Blog 43
-
Destino (Salvator Dali & Walt Disney)
Prachtige kortfilm gebaseerd op tekeningen en schetsen van Salvator Dali en Walt Disney. Project begonnen in de jaren '40, maar pas recent afgewerkt.
Een DVD-release, please?!
- Quote
The Walt Disney Co. plans to release Destino, a film that began as a 1946 collaboration between Disney and surrealist Salvador Dali and completed in 2003 under the supervision of Walt's nephew, Roy E. Disney. Disney said that it expects to release the film as part of a two-disc "Walt Disney Treasures" set on November 11, 2008. The set will also include a feature-length documentary describing how the partnership between Disney and Dali developed. Another feature included in the package will be a short entitled "The Disney That Almost Was," about Disney projects that never came to full fruition.
Alas;
- http://www.ultimatedisney.com/:
July 2, 2008 - Disney has recently revised its vague press release for Walt Disney Treasures: Wave 8. The only difference? Destino, the 2003 realization of a long-unfinished Walt Disney/Salvador Dali animated short, has been dropped. The Chronological Donald, Volume 4 and Dr. Syn, Alias The Scarecrow are still scheduled for release on November 11th. Comments from Disney and Treasures emcee Leonard Maltin suggest that Destino, long anticipated on DVD and earlier planned for release in Walt Disney's Legacy Collection, is still likely to show up in the future, just not as a Treasure and not necessarily in 2008. -
Las Vegas, baby!
Onze laatste - echte - Amerikaanse dag, de vliegtuigreis niet meegerekend. Nadat we al 17 dagen van de ene verbazing in de andere vallen, véél ademenbenemende mo(nu)menten (in alle facetten van het woord) hebben bewonderd, en daardoor toch wel wat van onze melk zijn, doen we het vandaag iets rustiger aan. Laat ons zeggen dat we toch op z’n minst lang uitslapen, rustig een duik in het zwembad nemen (wat enorm veel deugd doet, al is het effect na 5 minuten in de brandende zon al gauw weer teniet gedaan), alles mooi inpakken en pas tegen 16u de stad weer induiken …
We nemen de Las Vegas Monorail (en niet “de shuttle“, zoals Jurriaan weleens placht te zeggen) tot de eindhalte, het MGM-hotel. We worden er alweer meteen ondergedompeld in de slots, speeltafels en een eindeloze stroom aan dikke mensen. Opvallend: de ‘delers’ aan de speeltafels zitten er stoïcijns bij en doen geen enkele moeite om je te lokken. Verboden bij wet, misschien? Wat dan weer niet verboden is hier, en blijkbaar als enige plek in Amerika, is reclame maken voor gewillige meisjes, en hun diensten.
We moeten telkens heel wat moeite doen om de uitgang van de casino’s te vinden, en als je een ‘uitgang’ vindt, is dit vaak gewoon de ingang van een ander casino in het naburig hotel.
Naast MGM Grand, met zowel een echte als een gigantisch grote bronzen leeuw, deden we ook New York New York (I will say this only once). Best spectaculair, al is het maar een een flauw afslagje van the real deal, die we een tweetal weken eerder bewonderden, uiteraard. De rollercoaster die ‘door’ NY raast, is desalniettemin spectaculair genoeg, waardoor Laura voet bij stuk houdt om dit aan haar voorbij te laten gaan.
Het middeleeuwse hotel-annex-duplokasteel Excalibur is een beetje zielig naar Las Vegas normen. In het Luxor hotel, een nagebouwde piramide die weliswaar groter is dan gelijk welke ‘echte’ piramide, kunnen in de inkomhal volgens onze gids wel 9 jumbo jets. Ondanks het feit dat dat toch wel lichtelijk overdreven is, is het inderdaad spectaculair groot.
De avond begint te vallen en de magen beginnen te grollen. Eerst waren we van plan een all-you-can-eat-buffet te doen - naar ‘t schijnt een must-do in Vegas - maar we zien er van af met de gedachte dat er wel wat vegetarische kost zal zijn, maar dat dit wellicht tot een minimum beperkt is. Wat hebben wij aan oesters en kreeft? En plus is de rij aan het buffet van Paris toch wel een paar tiental meter te lang naar onze zin. We flaneren onder de Eiffeltoren (de helft zo klein als grote broer), waar we een Frans-Italiaans-restaurantje vinden waar ze vegetarisch eten hebben. Naar goede Amerikaanse gewoonte worden we er door wel 5 verschillende mensen bediend: iemand die ons ontvangt en naar de tafel brengt, een ‘vaste’ dienster die bestelt en af en toe (lees: constant) komt vragen of everything fine is, honey, iemand die water komt in- en bijschenken, iemand die het eten komt brengen, en dan loopt er hier nog iemand extra rond die nutteloos hangt rond te dralen en mopjes over Le roi Albert komt verkondigen.
