Blog 1
-
Hoe ik hiertoe kwam
Toen in december 1967 de eerste geslaagde harttransplantatie uitgevoerd werd in het Groote Schuur Ziekenhuis in Kaapstad was dit wereldnieuws! De naam van de chirurg, Christiaan Barnard, en van de patiënt, Louis Washkansky, lag op ieders lippen.* De 55-jarige man overleefde het helaas nog geen maand. Maar de volgende patiënt had al meer geluk: hij leefde dankzij de harttransplantatie langer dan een jaar extra!
In die tijd was ik juist aan mijn hogere studies begonnen en bekeek het hele gebeuren zoals velen nogal sceptisch. Wij hadden geen idee dat transplantaties, ook van andere vitale organen, later routine zouden worden en daadwerkelijk mensen een aanzienlijke levensverlenging en -kwaliteit zouden bieden.
Jaren later kwam de kwestie van orgaandonatie aan bod. Ook daar stond ik aanvankelijk eerder weigerachtig tegenover. Hoewel het me niet zo kon schelen wat er na mijn dood met mijn lichaam gebeurde, vroeg ik me toch af: wie garandeert er dat ik écht geen levenskansen meer heb op het moment dat men beslist van organen weg te nemen?
Ik denk dat deze onzekerheid bij vele mensen leeft. Ikzelf heb ook een aantal jaren nodig gehad, voordat ik overtuigd raakte dat er echt geen risico bestaat op orgaanwegname in geval van “schijndood”, omkeerbare coma of eventueel medische vergissingen.
Op een bepaald moment raakte ik werkelijk gemotiveerd om orgaandonor te worden... maar plots bleek ik de 50 al voorbij te zijn! Ik vreesde dat ze me op het gemeentehuis gek zouden verklaren, dat mijn organen intussen sowieso niet meer bruikbaar zouden zijn, maar toch bleef het thema om de een of andere reden door mijn hoofd spoken...
Wat mogelijk een rol gespeeld heeft was het overlijden, enkele jaren geleden, van twee jongemannen uit mijn kennissenkring. In beide gevallen ging het om een verkeersongeval en was de jongen op slag dood. Dit maakte me heel triest, niet alleen om het verlies van dat jonge leven, maar het riep ook een gevoel van nutteloosheid, van zinloze verspilling bij me op. Hierbij dacht ik natuurlijk aan de vele mogelijkheden en beloften die deze jongens nog in zich droegen, maar eigenlijk ook aan dat gezonde jonge lichaam dat begraven of gecremeerd zou worden, met prima organen erin die andere mensen het leven konden redden!
Uiteindelijk begaf ik me naar het gemeentehuis en vroeg daar om inlichtingen, maar de bediende wist er ook niet meer van. Daarop stuurde ik een mail naar een of andere overheidsinstantie om te vragen tot op welke leeftijd men organen kan schenken, want dat kon ik nergens op het internet vinden.
Tenslotte kreeg ik het volgende antwoord: Wij hanteren geen maximumleeftijd meer omdat die veel te snel opschuift! Geef u dus op als orgaandonor indien u dat wenst, zo vergroot u de kans dat na uw overlijden organen die bruikbaar zijn ter beschikking komen van mensen die ze nodig hebben.
Ik ben dus nog maar eens naar het gemeentehuis gegaan en heb het formulier ingevuld: een formaliteit van hooguit tien minuten. Ik was wel een beetje fier dat ik deze beslissing genomen had. Verder spreek ik erover met andere mensen, met vrienden en familie, in de hoop dat ook anderen over dit onderwerp gaan nadenken.
*M'n moeder, die van woordgrapjes houdt, placht sindsdien te zeggen: "Wa shansky!" als ze wou vertellen dat iemand "chance" had - ook al had die man niet het geluk het lang te overleven...
Blog tags
Geen tags gebruikt