Tintosan
afwezig Trust man - 35 jaar, Oostende, België
- Vrienden |
- Gastenboek
- | Foto's
- | Blog
- | Clans
- | Video's
- | Events
- | Muziek
- | Shouts
- | Links
- | Applicaties
Blog 113
-
Voorbij de Grens (6): De V van ...
Als het om grenzen overschrijden gaat, komt in veel discussies al gauw het woord discipline op de proppen.
Computers hebben discipline en dat is wellicht hun enige kracht. Als ze perfect geprogrammeerd zijn, op zich al een utopie tegenwoordig, kunnen ze tot in de perfectie gaan. Dat betekent nog niet dat ze perfect zijn, want vaak niet aangepast aan de context, en de levenskwaliteit van de gebruiker, de mens. Mensen missen die rechtlijnigheid, zijn flexibel en onvoorspelbaar. Mensen overschrijden grenzen, meestal op eigenaardige eigen wijze. Op zoek naar vrijheid.
Als het om grenzen overschrijden gaat, kijk ik deze week voor het laatst naar Voorbij de Grens.
Samen met een aantal kijkers heb ik in mijn achterhoofd erg veel, teveel bedenkingen. Hoe langer ik het programma volg, hoe langer ik het bedenkelijk vind. Bedenkelijk zelfs op de wijze die Stefan Hertmans op de meesterlijke wijze in zijn essay ‘Over het Bedenkelijke ‘ beschrijft.
Samen met de deelnemers van het programma kijk ik aan het begin ook reikhalzend uit naar de oceaan. En ook weer niet, omdat ik al bij voorbaat zin zou hebben bij de goedkope levenslessen weg te zappen. Ik ben namelijk erg vatbaar voor onechtheid. En om de een of andere reden komen de beelden, de zinnen, de waarheden … me steeds onechter voor. En dat raakt me. Wat niet betekent dat er nooit ‘echte’ emoties en mensen zijn. Maar dan toch eerder verscholen, terloops en sluiks.
Wat naargelang het programma vordert mij ook steeds meer opvalt, is de manier waarop de ‘barbaarse’ plaatselijke bevolking en haar land vanuit een redelijk hautaine, ja zelfs postkoloniale visie in beeld wordt gebracht.
En hoe de groep ‘toeristen’, zoals de achtergrondstem ze op een onbewaakt moment noemt, omgaat met de zeldzame ongerepte natuur ter plekke. Volledig in de traditie van andere survivals, op brutale wijze, met Westerse bril. Een bevolking en een natuur die trouwens meer vechten, vanuit hun beperkingen (namelijk ‘andersbeschaafd’) dan de karavaan die er haast blindelings langs trekt..
Ook deze aflevering is de ondertoon volgens mij dat ieder zijn grenzen kan verleggen, binnen de gemeenschap kan functioneren zonder al te veel aanpassingen of ongemak, en zijn dromen kan waarmaken zolang hij maar wil, in stilte lijd en een tandje bij steekt.
Als ik daarentegen, ondermeer als hulpverlener maar ook als mens, zie hoe mensen met een handicap en hun omgeving chronisch en vaak destructief hun grenzen overschrijden … met ontzettende kost voor henzelf, hun omgeving en ook de samenleving in het algemeen … dan vraag ik me af of een programma dat de boodschap propageert ‘zolang je maar wil kan alles waargemaakt worden’ wel verantwoord is. Alvast niet vanuit motieven van volksgezondheid.
Voor mij persoonlijk is het alvast geen voorbeeld om na te volgen. Tenzij ik op lange termijn verbitterd, teleurgesteld of opgebrand zou willen leven.
Akkoord, het kan een mensenrecht zijn door te gaan tot je eronder door gaat, zelf te kiezen om alle kaarten & krachten meteen te spelen, en grensoverschrijdend te leven. Maar het kan volgens mij geen morele plicht zijn dat te doen, noch een schande om zo’n levensstijl destructief te vinden, en af te wijzen. Levensenergie en kwaliteit van bestaan op lange termijn zijn volgens mij te kostbaar om te verkwisten. Wat in projecten als ‘Voorbij de Grens’ rijkelijk gebeurt en wordt toegejuicht.
Wat niet betekent dat ik geen sympathie koester voor de mensen die aan dit programma meegewerkt hebben. Zij hebben op individueel vlak wellicht een vruchtbare ervaring gehad. Hoewel ik graag zou zien hoe ze vijf en tien jaar na het programma zullen omgaan met hun potentieel. Ik hoop voor hen dat de media hen mettertijd hun eigen individuele proces laten beleven, en hen dit leven als ‘fooraap’ snel laten vergeten.
Wat er rond het programma geschreven is, zegt ook heel wat over de manier waarop de meesten naar mensen met een handicap kijken.
Uit de reacties op het forum van Voorbij de Grens blijkt dat de meesten er nog steeds geen flauw benul van hebben welke overlevingsvaardigheden en energie de meeste mensen met een handicap nodig hebben. Het blijft een ver-van-mijn-bed-show met enerzijds ‘helden’ en anderzijds ‘profiteurs’. De algemeen bestaande en alomtegenwoordige degout naar mensen met een handicap (en in het verlengde elke ‘rendementsverminderende beperking’) zal na Voorbij de Grens vermoedelijk niet verminderen.
Als ik al ergens teleurgesteld om ben, is het vooral dat deze kans niet is gegrepen. Wellicht was dat dan ook een te hoge verwachting naar de programmamakers, deelnemers en vooral kijkers toe.