Na ons lekkere eten, en superheerlijk dessertje, zetten we koers richting Bellagio, waar we enkele keren met open mond (alweer!) het fonteinenspektakel bewonderen. Het water van de aangelegde ‘vijver’ voor het hotel komt tot ongeveer de twintigste verdieping (wild guess), en is gewoonweg geweldig! Het is ook elke keer een andere voorstelling, met andere muziek (van Elvis tot Andrea Bocelli) en een andere ‘choreografie’. Enorm!
Nog ferm onder de indruk trekken we naar het - potverdorie, ook al indrukwekkende - Caesar’s Palace. We doen hier echt alle Europese toeristische plaatsen aan … Laura ziet het allemaal iets donkerder als de rest; een zonnebril op sterkte is handig, maar dan moet een mens natuurlijk ook wel de gewone bril meepakken voor ’s avonds …
Lichtelijk gedeprimeerd door het aanzicht van de aan-slots-verslaafde-mensen en verbluft door de snelheid waarmee de ons redelijk onbekende spelletjes als Blackjack en Poker worden gespeeld, zien we af van het idee om zelf te gokken in Vegas. Bovendien zijn we ondertussen al weer goed moe gestapt en verlangen we naar ons heerlijk zachte bed.
Las Vegas is kitch, maar wel van een overdonderende en overweldigende soort. Vergelijkingen zijn onmogelijk te maken en namaak-Las Vegas-sen zouden deze ongelooflijke stad wellicht oneer aandoen.
Woensdag 23 juli gaat de wekker véél te vroeg af … *geeuw*. Maar ‘t is dan ook nodig, om 7u30 vertrekt ons vliegtuig, over New York terug naar Brussel.
Bij Avis wacht ons nog een leuke verrassing: we blijken de extra tax voor min-25-jarigen niet te hoeven betalen. 200 dollar uitgespaard, daar kan een mens al eens iets mee doen.
Helaas geen business class deze keer, maar we weten ons wel bezig te houden: slapen, lezen, filmpje kijken … de usual vliegtuig-stuff dus.
In New York zitten we nog 3,5 uur vast door de weersomstandigheden. Op een bepaald moment kregen we in het vliegtuig het niet al te optimistisch bericht dat we in ‘the line’ stonden, en dat er nog zo’n 20 vliegtuigen voor ons waren … Maar al bij al verliep de reis prima, en waren we tegen half elf ’s morgens in Brussel. Bovendien was deze keer onze bagage wel degelijk mee! Oef …
Wat een reis, jongens. Wat was dat nu allemaal? Alle superlatieven bij elkaar zijn nog ontoereikend om dit te beschrijven. Geweldig komt wellicht het meest in de buurt …
Volgend jaar gaan we terug; Los Angeles, Yosemite, Death Valley, Joshua Tree, Sequoia, San Francisco, … De wishlist groeit. -
Lake Mead en Las Vegas
Water! Zwemmen! Verfrissing! Dat is wat we zoeken, en daarvoor rijden we naar Lake Mead. Eén van de 2 meren waar we nu al sinds onze aankomst hier rondcirkelen, maar dus nog nooit geraakt zijn. Lake Powell en Lake Mead zijn beide twee gigantische stuwmeren, verantwoordelijk en onontbeerlijk voor het leven hier. Zonder de electriciteit en het water van deze meren geen leven in Las Vegas, laat staan fonteinen.
Als we aan de meest noordelijke haven/baai van het meer komen, is er echter niet veel leven te bespeuren, de camping en het plaatselijke restaurant zijn verlaten. Dat heeft - hoogstwaarschijnlijk - alles te maken met de grote afwezige; het water zelf. Vandaag rijkt het meer niet tot hier. Grote schommelingen zijn niet zo abnormaal hier, je zou het zelfs aan de stand van het meer kunnen merken wanner de pieken in stroomverbruik in Las Vegas en Los Angeles zijn.
