Blog 455
...
-
[Opinie] Schone schijn bij Netlog
De sociale netwerksite Netlog gaat vernieuwen. Ze willen zich, nog meer dan voorheen, richten op jongeren. De verjongingskuur uit zich via nieuwe applicaties en een nieuwe lay-out, die momenteel al bestaat in een gesloten betaversie. Om het heugelijke nieuws te vieren hielden ze een dure persconferentie. De jongeren zelf mochten echter niet mee vieren.
Ze hadden aan alles gedacht: champagne, een taxidienst en een wandelend buffet. Iedereen was aanwezig. De ontwikkelaars, de medewerkers, de partners en de pers. Alleen de jongeren waren ze vergeten. Opmerkelijk voor een bedrijf dat zich op jongeren richt. Zij moeten immers met de netwerksite werken. Mogen zij de vernieuwing niet meevieren?
Er werd uitgelegd op welke manier de bedrijven de site moeten gebruiken om de jongeren te bereiken. Hoe je daarin te werk gaat, werd uitgelegd door ervaringsspecialisten. Deze specialisten waren ouder dan vierentwintig, en dus ouder dan de doelgroep. De term ‘ervaringsspecialist’ wordt plots heel rekbaar.
Wandelend zakgeld?
Is het niet handig om jongeren bij zo’n evenement te betrekken? Jongeren zijn meer dan wandelend zakgeld. Zij zijn de echte ervaringspecialisten van sociale netwerken. Zij weten hoe je ze bereikt. Bedrijven die zich tot jongeren richten, kunnen zich de vraag stellen welke functie de jongeren vervullen. Zijn ze enkel een imago, of kunnen ze meer zijn dan dat? Kunnen ze actief betrokken worden bij het ontwikkelen en uitbouwen van hun product?
Lorenz Bogaert en Toon Coppens, de oprichters van Netlog, staan open voor de idee. Ze brengen het naar eigen zeggen al in de praktijk. Coppens: “Wij doen alles voor de jongeren. Als we ons product willen verbeteren, leggen we ons oor bij hen te luister. Als ze goede ideeën hebben, die passen in onze strategie, werken we ze uit.”
Breezer
Zou het niet logisch zijn om de jongeren, bij wie ze te rade gaan, ook uit te nodigen op persconferenties en partnerdagen? De innovatieve veranderingen zijn mee door hen tot stand gekomen. Bogaert is verrassend hard voor dat uitgangspunt: “We kunnen toch niet allemaal met een breezer in onze handen rondlopen?” Dat spreekt boekdelen. Hoe serieus zou meneer Bogaert de ideeën van zijn doelpubliek nemen? Werkt hij voor de jongeren, of voor hun geld? Coppens stond meer open voor de suggestie: “We zullen er over nadenken bij het organiseren van de volgende partnerdag.”
Casino
De vraag blijft in welke mate bedrijven op een verantwoordelijke manier met hun doelpubliek omspringen. Vooral wanneer het gaat om jongeren. Een van de aanwezigen op de persconferentie was een vertegenwoordiger van een bedrijf dat casino’s inricht. Omdat de bezoekers van de casino’s steeds ouder worden, zocht zijn bedrijf een manier om jongeren te lokken. Met andere woorden, jongeren in de val lokken om ongebreideld geld uit te geven. De vertegenwoordiger hoopte daarvoor Netlog te gebruiken. Hier is duidelijk niet veel research aan te pas gekomen. De sociale netwerksite heeft een groot percentage minderjarige profielen. Gokken is pas legaal op eenentwintig jaar. Dat zegt genoeg.
© 2009 - StampMedia - Vincent Van Nauw -
Gigos/Genk Zuid wint Cera-prijs Vlaamse Jeugdwelzijnswerk
Jeugdwerking Gigos/Genk Zuid wint de jaarlijkse Cera-prijs van het Vlaamse Jeugdwelzijnswerk. De prijs wordt vandaag 20 november uitgereikt in het Antwerpse Provinciehuis door gedeputeerde voor jeugd Inga Verhaert. Gigos gaat naar huis met 2.500 euro en een klein kunstwerk. De Genkse organisatie draagt gedurende één jaar de titel “Jeugdwelzijnswerk van het Jaar.”