Wat deze zesde en laatste aflevering kenmerkt is in het algemeen de val van Julie en het bereiken van de kust. Persoonlijk ben ik vooral gecharmeerd door de boottocht over de lagune – waarbij iedereen (ook Sam) peddelde en bijdroeg tot het succes – en de sprankel van teamspirit die Pieter (in beeld) toonde.
Bij de val van Julie en wat er daarna gebeurt stokt mijn adem toch even.
Enerzijds gaat het mijn eigen verstand te boven hoe iemand zulke risico’s (stollingsproblematiek, verlamming aan één kant, kwetsbaarheid) kan nemen. Wellicht volledig op eigen verantwoordelijkheid, met medeweten.
Anderzijds weet ik dat de wanhoop om toch maar te bewijzen dat de beperkingen niet betekenen dat je als persoon niets waard bent, een mens tot zulke initiatieven kan drijven.
Mondeling uitleggen, redelijk discussiëren rond handicap is vaak niet meer mogelijk. De morele visie over handicap zit er maatschappelijk ingestampt. Dat is te merken aan de reacties, zelfs soms van mensen met een handicap zelf, op diverse fora.
Vandaar is actie vaak het enige middel dat nog overblijft, door luid & duidelijk grenzen te verleggen op allerlei vlakken, of dit zo openbaar mogelijk bekend te maken. Die motivatie – het niet willen weten van de risico’s om toch maar de sprong te wagen – is trouwens niet uniek voor mensen met een handicap, wel aan mensen die risicovolle activiteiten ondernemen.
In het kijken naar Voorbij de Grens ben ik geëvolueerd in verschillende vormen van verwondering. Geen bewondering, geen jaloezie, misschien een randje afkeuring. Deze mensen zijn op geen enkel moment voor mij als persoon, en als mens met een (meervoudige) handicap zeker niet, rolmodellen geweest.
Wellicht heb ik al wat meer kennis van mediatechniek,. Wat meer achtergrondkennis hoe survivals worden gemaakt, en hoe beelden een verhaal kunnen vertellen. De academici zouden het een discours noemen. Het is ook interessant te weten hoe het selectieproces is verlopen en hoe er achter de schermen wordt ingespeeld op gebeurtenissen.
Met die gegevens in het achterhoofd kan ik de tocht die deze mensen maakten moeilijk een uitdaging noemen. Voor mij liggen uitdagingen toch op een ander niveau. Binnen onze handicaponvriendelijke samenleving elke dag overleven als persoon met een handicap, en je kwetsbaarheid durven beleven, dat is een uitdaging.
Voor sommige mensen binnen de groep deelnemers, gekozen uit een massa (die zich gelukkig mag prijzen aan dit te zijn ontkomen), heb ik respect omdat ze hun emoties durfden tonen, en durfden twijfelen. Omdat ze als groep dachten, en niet als individualist. Omdat ze pijn durfden toegeven, en hun handicap beleven. Maar in het algemeen zijn ze voor mij noch rolmodel, noch held, noch voorbeeld.
Het zijn andere mensen met een handicap waar ik wel naar opkijk, die kinderen opvoeden, die werken in functies waar ze het verschil maken, die bescheiden blijven en tegelijk alle aspecten van hun handicap verwoorden, ook de zwarte kant en wat de brave televisiekijker zou kunnen doen wakker liggen.
Mensen die meewerken aan de weg naar zelfbeschikking (een persoonsgebonden budget bijvoorbeeld), naar betere ondersteuning om minder afhankelijk te worden (een persoonlijk assistentiebudget bijvoorbeeld).
Mensen die ervaringskennis erkennen en vechten voor een betere kwaliteit van bestaan voor personen met een handicap en hun omgeving.
Mensen die meevechten voor de realisatie van nog veelal onbestaande burgerrechten voor mensen met een handicap in onze en andere culturen. Mensen die hun individualisme opgeven om mensen met een handicap te laten deelnemen in de ‘jungle van het maatschappelijk leven’. Relaties aangaan, studeren, werken, deelnemen aan sociale activiteiten: daar moet worden voor gevochten.
‘Out there’ is er eenzaamheid, materiële ellende, depressie en af en toe solidariteit tussen mensen die beseffen dat het er niet om gaat om je handicap te overwinnen maar om de beschikbare energie efficiënt te gebruiken, en zo de handicap in een voordeel te veranderen. Een format als ‘het leven zoals het is’ zou in die zin een oplossing kunnen zijn. Vermoedelijk zou de vrees voor slapeloosheid van de kijker of het ‘wegzapeffect’ echter zo groot zijn dat ook daar heel wat zinvolle scènes zouden sneuvelen.
Als er echter ergens grenzen moeten verlegd worden, dan wel in de weg naar zelfbeschikking. De energie besteed om door de jungle een pad te kappen, door die ‘muur van groen’, was beter besteed om zo’n weg te maken. Een voorstel is misschien de opbrengst van het boek, Voorbij de Grens, integraal te besteden aan zo’n doel, dat de grens van het morele denken overschrijdt.
Wat ik voor de rest hoop, is dat dit programma een nederige les mag zijn voor iedereen die met beeldvorming rond personen met een handicap bezig is. Er is nog heel wat werk aan de winkel. Het boek van Lieve Blancquaert is gelukkig een positieve richting ingeslagen, maar het programma was qua aanpak niet meteen mijn idee van positieve beeldvorming en respectvolle insteek om mensen die weinig met deze leefwereld in contact komen een beeld te geven.
