Blog 420
-
Bye bye Bölöni
Zesentwintig wedstrijden. Zo lang is Laszlo Bölöni nog trainer van Standard. Het kunnen er ook meer zijn. Bijvoorbeeld als Standard Europees overwintert of doorstoot in de Beker. Maar na dit seizoen is het onherroepelijk gedaan. Het is uitgesloten dat Standard het contract van Laszlo Bölöni een tweede keer verlengt.
Een vroegtijdig ontslag is niet aan de orde. Bölöni kreeg vorig jaar een contractverlening om in de Champions League vonken te slaan. En theoretisch is Standard nog altijd op koers om op 22 mei in het Santiago Bernabéustadion met de Beker der Grote Oren te zwaaien.
Maar ook als Standard zowel tegen Germinal Beerschot (zaterdag) als AZ (volgende week woensdag) verliest, hoeft Bölöni niks te vrezen. Het Standard-bestuur houdt er niet van de eigen fouten te moeten toegeven met een trainersontslag. Bölöni zelf zal zich ook altijd kunnen blijven verstoppen achter de blessures van Steven Defour en co. En dankzij de competitiehervorming - waar Standard vorig jaar nog een hevige tegenstander was - kunnen de Rouches mits een eindsprint nog kampioen worden ook.
De kans dat dat gebeurt wordt echter met de week kleiner. Dertien punten achterstand op Anderlecht is behoorlijk veel. Zelfs als je het puntentotaal in tweeën deelt. En dus belooft het een lang afscheid te worden van Laszlo Bölöni. Zes maanden om precies te zijn.
Het Standard-bestuur wil van Bölöni af omdat zijn chemie met de spelers is uitgewerkt. En ook wel omdat hij iets te vaak zeurt om versterking. Luciano D'Onofrio beschouwt elke commentaar over het transferbeleid als een slag onder de gordel.
We hebben nu al medelijden met Steven Defour. Van de geblesseerde kapitein wordt verwacht dat hij in januari alle problemen in zijn eentje oplost. Maar de problemen van Standard zitten dieper dan dat.
Het bestuur heeft gegokt en verloren. Dat kan al eens gebeuren. De voorbije twee jaar heeft Standard gegokt en gewonnen. De kern van Standard is altijd krap berekend. Dat kan goed uitpakken, maar ook lelijk tegenvallen.
'Misschien is dit niet het jaar van Standard', zei Laszlo Bölöni na de nederlaag tegen Sint-Truiden. Hij bedoelde: 'dit wordt niet het jaar van Bölöni.' Vorig jaar werd hij uitgeroepen tot trainer van het jaar en kon hij terecht bij diverse Europese clubs. Hij koos voor Standard in de hoop zijn marktwaarde in de Champions League nog verder op te drijven. Maar ook de Hongaarse Roemeen heeft gegokt en verloren. Welk Jupiler-team neemt hem straks in huis? -
Proficiat Didier!
Didier Ilunga Mbenga genomineerd voor de trofee van Sportman van het Jaar? Misschien voor velen een verrassing. Het geeft enerzijds aan dat 2009 niet echt een boeiend sportjaar was met veel mannelijke uitschieters en anderzijds dat Mbenga dit kalenderjaar toch iets verwezenlijkt heeft.
Dat Didier Mbenga zes jaar geleden de overstap maakte naar de NBA was voor vele specialisten een grap. Wat ging de Congolese Belg daar toch doen? Ik zag Mbenga in 2005 bij de Belgian Lions debuteren. Een man die keihard trainde en me dikwijls vertelde dat hij zijn rol in de NBA zou vervullen.
De eerste jaren waren inderdaad niet echt een succes. Bij Dallas Mavericks liep hij ook nog een ernstige knieblessure op. Na een lange revalidatie knokte hij echter terug en belandde na een interim bij Golden State Warriors bij de LA Lakers. Vorig seizoen kwam hij inderdaad maar in 23 van de 82 matchen in actie. Hij zat wel in de kern van de beste basketbalploeg op deze aardbol. Na de Harlem Globetrotters, maar dat is een showteam, ook de beroemdste basketbalclub ter wereld.
