hang)jongeren leveren een creatieve bijdrage aan hun stad

    Jongeren kunnen meer dan hangen alleen, om dit te bewijzen organiseerden Turnhoutse jongeren op 26 september 2009 voor de tweede keer het urban festival “23Dubbel0 On FIRe!”. Met optredens van bekende namen uit de hiphop-scene, een open-mic contest en graffiti-workshops leverden ze een creatieve bijdrage aan hun stad.


    “23Dubbel0 On FIRe!” verwijst naar de postcode van Turnhout. Het is de bekroning van bijna een jaar werk van een groep “hangjongeren”. Met “23dubbel0 On FIRe!” vertaalden de jongeren mee het Turnhoutse beleid: “rondhangen” is een recht. En als dat eventueel gepaard ging met overlast koos men niet voor repressie. Er werd naar oplossingen gezocht via toenadering en open communicatie.
    Project “23Dubbel0 On FIRe!” is dan ook een stap in de positieve beeldvorming over Turnhoutse jongeren.

    Een twintigtal jongeren legden samen een intensief traject af, begeleid door Uit de Marge vzw, samen met de straathoekwerker en medewerkers van het JAC, de Jeugddienst en Akira. De jongeren namen deel aan overleg, kregen vorming en gingen in dialoog met de stad Turnhout. Met de organisatie van het evenement op 26 september oefenden ze hun vaardigheden om creatief te organiseren en te communiceren. Ze kregen inzicht in de werking van diensten, politie en administratie. Ze namen initiatief en engageerden zich om hun project te realiseren.

    Op verzoek van de jongeren werd het jongeren media-agentschap StampMedia gecontacteerd om samen met hen een reportage te maken die het project toelicht vanuit hun leefwereld.


    © 2009 - StampMedia

    ===

    Deze reportage werd uitgezonden op 19/10/2009 door StadsTV Turnhout (RTV), aflevering 133.
    Deze reportage werd uitgezonden op 29/10/2009 door de jongerenzender TMF.
    Deze reportage werd gepubliceerd door Gazet van Antwerpen - online op 30/10/2009

  • Politiek zonder stropdas

    Tijdens de persconferentie op het Antwerpse stadhuis met de burgemeesters Janssens en Aboutaleb van Rotterdam op 28 oktober jl. deed deze laatste een opgemerkte uitspraak. Burgemeester Aboutaleb greep het uiterlijk voorkomen van een jonge vertegenwoordiger van de Europese Jongerenhoofdstad aan om zijn visie op de ‘ontwikkeling van de Rotterdamse jongeren’ in de verf te zetten. Volgens de burgervader hield dat in dat “de haren gaan plat liggen en de gympies vervangen worden door zwarte schoenen.”

    Burgemeester Janssens wist het veld te ontmijnen met een kwinkslag door te verwijzen naar zijn eigen ‘dasloze’ verschijning. Een reporter van StampMedia zag verscheidene wenkbrauwen de hoogte ingaan en nam achteraf contact op met Rogier Elshout, de jongere in kwestie.


    Nood aan verandering

    “Ik vind het een compliment dat hij zei dat ik hem over twintig jaar zou kunnen opvolgen,” reageert Elshout, “maar ik hoop daar in te slagen zonder mijn haar in een scheiding te leggen en mijn das net te trekken.”
    Jongeren die actief zijn in jeugdraden zijn erg bezig met hun idealen en willen een frisse wind brengen denkt Elshout. “Ik zou dingen willen bereiken zonder ‘het systeem’ te moeten accepteren,” legt hij uit. “En misschien heeft de Antwerpse burgemeester dan wel gelijk en hoeft die stropdas helemaal niet.”

    Dat Rotterdam nog tot december Europese Jongerenhoofdstad is, maakt de uitspraak van Aboutaleb helemaal verrassend, want veel jongeren krijgen immers de kans niet om een maatpak en stropdas aan te trekken. “Je kan een hangjongere in een maatpak steken, maar je zal hem nooit begrijpen,” zegt Elshout. “Het gaat erom de jongeren uit te nodigen in de beleidswereld en dat gaat niet door alles gewoon te doen zoals altijd. De meeste jongeren hebben geen interesse in de politiek, al is het maar omdat er constant gepraat wordt in een taal die ze niet begrijpen.”

    Hoewel Elshout zelf al enige tijd meedraait in de bestuurswereld, is hij er van overtuigd dat er nood is aan verandering. “Er moeten andere manieren gezocht worden om met de jongeren in contact te komen,” zegt Elshout. “Misschien moet de jongere er dan een beetje deftig uit zien, maar het vraagt wederzijdse aanpassingen om de kloof tussen de jongeren en de politici te kunnen dichten.”

    © 2009 – StampMedia – Carmen Van Oers

1 2 3 4 5 ...