Gigos / Genk Zuid ondersteunt een samenwerkingsverband tussen het lokale jeugdwelzijnswerk en het bestaande jeugdwerk dat op vrijwilligers draait: speelpleinwerking, chiro, scouts en de jongerenvereniging van een Turkse moskee. De werkingen leren van elkaar over toegankelijkheid, onbewuste drempels en gehanteerde waarden en normen. De samenwerking is uniek in Vlaanderen.
Drempels
Coördinator Johan Paulini: “Traditionele jeugdwerking is ontoegankelijk voor een kansarm publiek. Binnen de wijken Kolderbos, Termien en d’Ierd/Vlakveld van Genk-Zuid groeit de groep jongeren die uit een allochtoon en /of kansarm milieu komt. Het plaatselijk traditioneel jeugdwerk heeft nauwelijks nog leden. Blanke jongeren trekken naar de grote chiro’s en scouts in het centrum.” Vanuit die vaststelling is Gigos gaan spreken met de plaatselijke leidingen. “We zijn erin geslaagd om de leiding van chiro en scouts samen te brengen met onze doelgroep tijdens de activiteiten van de jeugdwelzijnswerking. En dat op momenten die van oudsher voorbehouden zijn voor het traditionele jeugdwerk.”
Rol van de ouders
Paulini: “In gesprekken met allochtone en kansarme moeders konden we het belang van het traditioneel jeugdwerk duidelijk maken. De Turkse Moskee van Kolderbos had al een aanbod voor jongens in de wijk. Na gesprekken is er nu iedere vrijdag een instuif binnen het jeugdhuis van Kolderbos, georganiseerd door de vrijwilligers van de jongerenwerking van de Moskee.”
Neolithisch succesverhaal
Het Jongerenwelzijnswerk had al een eigen werking tijdens de zomer maar slaagde er niet in heel de vakantie een aanbod te organiseren. “Het samenwerkingsverband bouwde een replica van een neolithische hut waar zowel jongeren als vrijwilligers van de verschillende partners 24 op 24 uur konden overnachten en instuiven bij het kampvuur.” Gedurende juli en augustus kende de hut 154 overnachtingen en 49 kampvuren. Gemiddeld bereikte de samenwerking 165 kinderen. De hut kreeg ook 26 moeders van de doelgroep over de vloer bij kookactiviteiten of picknick momenten.
Win-win
Paulini: “We kunnen ontzettend veel van elkaar leren, zowel inhoudelijk als organisatorisch. Het jeugdwelzijnswerk kent de doelgroep maar het traditionele jeugdwerk is specialist in speeltechnieken en kan goed vrijwilligers organiseren. Kansarme kinderen en jongeren hebben baat bij een ‘gemengde’ werking. Het stimuleert hun taal en algemene ontwikkeling, de reflectie op de eigen situatie en de verdraagzaamheid. En jongerenwerkingen die ontstaan binnen de Moskees dienen serieus genomen te worden. Alleen zo kunnen ze zich onttrekken aan een toenemende stigmatisering en isolement. Het traditionele jeugdwerk daarentegen kan zich bezinnen over zijn eigen waarden en zich richten tot een breder en gemengd publiek.”
Uit De Marge
De Cera-Prijs van het Vlaamse Jeugdwelzijnswerk is ontstaan uit de samenwerking tussen Cera en Uit De Marge. Uit De Marge beoogt de emancipatie van maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren via jeugdwerk en jeugdbeleid. Met de jaarlijkse Cera-prijs van het Vlaamse Jeugdwelzijnswerk vragen Cera en Uit De Marge aandacht voor de situatie van maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren. Door bestaande projecten in dit jeugdwelzijnswerk in de kijker te zetten willen ze werken aan een positieve beeldvorming én identiteitsvorming, zowel voor de jongeren als voor het werkveld.
http://www.cera.be
http://www.uitdemarge.be
http://www.gigos.be/genkzuid/website.htm
© 2009 – StampMedia – Koen Stuyck -
Anne Provoost: "het Arabisch is enorm zinnelijk."