In de play-offs van de NBA kwam Didier Mbenga even in actie en was dus de allereerste Belg, die na twee verloren NBA-finales, een NBA-titel veroverde. Hij kwam in de reguliere fase van de campagne toch gemiddeld 7,2 minuten op het parket. Maar, dat vooral coach Phil Jackson Mbenga absoluut in de kern van twaalf spelers voor dit seizoen wou hebben, zegt genoeg.
In de zomermaanden maakte hij tevens zijn comeback bij de Belgian Lions. "Ik kamp met wat knieperikelen, maar wil er absoluut bij zijn," vertrouwde hij me toe. In tegenstelling tot enkele van zijn voetbalcollega's was Mbenga steeds correct op de afspraak en werkte de ganse campagne mee af. In de sensationele match versus Frankrijk en onder meer Tony Parker acteerde Mbenga, net als de andere Lions trouwens, op topniveau. De andere interlands acteerde hij niet echt groots. Mbenga leidde echter mee de Belgian Lions naar de 17de stek in Europa en op een zucht van het EK. "Ook de volgende campagne doe ik opnieuw mee. Ik wil met Hervelle en de andere jongens immers naar dat EK."
Het siert Mbenga dat hij voor zijn tweede vaderland zijn truitje wil nat maken. Voor het geld moet hij het immers niet doen. De Lions verdienen niet veel, maar is wel een bende toffe collega's die met inzet en onder de bezielende leiding van Casteels/Stas/Ledure de basketbalsport afgelopen zomer op de Belgische kaart zette.
Daarom vind ik het niet meer dan logisch dat Mbenga werd genomineerd voor de trofee van Sportman van het Jaar. Zeker omdat het over 2009 gaat en Mbenga de jongste twee maanden van de veertien matchen van de LA Lakers er twaalf in actie kwam en tweemaal zelfs in de basis stond. Hij pakte niet alleen uit met zijn eerst double double in de NBA, hij zit ondertussen toch maar lekker aan een gemiddelde van 10 minuten speeltijd.
En ja, fundamenteel is hij geen hoogvlieger. En ja, hij loopt niet over van talent. Maar, hij bewijst dat met hard werken en uiteraard een portie geluk dat je de top kan bereiken. Het gegeven dat Didier DJ Mbenga is genomineerd voor deze prestieuze trofee, die op zondag 20 december in het Casino van Oostende wordt uitgereik,t is ook meegenomen voor de basketbalsport. Eén van de meest beoefende sporten op deze aardbol, maar een sport die jammer genoeg het moeilijk heeft om in België in de media te komen.
Dat de prestaties van Mbenga in de NBA (één van de sterkste competities ter wereld) mijn favoriete sport dan ook een beetje in de schijnwerpers brengt is voor het Belgische basketbal enorm belangrijk.
Net zoals Ann Wauters, de laatste zes jaar vier keer genomineerd voor de trofee Sportvrouw van het Jaar, en Axel Hervelle dat doen. Voor mij is de nominatie van Didier Mbenga dan ook een verantwoorde keuze. Proficiat Didier!
Trouwens, is het geen schande dat Ann Wauters in het jaar dat ze voor vijfde keer wordt uitgeroepen tot Euorpese basketbalspeelster van het Jaar (een record) niet genomineerd is?
Lees ook: Sportwereld blogt: 196 minuten topsport -
Atilla Ladinszky
'Un, deux, trois, Atilla est là. Zelfs hier in Boedapest krijg ik nog altijd kippenvel als ik denk aan het liedje dat de Anderlecht-supporters altijd voor mij zongen. Het was de mooiste periode uit mijn carrière. Ook al was het een tijd met hoogtes en laagtes. Op de vlucht voor het communisme kwam ik van Feyenoord en debuteerde in 1973 in de bekerfinale tegen Standard. Ik scoorde meteen twee keer. Anderlecht was dat seizoen in de competitie buiten de Europese plaatsen geëindigd, maar door mijn bekergoals mochten ze toch nog naar Europa.