Het programma was Voorbij de Grens . Voorbij van ‘naar vroeger’. Het sentimentele vroeger.
Liever had ik ‘voorbij’ in dezin van ‘vooruit’ en ‘vrijheid’ gezien.
De V van ... op Zeegroen -
Murderball !
Wilskracht, overwinningsdrang, teamspirit … om het even welke holhoofdige motivational speaker kan er om het even wie mee tegen de vlakte praten. Een film die in mij in al die elementen losmaakte is Murderball .
De film draait rond de fijne doch niet voor watjes geschikte sport die rolstoelrugby heet, en voornamelijk in de VS en Canada blijkt aan te slaan. Geen lieverdjes hier, maar zware jongens. Stuk voor stuk. Het spel wordt gespeeld op een basketveld door paraplegiekers, atleten die gebruik maken van een rolstoel.
In de film gaat het om hard tegen hard, want zo is het spel en het leven. Dit is geen melodramatische film over individuen die weer willen lopen of een vulkaan willen beklimmen. Dit draait rond gewone mensen die hun leven opbouwen, en fuck you durven zeggen. Dit is een film rond solidariteit, rond groepsgewijze sport beoefenen, het beste uit zichzelf halen.
Er valt nog zoveel meer over deze film te zeggen maar wie echt wil kennis maken met de kern van wat mensen met een handicap kunnen, zijn en willen, moet Murderball gewoon maar bekijken. Have fun, zou ik zeggen.
Murderball op Zeegroen -
Déja-vu
Vanmorgen kreeg ik een déja-vu.
Iemand die me ‘volgt’ op mijn ‘werk’ (in termen van ‘dossier volgen’ gelukkig, geen stalkster) belde me op om te vragen of het wel goed met me ging. Een paar minuten voorheen had ik immers gebeld dat ik ziek was voor een paar dagen (met medisch attest uiteraard). Dat ging niet op deze wijze:
In elk geval klonk de vrouw aan de lijn naar mij toe erg bezorgd. Nu ja, bezorgd in termen van ‘of ik nog terugkwam’, en ‘of het wel louter fysiek was’. Uiteraard was het niet louter maar wel grotendeels fysiek. Niets is louter fysiek.
De déja-vu bracht me terug naar de workshop Verzuimgesprekken voeren van Sd Worx. Voor gewone stervelingen kostte zo’n workshop in groep in het Scandic Hotel een paar honderd euro. Samengevat kwam het ongeveer hierop neer:
Maar als student kon ik die gratis volgen. Nu ja, niet helemaal. Behalve het vervoer was ook de maaltijd te betalen. Nog altijd een flinke hap uit mijn toen niet zo grote budget.
Blijkbaar heeft de vrouw in kwestie ook zo’n workshop gevolgd, want ze belt al meteen na de ziekmelding te vragen hoe lang ik zal ziek zijn, of ik wel ok ben, of ze iets kan doen voor mij. Ze wenst me ook veel beterschap en dat ik moet uitzieken tot ik weer volledig kan komen. En dat iedereen me mist.
Misschien is het een idee om mensen die zo’n verzuimgesprek te voeren te verwelkomen op een antwoordapparaat met de boodschap ‘Ik kan u niet beantwoorden, ik ben nu ziek, binnen 2 dagen (of aantal voorziene dagen door arts) ben ik terug genezen, voor meer info, bel mijn huisarts of mijn vriendin’ ?
En … krijg ik nu mijn maaltijd terugbetaald, mensen van Sd Worx ?
Déja-vu op Zeegroen -
Voorbij de grens (5) : Naar de oceaan ...
Wat het meest opvalt in Voorbij de Grens is dat alles in één richting gaat. Stappend en maar van één kant. Mensen kijken amper naar elkaar. Enkel vooruit. Naar het doel. Niet naar elkaars handicap. Noch naar zichzelf, hun mogelijkheden of hun beperkingen.
Bij de aanvang van de vijfde aflevering is er weliswaar op ‘t eerste gezicht geen schaamte en praten – eerste prijs bij het lasso werpen een stront - en lachen ze over hun handicap. Maar dat blijkt al een aantal afleveringen de begintune die naarmate de aflevering vordert gebroken wordt wanneer de intolerantie zichtbaar wordt. Julie bijvoorbeeld merkt op dat ze meester is in het verbergen van haar beperking, tegenover anderen. Wat begrijpelijk is.
Heel wat mensen met een handicap compenseren en camoufleren zoals Julie (en Pieter e.a.), uit eergevoel, om hard hun best te doen erbij te horen. Maar dat is haar eigen keuze en iemand die het niet doet, en de handicap vrij en open beleeft kan niets kwalijk genomen worden. Integendeel, die gebruikt zijn energie veelal om meer creatief te zijn in zijn persoonlijke ontwikkeling. Er ondanks alles willen bij horen is niet de eindfase van maturiteit, eerder een half begin.
De mensen binnen de groep van Voorbij de Grens voelen elkaar echter slechts aan door de aansluiting die ze hebben bij het doel dat ze moeten realiseren. Een doel dat door anderen is opgelegd. Dat is niemand te verwijten. In de samenleving wordt het veelal allerminst geapprecieerd om in verschillende richtingen te stappen, of een doel van alle kanten te bekijken. Diversiteit heet inefficiënt.