“Kent u de Marokkaanse literatuur? En hoe bekend is de Vlaamse literatuur bij de Marokkanen?” Met deze vragen vertrokken Rachida Lamrabet, Tom Lanoye, Joseph Pearce en Anne Provoost naar Casablanca en Rabat, waar ze hun Marokkaanse collega’s Latifa Baqa, Mohamed Berrada, Mohamed Nedali en Abdallah Zrika ontmoetten. StampMedia ondervroeg Anne Provoost over haar ervaringen.
Anne Provoost - (foto: Aicha Belorf)
Het resultaat van deze ontmoeting was afgelopen vrijdag 13 november voor het eerst te zien in het Antwerpse Zuiderpershuis. De acht auteurs lazen er voor uit eigen werk en uit de brieven die ze naar elkaar geschreven hadden naar aanleiding van de uitwisseling, telkens in de oorspronkelijke taal. Dit gaf een boeiende mix van Frans, Arabisch en Nederlands, voor iedereen verstaanbaar dankzij de ondertiteling die op de muur geprojecteerd werd. Het werd een literaire en ook erg muzikale avond, dankzij de mengelmoes van talen en de muzikale intermezzo's van de al even multiculturele band.
Anne Provoost
Anne Provoost woont al jaren in Borgerhout. , Dit was voor haar één van de belangrijkste drijfveren om mee te doen aan het project: de zijdelingse kennis -die je nu eenmaal opdoet als je buren en vrienden Marokkaans zijn- verdiepen en literair relevant maken. "Het was ook echt wel een verschil.Wij associëren Arabisch direct met straattaal, maar er bestaat ook een literaire kant. Ik werd in Marokko echt teruggegooid in de tijd, naar de verhalen van 1001 nacht, naar het sensuele en muzikale van de taal en de cultuur. Het Arabisch is een enorm zinnelijke taal, en vaak heel poëtisch."
Geen cultuurclash
En hoe zat dat met de verschillen in cultuur? "Dat hangt er vanaf waar je gaat zoeken. Als je rondloopt in Casablanca zie je echte armoede. Casablanca is een fuik; alles komt er samen. Marokkanen, Afrikanen die een weg zoeken naar Europa, enz. Maar met Marokkaanse schrijvers onderling is dat en heel ander verhaal. We deelden dezelfde passie, dezelfde interesse, en dan worden die verschillen ineens ongelooflijk klein."
Wat haar ook opviel, was hoe weinig ze eigenlijk kende van de Marokkaanse literatuur. "Het is een weinig ontsloten gebied. Er is niet veel Arabische literatuur vertaald in het Nederlands. Gelukkig spreken veel mensen goed Frans in Marokko – Dat is een groot voordeel. Het is heel moeilijk om het over literatuur te hebben als je elkaars taal helemaal niet spreekt."
"Marokko heeft ook een enorme literaire evolutie doorgemaakt in de laatste decennia. Enerzijds associëren we de Arabische literatuur met Ali Baba, met de verhalen van 1001 nacht, met sprookjesachige, heel oude verhalen. Anderzijds heb je ook moderne schrijvers zoals Berrada, die schrijven over de veranderingen in de cultuur, over vrouwenemancipatie, ... Marokko heeft dezelfde literatuuremancipatie doorgemaakt als de rest van de wereld, o.a. onder invloed van film, van het internet, ... Het is een heel eigenwijze vorm van literatuur geworden, en het evolueert nog steeds."