Aan de volgende haven doen we een nieuwe poging tot zwemmen. Hier is het echter verboden omwille van de boten. Laura gaat raad vragen en we worden verwezen naar een kaap even terug waar er wel kan gezwommen worden. Via een dirt road langs een al even verlaten reeks vakantiehuisjes, bereiken we het meer. Het is echt superwarm hier; we zitten niet zo hoog meer, en er is geen zuchtje wind. Met onze t-shirt aan duiken we het meer in. Van afkoeling is er niet echt sprake, want ook het meer zelf moet zeker een graad of 25 zijn, schatten we.
We waren van plan om aan het meer te overnachten, maar door het ontbreken van campings en de hitte, kiezen we ervoor door te rijden naar Las Vegas en daar ons geluk te beproeven.
Maar eerst nog even wat verbouwingswerken aan het meer. Met de zachte kleigrond maken we een minstens even indrukwekkende replica van het Empire State Building. Nevada is ons dankbaar voor deze nieuwe attractie.
De laatste kilometers die we afleggen met onze Dodge Avenger zijn zeer indrukwekkend. Over een vernieuwde weg, maar zonder ook maar iemand tegen te komen, slingeren we door Nevada. Bochten afsnijden en niet hoeven remmen; puur genietene in dit prachtige decor. Mocht de E40 langs hier komen, het zou een plezier zijn om elke dag naar Brussel te pendelen. We merken enkele Joshua Trees op; merkwaardige bomen!
In Las Vegas aangekomen staat onze kilometerteller net geen 3000 kilometer verder. We beseffen dat het moeilijk wordt om deze roadtrip nog te overtreffen, maar duiken net voor zonsondergang nieuwsgierig Las Vegas in. Het voelt een beetje als thuiskomen, maar door ons (ver)kort verblijf 2 weken geleden, zijn we eager om het nachtleven hier te ontdekken en ons te laten verbluffen door de kitsch.
We hebben een hotel geboekt voor onze aankomst in Las Vegas, maar die was voor morgen gepland. We wagen toch onze kans in het geboekte Best Western hotel, en ze hebben ook een dag vroeger net nog een kamer voor ons. Het is wel geen kamer met Double Queen. Sjah, we slapen toch in hetzelfde bed. In de kamer is een keuken en volledige salon. Eigenlijk meer een vakantiehuis dan hotel. Het hotel ligt aan de Paradise Road, een parallelstraat met de Las Vegas Boulevard, achter het golfterrein van het Wynn hotel.
De eerste avond in Las Vegas spenderen we in The Venetian, met een volledige rivier plus gondeliers - op het eerste verdiep! -, kijkend naar het absurde spektakel met zinkende boten, dansende piraten en knallend vuurwerk voor het Treasure Island hotel, en uiteindelijk met een - veel te koude - Chimay in een bar in het Bellagio. The Strip is één groot pretpark, maar wel één met uitzonderlijk oog voor details. Alles is nep, maar tot in de puntjes afgewerkt. Quality kitsch? Enkele uren lang wandelen we van hotelcasino naar casinohotel en kijken onze ogen uit. -
Hidden Canyon
De hele camping zingt Happy Birthday vandaag! Of tenminste, Laura probeert het zo te doen lijken door het de hele dag door te zingen. Op een even spectaculair verjaardagscadeau als eerder moet Jurriaan niet meer hopen, maar wel een extra memory-spel en verjaren in het decor vanZion National Park; er zijn ergere manieren …
We starten de dag rustig, want ook vandaag swingen de temperaturen de pan uit. Tegen de middag, als de eerste wolken opzetten, gaan we een kijkje nemen in het Visitor Centre. Daar blijkt dat er vandaag gevaar op flash floods is (weer wat onweersdreiging), waardoor de Park Ranger ons afraadt om een wandeling te doen. Nu ja, moet afraden waarschijnlijk.