Bij de voorstelling van het fotoboek was dit overduidelijk. Een overigens voortreffelijk boek dat de aanschaf waard is. Ondanks haar ontzettende handicap heeft fotografe Lieve Blancquaert de emoties zonder veel toevoeging weten in beeld te brengen. De bijhorende teksten geven bovendien een achtergrond en onderbouw die ik vaak miste tijdens het programma.
Het doet trouwens goed om de mensen die ik nu al een aantal weken op mijn kamerbreed lcd-scherm zie zwoegen, buiten het decor te zien. Allereerst om te weten dat ze nog leven, uiteraard. De ene al wat meer dan de andere, zo blijkt. Sommigen moeten onder het mes. Anderen hebben psychische bijstand. Een enkele heeft werkelijk zijn grenzen verlegd, is beginnen stappen. Maar een ander probeert de trip dan weer zoveel mogelijk te vergeten. Anderzijds ook om hun reacties te zien, nu ze er al wat afstand van hebben kunnen.
Met alle andere schrijfsels rond dit programma in gedachten, bedacht ik dat iedereen Voorbij de Grens, dat bovendien gemonteerd is met een doel, vanuit zijn eigen belevingswereld bekijkt.
Zo zal iemand die dagelijks amper grenzen moet verleggen, zoals de meeste mensen zonder handicap, vol bewondering kijken en de deelnemers op een verhoogje zetten. Iemand die dagelijks met mensen met een handicap op een respectvolle manier omgaat, of zelf ervaringskennis heeft, zal het meestal meer onverantwoord vinden hoe de mensen in het programma enerzijds met hun restgezondheid omgaan en anderzijds tegen hun handicap aankijken.
Het is natuurlijk wel zo dat de deelnemers niet mogen overschat worden. Ze missen inderdaad evenveel gezond verstand als de doorsnee-deelnemer van televisie-survivals. Henk is daar misschien nog een uitzondering op. Onderhandelen rond doorzetten, rond zelfwaardegevoel, rond oplossingen zoeken. Zich distantiëren van conflicten en gelijktijdig dezelfde conflicten weer op goede baan krijgen. Henk kan zo in de sector van de motivationele gespreksvoering.
Anderzijds mag ik het allemaal natuurlijk niet te ernstig nemen. Of zoals een televisiemaker me onlangs zei: “Het is toch allemaal gespeeld en die worden gesoigneerd tot en met’.
Het is maar hoe je het bekijkt. Ik begrijp wel dat de personen die in beeld komen niet noodzakelijk de mensen zijn uit het dagelijks leven. Het hangt van de programmamakers af hoe of wanneer iemand in beeld komt. Ze kunnen je tien keer laten zien met iemand op schoot, of met ‘alles komt goed’ in de mond, of gewoon niets zeggend over het scherm trippelend.
Julie is bijvoorbeeld het stille meisje dat gewoon zonder veel boe of bah haar ding doet, ook al omdat ze een verbale beperking heeft die niemand echt goed ziet. Maar het kan evengoed dat zij buiten beeld van alles heeft gedaan dat voor de kijker wel interessant zou kunnen zijn, maar niet binnen het programmaconcept past.
Anderzijds wordt Anita geportretteerd als degene met de grootste handicap van allemaal, die haar spieren opspant uit boosheid, in plaats van haar energie nuttig te gebruiken. Ik blijf het moeilijk hebben met dat willen bewijzen dat het allemaal zonder hulp kan, wellicht omdat ik zelf ook door zo’n fase ben geraakt. Nu weet ik dat een goed beheer van wie ik hulp toelaat waar en wanneer veel meer opbrengt dan energie te steken in alles zelf willen fiksen. Ook bij voor de voorstelling van het fotoboek blijkt dat de survival haar niet veel meer bewustzijnsverandering heeft gebracht, en dat is jammer, vind ik.
Zoals iemand schreef op Handiwatch (ik citeer omdat ik het niet beter zou kunnen verwoorden, ook ik heb mijn grens):
“Mensen die over al hun ledematen en zintuigen beschikken hebben ook hun beperkingen. Als de kraan lek en ze weten niet hoe ze die moeten maken, moeten ze ook om hulp vragen. Ik vrees dat vanaf nu deze mensen geen recht meer gaan hebben om zwak te zijn. Zij willen laten zien wat ze kunnen. Ze willen als sterk overkomen. Als ze de top van de vulkaan bereiken, kunnen ze alles aan. Dus eenmaal terug in de bewoonde wereld hebben ze toch niet meer te klagen. Ik hoor hun omgeving al zeggen: “Ah neen, vanaf nu geen zwakke momenten meer. Je hebt wel een vulkaan beklommen, dus wat zit je te zeuren dat je je zaak niet kunt runnen of je weg niet meer vindt. Niet flauw doen hé”. (Handiwatch - ‘Daar is ze eindelijk’)
Om maar te zwijgen dat ze bij elk mankement zullen gewezen worden op hun onverantwoord roekeloos gedrag. Niet van aantrekken, mensen van Voorbij de Grens, zou ik zeggen. Ik hoop dat jullie elke dag de moed vinden om je handicap, waarmee ik bedoel de invloed van je functiebeperking op je maatschappelijk leven, bewust te worden, en vooral de positieve punten daarvan. Door je functiebeperking kan je ook zicht krijgen op ‘de andere kant van de wereld’.