© 2009 – StampMedia – Noémie Six -
Abdallah Zrika: "Marokkaanse jongeren hier moeten fier
In oktober waren Rachida Lamrabet, Tom Lanoye, Joseph Pearce en Anne Provoost te gast in Casablanca en Rabat. Ze ontmoetten er collega-schrijvers Latifa Baqa, Mohamed Berrada, Mohamed Nedali en Abdallah Zrika. StampMedia sprak met Zrika, een modern icoon voor vele Marokkaanse jongeren.
Op 13 november kwamen ze de acht auteurs bijeen in het Zuiderpershuis om hun gesprekken verder te zetten. Ze lazen voor uit hun werk of lazen de brieven die ze naar elkaar hadden geschreven. Een literaire avond in het Nederlands, Arabisch en Frans waarbij iedereen moeiteloos kon volgen dankzij de ondertitelingen. Ze stonden stil bij de veranderingen van de laatste jaren in beide landen. Ze bogen zich ook over de verbindingen die onder meer door migratie zijn gegroeid, over taal, meertaligheid en identiteit.
Donkere verzen
Abdallah Zrika woont en werkt in Casablanca. Hij groeide op in Ben M’Sik, een arme buitenwijk van de stad. Hij was 12 toen hij zijn eerste verzen schreef. Hij studeerde sociologie en brak als twintiger meteen door als dichter. Zijn sombere en duizelingwekkend beeldrijke verzen verwoorden de blik van het individu op de slechte wereld die hem omringt. Abdallah: “Ik schrijf ook romans, maar vind poëzie nog steeds het belangrijkste. Mijn gedichten lijken voor sommigen donker, maar ik ben geen zwartkijker. Ik schrijf met vreugde. Zelfs in obscuriteit zitten kleuren. De dood bijvoorbeeld is een deel van het leven en het maakt niet uit op welke manier het toeslaat.”
Gevangenis
Hij belandde 2 jaar achter de tralies, omdat zes van zijn gedichten zogezegd “schadelijk voor de heilige waarden” waren. Zrika: “Ik vind het belangrijk om me vrij te voelen om te kunnen schrijven wat ik wil. Toch kan ik niet zonder en zal dus altijd blijven schrijven ongeacht de situatie waarin ik zit.”
Culturele inspiratie
Zrika gelooft niet in inspiratie. “Voor mij is schrijven werken hard werken. In Marokko is er ook weinig ondersteuning en structuur voor het cultureel leven. . In België heerst heel wat dynamiek en het is historisch en cultureel rijk.”
Jongeren
Volgens Wikipedia vertegenwoordigt Abdallah Zrika het ideaal van poëzie, vrijheid en zelfexpressie voor de Marokkaanse jeugd. Abdallah: “In België zijn er heel wat mogelijkheden. De Marokkaanse jongeren hier moeten fier zijn op zichzelf en op hun buitengewone geschiedenis. Ze moeten de mogelijkheden benutten en inzien dat hun meertaligheid een enorme rijkdom is. We moeten niet over een imaginaire identiteit nadenken. We zijn wie we zijn.”
© 2009 – StampMedia – Aicha Belorf -
Antwerpen Noord beweegt
KIDS Noord, Chiro Dolfijn en MSC Ahlan organiseerden op 15 november een opendeurdag om hun werkingen voor te stellen. Hun gemeenschappelijke biotoop is Antwerpen Noord. Hun gedeelde missie: kinderen en jongeren van ‘de Seefhoek’ een zinvol en leuk vrijetijdsaanbod bieden.
Kansen in de stad
Chiro Dolfijn is een jeugdbeweging die op zondag activiteiten biedt voor kinderen en jongeren van ’de Seefhoek’ tussen 6 en 17 jaar. KIDS staat voor Kansen In De Stad en wil vooral kinderen en jongeren bereiken die het moeilijk hebben om zich aan te sluiten bij wat er te beleven is in de stad. Heel wat kinderen stromen door vanuit KIDS naar de Chiro en andersom. Beide organisaties zitten in aanpalende gebouwen. Yakup (vrijwilliger KIDS Noord): “Ik kwam hier al van toen ik klein was en beleefde er een leuke tijd. Nu ben ik zelf vrijwilliger en help ik mee bij het begeleiden van de kinderen.”