We besluiten het advies in de wind te slaan (genoeg vertrouwen in de weergoden), en vertrekken toch naar Hidden Canyon. Gelukkig maar, het blijft heel de tijd droog en de wandeling is zalig mooi. Het pad klimt van aan Weeping Rock de rand van de canyon op en al snel zitten we hoog, met een mooi uitzicht op de Green River en de rest van de canyon. Aan het eind van het pad wordt het steeds spectaculairder door de diepte van het ravijn naast ons en het pad dat half is uitgehouwen in de rotsen. Hier en daar bieden kettingen beveiliging. Als we aan het einde van het pad komen, also known as de ingang van de Hidden Canyon, stopt de wandelweg. Iets vroeger dan verwacht; we zijn nog niet voldaan, en wandelen de Hidden Canyon zelf in. Deze canyon is zowel een “slot canyon” - zeer smal -, een droge canyon - enkel gevormd door tijdelijke smeltwater en/of flash floods - als een “hanging canyon”. Het einde van de canyon, dat uitkomt op de hoofdcanyon van het park, hangt enkele honderden meters boven de bodem van de andere canyon.
De wandeling in Hidden Canyon is op eigen risico, er is hier geen onderhouden pad meer in. We geraken dus veel minder snel vooruit, maar het is wel wijs. Een San Franciscaan vergezelt ons, en merkt op dat hij ons eergisteren heeft zien picknicken aan Bryce Point. Ons was hij niet opgevallen, maar het blijkt een wijze gast te zijn, waarover we het nog even over San Francisco hebben, en dat is een relaxte mooie stad weet Jurriaan sinds z’n bezoek voor Google I/O.
Hadden we wat meer tijd gehad, dan hadden we misschien de langere wandeling naar Angel’s Landing kunnen doen. Die gaat tot aan de bovenrand van de canyon en is qua diepe ravijnen, smalle paden en vergezichten nog iets spectaculairder naar het schijnt. Jammer, maar zoals in alle eerdere parken is het kiezen en schrappen.
Op het eerste zicht overtuigde Zion National Park niet; niet meteen vergezichten en minder uitgestrekt, anders dan de rest, maar na Weeping Rock en de wandelingen vandaag, zijn we ook fan, zwaar fan.
We sluiten de dag af in een ander Mexicaans restaurant (veel keuze hier), waar ze onder de indruk zijn van de tip die we geven, of daar lijkt het op. -
Zion National Park
En nu naar Zion National Park, het laatste park van deze reis. We rijden het park binnen langs de oostkant, en rijden voorbij Checkerboard Mesa en door de Zion-Mt. Carmel Tunnel. Deze tunnel was, met z’n lengte van een mijl en gebouwd rond 1920, lange tijd één van de grootste tunnels in Amerika. Hij was toen echter duidelijk niet voorzien op de grote wagens van vandaag, waardoor het verkeer langs de beide zijden wordt tegengehouden als er een camper door moet, want die moet mooi in het midden - en dus over twee rijstroken - rijden. En er zijn heel wat mensen die ervoor kiezen om het Zuidwesten te bezoeken met zo’n mobile home; we rijden al te vaak achter zo’n trage kwiet, bijna allemaal met een foto van Yosemite Park erop (zo zijn we daar ook al geweest).
Na de tunnel rijden we voorbij de scenic drive, die in de zomer steeds gesloten is voor verkeer. Enkel mensen die in de Zion Lodge overnachten kunnen erin. Anders moet je de shuttle bussen nemen; een systeem ingevoerd enkele jaren terug; het was hier namelijk altijd file, midden in een Nationaal Park. Zion bezoek je, in tegenstelling tot de parken die we eerder deden, vertrekkende van middenin de Canyon van de Green River, en niet vanop de flanken.
vWe zetten onze tent recht op de South Campground van het park en besluiten eerst een wasje te doen in de wasserette van Springdale, net buiten het park. Na 2 weken rondtrekken, besluiten we eens aan de kaartjes naar het thuisfront te beginnen.
Het is echt druipen van het zweet vandaag, en dat terwijl we gewoon in de schaduw zitten. De volgende dag vinden we daar een verklaring voor; het weerbericht had het over 41° celsius! 105 graden Fahrenheit klinkt zelfs nog indrukwekkender. Gelukkig is de warmte hier droger dan in België. 41 graden op het thuisfront moet enorm beklemmend zijn.
Later in de namiddag, als het al wat ‘afgekoeld’ is, nemen we de shuttle bus “up canyon”. Er is een stop of 7. We zien de Great White Throne van aan de Temple Of Sinawava. Dieper de canyon in wordt het steeds nauwer, en aan het eind van de weg doen we de Riverside Walk naar de Zion Narrows; waar de canyon nog zo breed is als de rivier zelf en je enkel maar door het water verder kan.