Mensen met een handicap zijn bovendien eerst en vooral mensen, hoor ik soms. Dat blijkt. Soms zijn ze, door hun compensatie, onthutsend ‘gewoon’. Even roekeloos als de doorsnee ‘neurotypical’ of persoon zonder handicap. De reacties van Henk zijn dat op vlak een verademing. De uitleg van de rasta-man (subliem in zijn zwarte humor) over de giftige slangen doet hem toch even knipperen met de ogen. Als je iets voelt jeuken aan je kin, is het zo ver, maar tegelijk ook ver van de dichtstbijzijnde hulppost. En de dokter die mee is, heeft dan die geen antigif mee? Ik mag het hopen.
Een functiebeperking verandert een mens, zou je denken, geeft een handicap-ervaring, maar die blijkt bij heel wat vooral fysiek beperkten toch ver weg. Hun ervaring van de marge is marginaal. Hun wereldbeeld is quasi een doorslag van iemand zonder handicap. Het is een kwestie van zintuigen, zou ik dan denken. De kracht om verder te gaan naar de mainstream-ervaring zit in de zintuigen of minstens in de informatieverwerking. Mensen als Pieter bijvoorbeeld lijken in maar weinig gehandicapt. Een jonge strever zoals er zoveel zijn.
Kijken naar de handicap-ervaring van elk van de deelnemers geeft iets fascinerend. Anita zie ik bijvoorbeeld openbloeien, hoog bovenop haar paard, en weer worden zoals vroeger. Op ‘t eerste gezicht mooi en blij. Jammer genoeg op ‘t zelfde moment zeer onverdraagzaam, zowel naar haar paard (’een tamme ezel’) als tegen de groep mensen waartoe ze zelf tegen wil en dank is gaan behoren.
Net zoals elders zijn er hier ook trekkers, duwers en mensen die geen grenzen respecteren, of daarmee in botsing komen en eruit willen stappen, en terecht soms. Wat ik niet kan begrijpen is de attitude van tegenover Jef, die zijn deel bijdraagt, los van het ‘entertainment’-gedeelte. De uitspraak ‘Jef is nodig voor de groep’ kenmerkt de groepshouding. Deze man is 58, en heeft een handicap die evenwaardig is aan de andere (ook aan die van Lieve, de dokter en de crew), behalve dat ze onzichtbaar is, en de anderen verbeelding missen om dat te zien.
Laat me niet gezegd hebben dat deze groep een gemeenschappelijk probleem heeft met communicatie, sociale omgang en verbeelding. Natuurlijk is tussen ploeteren in, vechtend tegen van alles en nog wat, praten met doven niet zo eenvoudig, maar mits wat inboeten van tempo zou dat ook wel lukken. Sylvie heeft, wellicht mede door haar studies sociaal assistent, wat meer aangeleerde sociale vaardigheden, en probeert contact te maken met Jef, hoewel ik over de manier waarop ook wel mijn twijfels bij heb, maar soit.
Ook bij de voorstelling van het fotoboek bleek dat de verbondenheid van de groep vrij beperkt en eerder schone schijn is. Dat het heel wat moeite kostte om Jef ook bij de boekvoorstelling en terugkomdagen te betrekken, kan ik me best voorstellen. Het leven gaat immers gewoon door, en de man heeft werk te doen, zoals iedereen.
Blijven geven, en amper iets terugkrijgen, of niet aanvaard worden, doet een mens al eens denken over de zin van de tocht. Door de groepsattitude raakt die zin ook voor mij steeds vaker verloren. Grenzen verleggen kan maar als iedereen aanvaard wordt zoals hij is, en de handicap is onlosmakelijk deel van de persoon. Mijn handicap-ervaring is volgens mij nog het meest kostbare in mezelf, de kern van het bestaan. Die houding, de kern van het cultureel model, komt volgens mij amper aan bod binnen deze uitzendingen. Integendeel, hier zien we eerder het individueel model (medisch of zelfs moreel), de handicap overwinnen, omdat we ons schuldig voelen of door medische ondersteuning.Dat is maar een deel, en zeker niet het belangrijkste.
Wellicht zullen bepaalde conflicten, om het televisiespektakel aantrekkelijker te maken, wel opgedikt worden. Even moest ik terugdenken aan het boekje van professor Herman De Dijn, ‘de herontdekking van de ziel’, waarin hij het ondermeer heeft over sensatie en sentimentalisme, spelen op het effect, niet geïnteresseerd in wat mensen zeggen of doen maar wel het effect dat dit heeft op anderen, met een achterliggende agenda, zoals een verandering in beleid of beeldvorming.
Zoals het conflict met het paard van Vincent. Die toonde door zijn reacties na de val zeer menselijk. Uiteindelijk is de basisgezondheid belangrijker dan het verleggen van een grens. Daarvoor is al wat inzicht & verbeelding nodig, dat heel wat mensen in de groep missen, zeker aan hun reacties bij het stierengevecht te merken. Het wordt ook stilaan vervelend te worden, mensen die zo blind blijven voor zichzelf en de kleine kantjes van hun reisgenoten, en zich daarnaast nog blijven afbeulen, zonder echt te weten waarom en waarheen.