Jan Verstraete (algemeen coördinator KIDS Noord): “We organiseren elke dag activiteiten voor onze leden, behalve op zondag. Met de opendeurdag willen we de buurt laten zien wat er hierbinnen allemaal gebeurt. De kinderen vermengen zich met de kinderen van Chiro Dolfijn en MSC Ahlan en zo leren ze elkaar ook kennen.”
MSC Ahlan
MSC Ahlan is een organisatie die door een dertigtal enthousiaste vrijwilligers wordt gedragen. Hun missie is om vanuit hun gemeenschap op verschillende beleidsdomeinen actief te zijn om het welzijn van kinderen, tieners, jongeren en volwassenen te verbeteren. Samen organiseren ze allerlei activiteiten rond jeugd, sport, onderwijs, emancipatie en participatie.
Kiliç (16): “Als vrijwilliger kom ik in contact met heel wat mensen. We hebben een toffe vrijwilligersgroep. Ik werk ook graag met kinderen en vind het belangrijk dat ze niet op het verkeerde pad komen.”
Dynamische buurt
Jan Verstraete: “Ik ben bij KIDS Noord begonnen omdat ik dit belangrijk werk vind. Antwerpen Noord heeft me altijd al aangesproken door al de bewegingen in de wijk. Ook door de grote diversiteit onder de mensen. Er gebeurt hier heel veel, kijk maar de vele activiteiten in het nieuwe park Spoor Noord.
© 2009 – StampMedia – Aicha Belorf -
Loslopend Wild in het Vlaamse Striplandschap
Op 10 november organiseerde distributeur Pinceel op de Boekenbeurs verschillende infosessies rond de nieuwe Vlaamse strip. Een jonge garde stripauteurs zat er rond de tafel voor een vraaggesprek onder leiding van stripspecialist Geert De Weyer. In dit debat werd de stijlbreuk met het verleden aangekaart.
“Opportunistische sletjes, mensen lezen graag zo’n shit.” Deze gevleugelde woorden sprak Maarten vande Wiele, stripauteur van I Love Paris, uiteraard met een vette knipoog. Hij kwam met andere jonge tekenaars, waaronder Conz, Philip Paquet en Kristof Spaey, zijn jongste worp promoten. Wat meteen opviel in deze voorstelling was de grote variatie in gepubliceerde strips. De nieuwe lichting jongeren brengt geheel eigen verhalen en laat zich niet beperken door de oudere tradities. Het is een stijl die fel afsteekt tegen de klassieke strips van Suske en Wiske, Jommeke en Kiekeboe. De nieuwe tekenstijl gaat van cartoonesk naar impressionistisch tot hyperrealistisch. Deze grote contrasten vinden we ook terug in de inhoud van de verhalen, die even uiteenlopend als gedurfd zijn. Een mengeling van Sex and the City met Dynasty, een coming of age liefdesverhaal en een snoeiharde actiethriller behoren tot de meest recente uitgaven in Vlaanderen.