Een volgende wandeling brengt ons naar Weeping Rock, waar het regent uit de rots (insijpelend grondwater dat op harde laag botst en enkel langs opzij nog een uitweg vindt). Daarna wandelen we van aan de Lodge, via de Lower Emerald Pool, mét watervalletjes (mooi mooi!), naar The Grotto.
’s Avonds eten we op het terras van een goed Mexicaans restaurantje; lekker en in een mooi decor. Zalige sangria, en dat in mormonenland … -
Bryce Canyon
Bryce Canyon bezoeken we vandaag van achter naar voor. We rijden tot het uiterste en hoogste punt en keren dan viewpoint per viewpoint terug. Het wordt steeds indrukwekkender, en eenmaal aan Bryce Point zien we het beroemde amphitheater vol “hoodoos“, de rozige pilaren. We trekken de “Silent City” in via de Navajo Trail (of Loop, ze zijn er daar zelf nog niet aan uit). Een prachtige wandeling naar den dieperik! We wandelen door Wall Street, waar een paar superhoge smalle bomen tussen de rotsen staan. Het is hier vol steenhoopjes gezet, die je normaal ziet als aanduiding van het pad, maar dat is hier wel even mooi uit de hand gelopen. Helaas duikt er een nieuwe onweerswolk op en begint het toch iets te hard te regenen, zeker zonder voorzieningen, dus keren we terug en maken de wandeling niet af. Jammer, maar helaas. Maar ook de korte trip doorheen het park was al een bijzondere ervaring en een compleet ander zicht.
We zorgen dat we voor sunset terug aan Bryce Point zijn, waar we onze picknick bovenhalen. Het lichtspel van de laatste zonnestralen is super op de roze-oranje rotsen. Na zonsondergang zijn we alleen en kunnen we ons volop uitleven in allerhande dansjes terwijl de (volle) maan op onnavolgbare wijze opkomt. ’s Nachts is het voor een keer frisjes (het is hier 1400m hoog, vandaar), dus we kunnen onze slaapzak goed gebruiken. -
Calf Creek Falls
Vandaag is het over en uit met slecht weer, sinds vanmorgenvroeg schittert de zon weer in alle glorie. Desondanks is de ’scenic drive’ (en bij uitbreiding alle zij- en wandelwegen) in het Capitol Reef National park nog steeds gesloten. “Road closed. Due to flooding.” Gevaar op overstromingen terwijl het meer dan 30 graden is … vreemd.
We vertrekken dus vroeger dan gepland naar Calf’s Creek; daar moeten we naar het schijnt zijn voor een wandeling naar must-see watervallen, de Calf Creek Falls.
We cruisen doorheen het Grand Staircase-Escalante National Monument, een zeer uitgestrekt gebied - het bevat verschillende steden - dat bestaat uit een aantal plateaus en canyons op verschillende hoogte en in verschillende kleuren. Het is minder een traditioneel park, eerder een groot gebied met een beschermde status. Mochten we reuzen zijn, zou het hier dus op een trap lijken.
Het hoogste punt waar we over moeten is een top van 9000 feet (kleine 3000 meter), daarna beginnen we aan de afdaling die uiteindelijk leidt to Bryce, Zion, Grand Canyon en uiteindelijk de vlakte bij Las Vegas. De weg brengt ons langs kammen met zowel een afgrond en canyon langs links als rechts.
We komen aan op een zeer schattige campingplek, waarvoor we even door de rivier moeten, en zetten onze tent recht op een eigen terrasje in de rotsen. Aangezien het moordend heet is, gaan we eerst eten in Escalante. The best we can get is - alweer - pizza in een tankstation. Rond 15u starten we onze trip naar de watervallen. Aan het begin van het pad staat er een bordje waarop honden worden geboden beschermende kousjes aan te doen, hun poten zouden wel eens kunnen verbranden op het warme zand. Het word een heel mooie, 8km lange wandeling, doorheen de groene vallei van de rivier. Gelukkig zijn er ondertussen wat, overigens onschuldige, wolkjes. Toch zijn de watervallen een welgekomen cooling-down! Na enig aarzelen, nemen we een plons in het ijskoude (!) water. Heerlijk!
’s Avonds maken we vuur in onze fire pit en koken we er pasta met bokaal-tomatensaus op. Of: hoe simpele dingen zalig kunnen smaken. Het gasvuurtje dat we meehadden van thuis past immers niet op het flesje dat we hier eerder kochten, dus moest het volledig D-I-Y. (Het gasflesje raken we later kwijt aan een campground host.)