Opmerkelijk is ook steeds het wegmoffelen van hulpmiddelen, die blijkbaar geassocieerd worden met de negatieve kant van de handicapbeleving. Zo zijn er geen doventolken. Zo is er geen rolstoeltoilet. Zo is er geen sonde. Wellicht wel, maar dan ‘netjes’ buiten beeld gehouden. Het is toch geen schande even de voorbereidingen op te sommen voor – en achteraf (die onlosmakelijk behoren bij de mens achter de fysieke handicap) ? Was dit een richtlijn van de programmamakers of een vraag van de mensen met een handicap zelf?
Opmerkelijk is natuurlijk ook Jef die er als muilezel of trekpaard er even de brui aan geeft, meer dan terecht overigens. Als ik Jef’s positie in de groep zie van uit mijn zetel, moet dat een enorm eenzaam gevoel geven. Waar blijft die zogenaamde creativiteit met hulpmiddelen van Anita die ze voor de camera in haar huishouden zo kan demonstreren ? Waar blijft die kracht van de andere rolstoelgebruikers, die in het dagelijks leven kunnen basketten of stoer doen ? De inclusie-gedachte, elkaar nemen zoals je bent, is in deze groep toch wel erg ver te zoeken. Wat mij betreft verre van een positief voorbeeld voor opgroeiende mensen met een handicap. Bovendien heeft ieder zijn rechten, ook mensen die doof zijn en niet goed geslapen hebben.
Zowel Anita als Sylvie hebben in alle afleveringen een vrij dubbelzinnige, eerder slinkse houding. Enerzijds willen ze zich groot & vlot tonen en alles alleen kunnen, terwijl ze dat, als ze eerlijk zijn, nooit volledig alleen doen en amper hulp kunnen accepteren. Anderzijds maken ze wel gebruik van alle mogelijke duwtjes in de rug maar willen ze niet betutteld worden. Sylvie zou in een ‘inclusieve’ survival in de eerste afleveringen gewoon naar huis gestuurd zijn, wegens uitdroging. Ze heeft daarna een tijdlang op de schoot van Anita & Henk meegereden. Om mee te kunnen ? Uit groepsdruk? En dan wordt ze boos omdat ze bij de hand genomen wordt door een vrouw die als een kleuter behandeld. Knoop daar maar een touw aan vast.
Steeds vaker wordt duidelijk dat Voorbij de Grens een survival in een confituurbokaal is geweest. Dat mag misschien shockerend, kwetsend of bot overkomen, maar als we mensen met een handicap op dezelfde lijn willen zetten als anderen, dus inclusief, en niet als kleine kinderen willen behandelen, is dat zo.
Sommige mensen, zoals Julie, zijn zich daarvan bewust. Dit kan wel ‘fun’ zijn, een berg beklimmen en door de jungle gaan, maar het echte werk gebeurt in de ‘bewoonde’ wereld. Aangeven van je grens, omgaaan met de onrechtvaardigheid, onderhandelen, opkomen voor rechten die eigenlijk vanzelfsprekend zijn, niet te trots zijn en hulp vragen … en dat alles zonder voorbij de grens te gaan. Op weg naar iets moois, samen met die enkele mensen die je door dik en dun nemen zoals je bent. Op weg naar de oceaan.
Naar de oceaan (Zeegroen) -
Ziek
Veel meer dan van de griep, ben ik er ziek van me te moeten ziek melden.
Dat heeft niet enkel of zozeer iets te maken met het eindwerk dat ik ooit schreef rond ziekteverzuim, of liever absenteïsme op het werk (Ziekteverzuim in een beschutte werkplaats, Hogeschool West-Vlaanderen, opleiding Sociaal Werk, 2005 ). Ik heb trouwens de pretentie te geloven dat veel van wat in mijn eindwerk staat ook opgaat voor werknemers in het gewone arbeidscircuit (kaderleden en zelfstandigen uitgezonderd).
Het is natuurlijk een recht om je ziek te melden als je ziek bent. Ik ben geen voorstander van presenteïsme. Zelf zou ik het anderzijds ook onvoorstelbaar vinden of niet aan kunnen me ziek te melden zonder dat daar een medische oorzaak voor zou zijn. Maar ik vind het even erg om naar mijn werk te gaan en anderen in te wijden in de griep – of verkoudheidservaring. Vandaar soms het dilemma.
Het meest lastige is wel het doktersbriefje. Om een of andere reden moet een arts bevestigen dat ik ziek ben. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar intussen voel ik me toch flink lastig, én komt er een vreemde in mijn woning, wat niet mijn keuze is. Maar ondertussen is dat niet mijn voornaamste bekommernis. Wel terug gezond worden. Zo dat al mogelijk is natuurlijk, gezond zijn. -
Binnentuin
Op een bepaald moment vinden we elkaar. Bien étonné de se trouver ensemble. Onderweg. Op een plaats waar we elkaar niet verwacht hadden. Door omstandigheden in een ongelijkwaardige situatie terecht gekomen.
Te midden van mensen die onderweg een gelijkaardig parcours van ongelijkwaardigheid hebben afgelegd. Malchance, malcontentement, malheur, en soms domweg niet weten om te gaan met die schaarse druppel geluk. Wellicht ook wel een combinatie van al die elementen, en veel meer, zoals niet weten hoe of durven fouten maken en de confrontatie met teleurstelling vermijden. Wie weet.
We zitten bij elkaar. In een binnentuin. In de zon. Een schaakbord staat tussen ons in. Onze woorden zijn schaars. Op zoek naar ademruimte op deze weg. Bevreesd te bevriezen. Bevreesd op te branden. Maar hier zijn we veilig. Beschermd, maar hier is de poort die geen poort is, altijd open. We praten niet. Praten is te vrijblijvend geworden. Ook handelingen zijn niet genoeg. We onderhandelen. Met onszelf, met de wereld om ons heen.