Buitenlandse dromen
Het opkomend talent heeft veel liefde en bewondering voor het werk van buitenlandse auteurs. Deze invloeden uit hun jeugd dienen dan ook als inspiratiebron voor hun eigen werk. Het loslopend wild wil zichzelf duidelijk niet beperken tot de Vlaamse klei. Velen onder hen zoals Kristof Spaey dromen van uitbreken naar buitenlandse markten. “Als je strips wilt maken om daar voltijds van te leven, dan moet je die keuze maken,” aldus Philip Paquet. De meesten onder hen zijn verplicht om geregeld illustratie opdrachten te aanvaarden. De Vlaamse markt is gewoonweg zo klein, dat deze auteurs niet van hun eigen strips kunnen leven. Via internet ontdekten ze wat allemaal mogelijk is en hoe je een groot publiek kan bereiken. Tegenwoordig kan je echter enkel een grote populariteit verwerven via televisie. Niet alle tekenaars zijn bereid deze toer op te gaan. Voorlopig lijken ze tevreden hun eigen ding te kunnen doen en persoonlijke verhalen te vertellen. Die artistieke zienswijze zou verloren gaan indien ze niet konden rekenen op de steun van de kleine uitgeverijen
Noodzakelijke subsidies
De huidige oplages schommelen tussen duizend en drie duizend exemplaren. De jonge tekenaars vinden dan ook geen afzet bij de grote spelers. Het Vlaams Strip Fonds speelt hier een belangrijke rol via de toebedeling van subsidies. Die professionele begeleiding geldt als een goede motor om het product af te werken. Helaas geraken sommigen bij de oudere generaties geïrriteerd over de aandacht die de jonge wolven krijgen. Voor Conz is de meeste kritiek oneerlijk. De criticasters die steeds opnieuw verwijzen naar subsidies zeggen niets over sectoren zoals opera, literauur en cinema. Die krijgen in verhouding met de stripwereld nauwelijks te maken met deze discussie. Volgens Van de Wiele is deze financiele steun misschien te gemakkelijk, maar in het algemeen zijn de auteurs het erover eens dat ze het project ten goede komen. De subsidies kopen niet alleen tijd, middelen en gemoedsrust, maar het helpt om kwalitatief betere strips te krijgen door verzorgde inkleuring, lettering en andere toepassingen.
Moeilijke publicatie
In deze discussie mag dan ook niet vergeten worden dat het Vlaamse striplandschap serieus hertekend is. Het verschil met vroeger is groot en de gloriejaren van Willy Vandersteen en Marc Sleen liggen lang achter ons. Deze grondleggers hebben nooit subsidies gezien en dienden met hun reeks te scoren of hun verhaal werd afgevoerd. In die tijd konden strips nog gemakkelijk hun weg naar het publiek vinden via de dagelijkse krantenpublicaties. Tegenwooordig vindt men daar enkel nog de import van een reeks buitenlandse gagstrips terwijl de Vlaamse tekenaars in de kou blijven staan. Daar komt nog eens bij dat het aartsmoeilijk blijkt om een grote reeks als mainstream strip van de grond te krijgen zelfs met de steun van de grote uitgevers. Hier staat wel tegenover dat de klassieke Vlaamse strip helemaal niet verkoopt in het buitenland. Zelfs onze noorderburen uit Nederland moeten niets weten van Jommeke.
Niet marginaal
De infoavond op de boekenbeurs werd afgesloten met de vertoning van de documentaire ‘De Strip Hertekend’. Hierin werd een blik gegund op de leefwijze en werkmethode van enkele toonaangevende, hedendaagse striptekenaars. Zo konden we definitief concluderen dat als er al één gelijkenis tussen de auteurs te vinden valt, dan was het wel dat er nauwelijks gelijkenissen bestaan. De Vlaamse strip is de laatste jaren ongetwijfeld een nieuw fris pad ingeslagen en het gaat de meeste tekenaars voor de wind qua kritisch succes. Ze zijn overtuigd dat de strip er staat als een volwaardig medium en net als illustratie fondsen verdient. “Zeker in een markt waarin de interesse voor jonge tekenaars slinkt,” zegt Conz, ” want er is namelijk geen enkele reden waarom deze strips in de marge zouden moeten belanden, of als raar en alternatief bekeken worden.”
© 2009 – StampMedia – Yves Torbeyns -
Vooruit danst op rockabilly
Gebeten door alles wat met vintage rock&roll te maken heeft, serveerden The Hometown Gamblers op zondag 15 december de nodige muziek aan honderden danslustigen in de Gentse Vooruit. Wie zich de rockabilly danspassen meester wilde maken, kon aanschuiven voor de danslessen van vzw Polariteit.