Het wordt gezellig aan het vuurtje. Moest ons Ann-Sofie van de Chiro erbij zijn, ze haalde vast haar gitaar boven en zette Country Roads in. -
The Island In The Sky en Capitol Reef
Onze dag beginnen we met - alweer - een viewpoint. Vanuit Dead Horse State Park rijden we meteen naar het Grand Viewpoint van Island In The Sky. Tegenover het verbluffende zicht van gisteren, voelt het hier echter aan als de mindere versie. Dat kan ook aan (het onbreken van) de zonsondergang gelegen hebben natuurlijk, want alle juist ingrediënten zijn voor het overige wel aanwezig; een enorm ver zicht, diepe canyons, zotte rotsformaties, én zelfs de ranger van gisteren duikt weer op. “Yeah! I know!” Vandaag met een uiteenzetting over de geologie van het gebied. We beginnen de verschillende lagen en hun eigenschappen ook stilaan wat te kennen. We krijgen zicht op hoe het hier gevormd is; je kijkt echt naar miljoenen jaren geschiedenis. Laura wordt er helemaal wild van - of was de interesse toch al langer aan het sluimeren? - en slaat in het visitor centre een dik boek over geologie in.
Voor we het park verlaten, wandelen we nog naar Mesa Arch. Van hier hebben we een prachtig zicht op de La Sal Mountains die verderop tot 5000m hoog reiken.
Op weg naar ons volgend National Park, Capitol Reef, rijden we langs de Interstate 70. Deze snelweg komt helemaal uit Philadelphia en is de snelste weg naar Las Vegas. Maar eerst moeten we door de San Rafael desert. Net voor we een afrit nemen, staat er een bord: “Next 100 miles. No services.”
Picknicken doen we in het Goblin Valley State Park. Dit park diende ooit als decor voor de science fiction film Galaxy Quest. Door erosie - jaja! - zijn hier, in een vallei van enkele hectare een hoop stenen paddestoelen, of dwergen, of aliens - zo u wil - gevormd. Bevreemdend en grappig. Een warmte-onweer bederft even de pret, maar gelukkig duurt het niet lang. Dergelijke onweders zouden trouwens voor de meeste erosie zorgen. In de zomer, en dan vooral in augustus, zijn er in de namiddag vaak korte, maar hevige, onweders die zorgen voor plotse “flash floods”. Op die manier wordt meer steen weggespoeld dan bv. in wintermaanden.
We zetten onze rit verder naar Fruita, een mormonen-enclave middenin Capitol Reef, waar we onze tent recht zetten. Er zijn hier zowaar boomgaarden, en we zien voor het eerst sinds lang weer veel groen.
’s Avonds willen we nog genieten van de sunset, maar daar beslist - alweer - een onweer anders over. Helaas!
Het weer strooit een tweede keer roet in het eten terwijl we in openlucht een ranger-activiteit bijwonen; in een full-feature openlucht auditorium (geluids-installatie en groot scherm) gaat het over de Fremont-indianen. In korte lijnen komt het er ook hier op neer dat men niet zoveel weet en/of terugvindt over de oorspronkelijke bewoners op enkele zeldzame vondsten en mondeling doorgegeven verhalen van Indianen na. De oorspronkelijke bewoners en hun afstammelingen geven, ook vandaag nog, niet zomaar hun geheimen prijs. Wat betreft Europese expedities, is men hier pas een 100 jaar geleden aan het onderzoeken en documenteren geslagen.
Maar het regent, dus trekken we ons voor de rest van de avond terug in de auto. -
Arches National Park en Dead Horse State Park
Slapen in een deftig bed kan deugd doen! Voor een keer niet op een matje slapen, en ’s ochtends een continental breakfast, we like. We eten onze eerste Amerikaanse donuts, maar ze vallen tegen. We merken ook dat ze hier nergens choco hebben. Vreemd?! Misschien in de winkels wel?
Genoeg ‘luxe’, het duurt niet lang of we duiken weer de National Parks in! Na het bezoekerscentrum van Arches te hebben bestudeerd, maken we een eerste wandeling naar Double Arch. Een tweede trip leidt naar de Delicate Arch (de Arch zelf, niet het viewpoint van gisteren). Een verwaarloosbaar aantal kilometers, maar doordat het goed bergop gaat en het een moordende 34 graden is (in de schaduw, wij lopen in de zon), zijn we stikkapot. De beloning mag er wel zijn: de boog is prachtig, zeker in combinatie met de omgeving.