Beiden zijn we vertrokken uit een ongelijke positie, die van de beperking. Beiden hebben we meer mogelijkheden dan we denken. Andere weliswaar. We maken van eenzelfde gegeven een ander verhaal, een andere foto, een ander schilderij. Leren omgaan met een ongelijk vertrekpunt. Erkenning krijgen voor de inspanningen. Zicht krijgen op de context. Mogen en kunnen fouten maken zonder de angst dat het allemaal om zeep zal zijn. Grenzen weten te trekken en te communiceren, op een constructieve manier. Al die dingen.
Het is niet eenvoudig om in gesprek te komen met de omgeving. Veel kansen zijn er niet. Weten wanneer een open gesprek en wanneer wat sturing beter is, het is niet eenvoudig. Ook omgaan met de krenking en weten wat we nooit zullen realiseren. Sommige anderen zijn sneller in gedachten en verwoording daarvan, zonder dat dit aansluit bij wie ze zelf zijn, zonder dat ze echt zijn, maar ze slagen erin doelen te halen en verlangens te realiseren.
Niet alleen is de taal er niet altijd. Het verhaal is ook niet altijd even aantrekkelijk of gemakkelijk te vertalen. Er is zoveel dat de geest benevelt. Bedenkingen, ervaringen uit het verleden, sensaties. Vooreerst willen we onszelf horen. Maar ook de ander horen. En daarnaast nog vaardigheden ontwikkelen om gehoord te worden, en dus gepast te reageren.
We zijn nochtans gelijk in tekort schieten, wat we ook kunnen. Waar we ook zijn, wie we ook zijn, we schieten overal wel in iets tekort. Soms raakt dit niet aan de compatibiliteit met de omgeving. Soms wel, en dan willen we die zoveel als mogelijk benaderen. Zonder aan ons lot overgelaten te worden, vertrekkend van onze goede wil. Soms is de grens niet zo duidelijk. Zeker niet voor wie contextblind is.
Iedereen draagt schoenen en is onderweg, maar niet met dezelfde schoenen en niet op dezelfde weg, met dezelfde structuur. Met ongepaste schoenen, die schuiven of te los zitten of net knellen, is het moeilijk goede stappen te zetten, laat staan op een glibberige weg. Zo kunnen we het leven niet goed in handen nemen. Dat beseffen we wel op deze zomerse vrijdagmiddag in de binnentuin van een statig herenhuis bij een schaakbord in de zon.
Daarvoor zijn we hier. Om niet langer te dwalen, dolen en zwalpen. Om een doel af te bakenen, grenzen te stellen, methodes uit te stippelen, een project af te werken … en vooral accidents de parcours te beperken. En tussendoor pauze te nemen. -
Voorbij de Grens (4) : In de mist
Doorgaan tot je niet meer op je benen kan staan. In de mist, in de regen, dwars door alles heen. Slapen doe je als je op pensioen bent. Geen hulp, noch medische noch andere ondersteuning, toelaten, al val je erbij dood.
Het zijn mantra’s voor mensen die gewoon zijn om, meestal louter fysiek, tot het uiterste te gaan maar verbeelding missen om te zien hoe anderen op hun manier sterk zijn en met hun grenzen weten om te gaan.
Deze mensen vergeten soms dat een groot deel van de bevolking, voor hen onbekend als de donkere zijde van de maan, stilzwijgend tot het uiterste gaat op andere vlakken. Ze benoemen ze als ‘luiaards’, ’sissies’, ‘watjes’, ‘homo’s’, ’softies’ … noem het maar op.
In plaats van die inspanningen evenveel te waarderen, en vooral de eigen beperkingen te willen inzien. Tegelijk is het niet omdat iets niet zichtbaar is, dat het er niet is. Dat geldt zowel voor beperkingen, mogelijkheden, inspanningen als bedreigingen.
Voor sommige mensen binnen het team van het VRT Eén-programma Voorbij de Grens is dat wellicht iets te hoog gegrepen, zeker voor hen die de top van de vulkaan bereikten. Weliswaar met de nodige ‘onzichtbare’ steun van anderen, zoals een touw dat gespannen is (waaraan ze zich maar moeten optrekken) en heel wat ondersteuning.
Echter kwaliteiten die er in de samenleving echt toe doen zoals teamspirit, solidariteit, elkaar verstaan, samenwerken, elkaar ondersteunen zodat iedereen even ver geraakt, … dat zit allemaal erg ver binnen deze groep. Uiteraard niet bij iedereen even ver, maar bij individuen als Pieter & Anita is er toch wat werk aan de winkel.
Op dat vlak is deze groep, voor zover kijkers vanuit hun zetel daarover kunnen oordelen, zo goed als in de mist verdwaald, en zover geraakt in haar beklimming van de berg als de persoon die het eerst heeft moeten afhaken.
Moet dat dan de les zijn voor kijkend Vlaanderen : laat je makkers in de steek en ga met een elite voor de medaille zodat de happy few bovenop de top geraakt ? Fraaie boodschap als je voor diversiteit gaat.
Dat de meeste mensen in Vlaanderen dat elitarisme aanhangen, en eerder voor sentimentele afbeulerij kiezen, verklaart misschien de hoge waardering van dit programma (8,8).