© 2009 - StampMedia /Vooruit - Edward Populaire, Julie De Moyer, Britt Raes -
"Toetreden tot de samenleving met een warm gevoel&quo
Op zondag 15 november organiseerden de onthaalbureaus Inburgering Gent en Inburgering Oost-Vlaanderen samen een feest voor inburgeraars en Oost-Vlaamingen in de Vooruit te Gent. Met dit feest zet men de kersverse Vlamingen in de bloemetjes en laat men iedereen aan den lijve ondervinden dat toetreden tot de samenleving gepaard gaat met een warm gevoel.
In 2008 vestigden zich 4.630 meerderjarige nieuwkomers vestigden zich in Oost-Vlaanderen, waarvan de helft in Gent. Velen onder hen volgden het afgelopen jaar een inburgeringstraject of behaalden een attest van inburgering. Redenen genoeg om af te zakken naar de Gentse Vooruit voor het ‘Café Dansant Mondial’ en de vinger aan de pols te houden tijdens een gesprek met Eddy Couckuyt, gedeputeerde voor de provincie Oost-Vlaanderen.
© 2009 - StampMedia/Vooruit - Charlotte Dhont en Gijs Witdouck -
HIV nog steeds een groot taboe
Sensoa, Designers Against Aids, Het Roze Huis, Cavaria en Springle vzw slaan de handen in elkaar om de solidariteitsoproep van Wereld Aids Dag (1 december) in de schijnwerpers te zetten. Daarmee willen ze voor de derde keer het publiek bewust maken van hun houding tegenover mensen met aids.


De campagne werd voorgesteld in het Shopping Stadsfeestzaal waar vier reuzenbanners met de gezichten en boodschappen van Bekende Vlamingen onthuld werden.
Discriminatie
Uit de resultaten van de laatste Gezondheidsenquête uit 2004 blijkt dat in Vlaanderen 74% van de bevolking één of meerdere discriminatoire houdingen tegenover seropositieve personen heeft. Vele Vlamingen vinden zich tolerant, maar wanneer je verder vraagt, bijvoorbeeld hoe ze zouden reageren als een collega seropositief blijkt te zijn, gaat het vaak om schijntolerantie. Zelfs medisch personeel reageert vaak afwijzend of met overdreven voorzichtigheid op patiënten met hiv. Mensen met hiv proberen hun infectie dan ook vaak zo lang mogelijk verborgen te houden voor anderen. Boris Cruyssaert (Sensoa vzw): “We krijgen vaak de vraag van bedrijven hoe ze bij hun medewerkers bekend kunnen maken dat een collega seropositief is. We gaan dan in dat bedrijf praten over aids. Er hangt nog steeds een groot taboe rond.”
Toestand in België
Boris Cruyssart (Sensoa vzw): Elke dag krijgen in België drie mensen te horen dat ze drager zijn van hiv. We merken dat mensen in de jaren ‘80 veel bewuster waren van de risico’s van aids, omdat het toen volop in de media aanwezig was. Het virus raakt vooral mensen uit de actieve bevolkingsgroep van 20 tot 45 jaar. 80 % van de besmette Belgen zijn mannen en 3/4e daarvan betreft homoseksuele mannen. Er is dus nog steeds een campagne nodig om op te roepen voor solidariteit en tegelijkertijd te sensibiliseren.
Medicijnen
Boris Cruyssart : Aidsremmers worden steeds efficiënter en mensen kunnen nu een ‘quasi’ normaal leven leiden, maar van de bijwerkingen is nog niet veel geweten. In Amerika blijkt nu dat de aidsremmers de cholestorol verhogen, waardoor die mensen aan een te hoge cholestorol sterven.