Na onze energievretende Delicate Arch-trip willen we nog graag Landscape Arch zien, en onderweg pikken we Pinetree, Double O (van ver) en Tunnel Arch mee. De Landscape Arch is door zijn grootte zeer indrukwekkend. We hadden hem eerst niet opgemerkt; hij is wel groot, maar erg dun. In 1992 viel er nog een stuk uit, dus hij wordt ook steeds dunner. Benieuwd hoe lang hij ‘t nog volhoudt.
Terwijl we aan het uitrusten zijn - het zou dan wel een makkelijk park zijn, we maken er een verdomd vermoeiende dag van -, laat Duitsland zich opmerken via een welluidende boer. ‘Marti, Marti, Marti’ denkt alleen te zijn, maar zijn ega merkt ons dan plots op en glimlacht beschaamd. Ook Marti zelf is even het noorden kwijt, want loopt 200 meter verder tegen een boom aan.
Sinds we in het Zuidwesten zijn, komen we zo goed als enkel toeristen tegen. Soms eens wat Amerikanen, maar ook dat zijn dan toeristen in eigen land. We horen vaak Vlaams, meer dan Hollands zelfs. Echte locals zijn schaars; hier leven is dan ook niet evident.
De camping voor vanavond ligt in het Dead Horse State Park, dat we bereiken via een zijweg naar de ingang van “Island In The Sky”, het andere district van het Canyonlands National Park, waar we al eerder waren. Dankzij een supermarkt in Moab is het avondeten uitgebreid en lekker. Maar snel naar het magnifieke viewpoint, waar het in dit park allemaal om draait. Daar gezeten genieten we gedurende een dik uur van de zonsondergang, terwijl een Park Ranger zijn levensverhaal verteld aan een enthousiast luisterend koppel. -
Canyonlands, Arches en Moab
Vandaag gaan we eerst eens gaan kijken naar Elephant Hill. We geraken tot aan de voet, maar vanaf daar is het enkel nog toegankelijk voor 4WD’s. De weg naar boven is één van de meest uitdagende routes voor ervaren jeepchauffeurs. Laten we dus mooi aan ons voorbijgaan. We doen nog het Slickrock Foot Trail, een wandeling van ocharme 4 kilometer, maar we doen er 2 uur over en in deze hitte is dat meer dan voldoende. We drinken elk 1 gallon - 4 liter - per dag. We zien veel cryptobiotic soil, een delicate (“Don’t bust the crust!” “Don’t tiptoe on the crypto!”) chemisch-biologische laag woestijngrond. Nature finds its ways, in dit semi-arid gebied.
Na de wandeling zetten we koers naar Arches National Park. Arches zijn natuurlijke bruggen, maar waar dan geen water onder stroomt en ook niet per sé gevormd door water, maar bv. ook door wind. We rijden voorbij Wilson’s Arch, een voorbode van wat komen gaat.
Aan de ingang van het park, horen we dat de camping in het park al sinds kwart voor 8 deze ochtend volzet is, dus besluiten we rechtsomkeer te maken en een slaapplaats te zoeken in het stadje hier vlakbij; Moab. Noodgedwongen overnachten we in een Super 8, een motel met douches (ouh), een zacht bed (correctie: 2 Queen size bedden), een zwembad (dju toch!).
Na een zwembadplons, en eenmaal terug op ons effen, rijden we terug naar het park en bewonderen we nog enkele van de 2000 (!) arches in het park. Het park is duidelijk drukker, en dat is te wijten aan het feit dat Moab hier vlakbij is en de belangrijkste en indrukwekkendste plaatsen makkelijk bereikbaar zijn. We zien Balancing Rock en doen een kleine wandeling naar een viewpoint op Delicate Arch, hét symbool van Utah. Hier raken we aan de praat met twee fotografen, die, eenmaal we over het ontluikende plan van een tweede reis naar Amerika volgend jaar vertellen (dank u, Lies), ons Morrow Bay vlakbij Los Angeles aanraden. Het is genoteerd. Iemand anders raadt ons aan om Dead Horse State Park te bezoeken. Dat is dan meteen het plan voor morgen.
We spijzen de magen in een Italiaans restaurant op de ene hoofdstraat die Moab rijk is.
Hmmm …