Als gevalstudie in een training voor groepssociale vaardigheden, lijkt het me wel positief maar wat moet je denken van mensen de een berg beklimmen maar niet meer de energie hebben om te dalen ? Die barmhartig door een leger-heli worden opgepikt ? De Tour de France houdt toch ook niet op na de Alphe d’Huez ? De triatlon stopt ook niet na het onderdeel zwemmen ?
In deze aflevering, waar de groep dus met handen en voeten in barre weers-omstandigheden de vulkaan beklom, tot het niet meer mooi was om zien, waren er natuurlijk ook lichtpuntjes. Een aantal mensen kon zelfs genieten van het uitzicht, dat op de top trouwens onbestaande was door de mist.
Zo zijn er mensen als Henk, Sam en Vincent die, weliswaar met enige gemor (ook wel menselijk uiteraard) hun waardigheid behouden en op tijd er een streep onder trekken. Zo is er het verhaal van Sven, die zo goed en zo kwaad als hij kan, Sam ondersteunt, maar dan toch alleen verder gaat. Ook Jef wiens gehoor voor het beklimmen van een berg schijnbaar geen handicap vormt, helpt opnieuw waar hij kan.
Het verhaal van Julie, die in de voorbije afleveringen onderbelicht is geweest, maakt voor mij nog het meeste goed. Ergens doet ze me zelfs denken aan judoca Gella Vandecaveye, voor wie ik heimelijk een boontje heb.
Niet enkel de manier hoe ze teruggekomen is tot een verbaal sterke, zelfbewuste jonge vrouw die er staat. Vooral de wijze waarop ze erin slaagt op een bescheiden manier, zonder veel oppervlakkige blabla, ver te geraken, maar niet over de waardigheid heen, zonder anderen in de steek te laten, is bewonderenswaardig.
In deze aflevering was er vooral mist en regen, maar als we het promofilmpje voor volgende aflevering mogen geloven, dreigt er donder op komst, in de vorm van conflicten. Maar wat er ook gebeurt, het beste aan Voorbij de Grens zal nog dit zijn: het einde. Als dat maar niet in de mist eindigt.
Zeegroen
en Handiwatch -
Diagnose autisme te pas & te onpas ? Verslag voordracht
Door kwatongen en zij die het denken te weten wordt al eens beweerd dat de diagnose autisme te pas en te onpas zou worden gesteld.
In een lezing voor de Pass-afdeling te Brugge bijt Dr. Peter Vermeulen, autismedeskundige bij Autisme Centraal en bekend van boeken als 'Brein Bedriegt', zich vast in de vraagstelling.
Uw dienaar poogde uit de rijke breinstorm die volgde een paar rode draden te ontwarren
(zie ondermeer hier (Verslag lezing - pdf-formaat) of
hier (link naar blog Tistje) -
Tussen kind en volwassene
“Afgezien van een vanzelfsprekend contact met dieren en dingen, lijkt me een belangrijk onderscheid tussen kinderen en volwassenen dit: terwijl het kind altijd weer beangstigd en verbijsterd wordt door de dwingende en vaak zo duistere samenhang van alles, stelt de volwassene zich meestal supersceptisch op. Hij zoekt overal bewijzen voor en als hij die niet vindt, zal hij zegevierend constateren dat een veronderstelde samenhang niet bestaat.
Maar wat moet de volwassene dan ? Moet hij zich overgeven aan allerlei holistisch gezwam ? Is dat de bedoeling ? Nee, dat is de bedoeling uiteraard niet. Van de slappe theorievorming van holistisch gezwam is nog nooit iemand wijzer geworden. De quasi-diepzinnigheid ervan heeft bovendien even weinig met de belevingswereld van het kind te maken als een kerstomaatje met een kabeljauw.
Je openstellen voor betovering, wonderen en raadsels, dat is het eerder. Voor de volstrekte onverklaarbaarheid en onbeheersbaarheid ervan. Verdraaid goed weten dat een post hoc niet noodzakelijk op een praeter hoc hoeft neer te komen je toch niet generen als je het zo beleeft.
Dynamiek ontlenen aan de verbeelding. De vrije wil wantrouwen. Argwaan koesteren tegen waar – en werkelijkheden. De zon in de zee zien zakken, hoewel hij dat niet doet. De bliksem als bondgenoot beschouwen vermits hij zich niet laat sturen.
En vooral de bereidheid voor de gelukzalige poëzie die deze levenshouding met zich meebrengt veel, zeer veel te betalen. Namelijk met angst, met eenzaamheid of zelfs met schizofrenie.”
Uit: Charlotte Mutsaers, Zeepijn (Meulenhoff, 1999), p 69-70.
verklarende noot : post hoc = 'het hierna" -
Kaarsen
De dagen die komen staan voor ons
als een rij brandende kaarsjes –
gulden, warme en levendige kaarsjes.
De dagen die gingen blijven achter,
een trieste reeks van gedoofde kaarsen;
die het dichtst bij staan walmen nog,
koude kaarsen, gesmolten en gekromd.
Ik wil ze niet zien, hun aanzicht bedroeft me
En het bedroeft me te denken aan hun licht van weleer.
Ik kijk vooruit naar mijn brandende kaarsen.
Ik wil niet omdraaien, niet huiverend zien
hoe snel de donkere reeks langer wordt,
hoe snel de gedoofde kaarsen vermeerderen.
K.P. Kavafis , Kaarsen