Campagne
Met de campagne wil sensoa het algemeen publiek wakker schudden en doen inzien dat uitsluiting op basis van het feit dat iemand seropositief is nog steeds gebeurt. De methode die ze hierbij kiezen, is modeling. Bekende figuren die vaak een referentiefiguur vormen, dagen de mensen uit om hun mening rond het thema te herzien. Sensoa koos Bekende Vlamingen die verschillende doelgroepen aanspreken. Boris Cruyssaert :” Het is de bedoeling dat de BV’s met hun slogans de mensen confronteren met hun houding tegenover mensen met HIV. Sofie Engelen, Elodie Ouedraogo, Brahim, Véronique De Kock, Freek Braeckman en Roel Vanderstukken vormen samen het gezicht van deze campagne.”
Brahim:” We hebben een fotoshoot gedaan en daarbij een slogan bedacht om aandacht te vragen voor mensen met hiv. Ik heb kennissen die seropositief zijn en vind dat men deze mensen niet mag uitsluiten. Solidariteit draag ik hoog in het vaandel.”
Meer info: www.sensoa.be
© 2009 – StampMedia – Aicha Belorf -
'De Comïsie' verdeelt Antwerpen in rijk en arm
Op zaterdag 7 november kwamen een tiental jongeren, verkleed als communistische Russen en met carapils bij de hand, op straat om de val van de Berlijnse muur te herdenken. Ze tekenden een denkbeeldige muur op straat, die het minder gegoede Antwerpen moest scheiden van het welgestelde deel van de stad.
20 jaar geleden, op 9 november 1989, werd er een einde gemaakt aan een 45 km lang bouwwerk dat families en vrienden van elkaar scheidde. De Berlijnse muur kapte de stad gedurende 28 jaar in een Oostelijk en Westelijk deel. De Duitse Democratische Republiek (DDR), een communistische staat waar Oost-Berlijn toe behoorde, wou beletten dat haar inwoners massaal naar het kapitalistische Westen zouden vluchten. Na verloop van tijd werd de kloof tussen de arme en de rijke kant van de muur groter, omwille van de economische en technologische achterstand van het Oostblok.
Geschiedenis herhaalt zich
Zaterdag 7 november kwamen een tiental jongeren, verkleed als communistische Russen en met carapils bij de hand, op straat om deze gebeurtenis te herdenken. Ze wilden een denkbeeldige muur creëren, die het minder gegoede deel van Antwerpen afzonderde van het welgestelde. Deze antikapitalistische jongerengroep, die zichzelf ‘De Comïsie’ noemt, stippelde in enkele uren tijd een traject van 6 km uit en legde deze vast in een doorlopende krijtlijn die begon aan het Hessenplein en eindigde aan de Cockerillkaai. De jongeren uiten kritiek op de hedendaagse maatschappij. “Iedereen zou dit moeten doen”, zegt Timothy, stichtend lid van de organisatie, “de enige voorwaarde is dat de kritiek gegrond is en een politieke of culturele boodschap met zich meebrengt.”
StampMedia vroeg hen waar ze voor staan, met welke motivatie ze handelen en wat ze kunnen bereiken. Hebben ze een impact op ons dagelijks leven, of zijn hun acties zinloos? “Ons doel bestaat erin de mensen te doen nadenken,” zegt Timothy, activist van ‘De Comïsie.’ “De vraag is soms belangrijker dan het antwoord.”
Verdeelde mening
Buurtbewoners reageerden verrast op dit initiatief: “Ik kom mijn deur uit en zie een scheidingslijn tussen mijn huis en de bakker aan de overkant,” zegt Arlette Adriaensen, bewoonster aan de arme kant van de lijn. “Het is goed dat de jeugd zulke initiatieven neemt. Hierdoor beginnen mensen kritisch na te denken over het systeem waarin we leven.” Jozef Verbeeck ziet het anders: “Waar houden deze kinderen zich mee bezig? Ze zouden beter iets nuttigs doen dan met krijtjes op muren en de openbare weg te tekenen.”
Zie ook: http://www.facebook.com/group.php?gid=50763349267
© 2009 – StampMedia – Nick Lodewyckx