Het seizoen nadien werd ik topschutter met 22 doelpunten en werden we kampioen. Alleen zat ik tijdens de kampioenenmatch in Beveren op de tribune. De week voordien had ik een penalty gemist, waardoor het titelfeest een week was uitgesteld. Trainer Urbain Braems strafte mij door mij uit de ploeg te laten.
Zelfs Paul Van Himst begreep er niets van. We werden kampioen, maar ik weigerde een ereronde te lopen en sloot mij op in de kleedkamer. Het was voorzitter Constant Vanden Stock die mij overtuigde om toch de supporters te gaan groeten. Een enorm mooi gebaar van de president.'
'Na mijn twee seizoenen bij Anderlecht heb ik nog in Spanje (Betis), in Frankrijk (Valenciennes, Toulouse en Amarante) en zelfs nog bij KV Kortrijk gevoetbald, maar nergens vond ik het warme gevoel van bij Anderlecht terug. Toen mijn carrière voorbij was, keerde ik dan ook snel terug naar Brussel. Ik heb eerst nog een bar in Sevilla gehad, maar al snel opende ik een restaurant met Hongaarse specialiteiten in Elsene. Ik bleef er tot de vader van mijn toenmalige vrouw overleed. Daarna wilde ze terug naar Boedapest omdat ze haar moeder daar niet alleen wilde laten wonen. Voor mij was dat enorm moeilijk. Nu nog altijd heb ik meer vrienden in Brussel dan in Boedapest. In Hongarije zijn mijn broers allemaal overleden. In België Ik kom nog goed overeen met Paul Van Himst en zijn goede vriend Eddy Merckx. Mijn dochter Cindy woont ook nog in Brussel. Ze heeft een schoonheidsalon niet ver van het Anderlecht-stadion. Mijn kleindochter Shelina is ondertussen 3 jaar. Ik zie haar maar af en toe.'
'Toch probeerde ik een nieuw leven op te bouwen in Boedapest. Eerst werd ik manager van Ujpest. Ik bracht spelers aan en regelde mee de transfers. Maar toen de club een nieuwe eigenaar kreeg, moest ik vertrekken. Nu ben ik nog steeds begeleider van jonge Hongaarse spelers. Ik heb enkele jeugdinternationals die ik graag bij Anderlecht zou laten testen. Ik zal daarover spreken met Herman Van Holsbeeck. Het Belgische voetbal volg ik nog redelijk goed. Sinds Juhasz bij Anderlecht speelt en Toth, Tözser en Köteles bij Genk is er hier een tv-kanaal dat Belgische wedstrijden uitzendt: Anderlecht, Standard, Genk.'
'Belgisch en Hongaars voetbal zitten een beetje in eenzelfde scenario. Iedereen zegt dat de heropleving aan de gang is, maar noch België noch Hongarije gaan naar het WK.Volgens mij is onze bondscoach Erwin Koeman niet de grote redder van ons voetbal. In de kwalificatiematch thuis tegen Zweden waar we niets te verliezen hadden, speelde hij met een eenzame spits van anderhalve meter tegen al die bomen van verdedigers. Dan mag je de bal nog goed rondtikken, je creëert geen enkele kans.' -
196 minuten topsport
‘Nooit eerder in de geschiedenis van de sport kreeg een atleet zoveel aandacht van zovelen omwille van zo geringe sportieve prestaties.’
De gevleugelde woorden van Winston Churchill blijken perfect te passen bij wat basketbalspeler Didier Mbenga momenteel overkomt. De verzamelde sportpers heeft het namelijk bestaan hem te weerhouden als één van de drie supergenomineerden voor de trofee van Sportman van het Jaar.
Voor alle duidelijkheid: Didier Mbenga – of liever: de club van Mbenga, de Los Angeles Lakers – werd in juli NBA-kampioen, wat dus betekent dat de Congolese Belg deel uitmaakt van de officieuze wereldkampioen in het basketbal. Daar kunnen behoorlijk weinig Belgen in hun sporttak mee uitpakken.
Wat blijkt evenwel? Mbenga kwam het afgelopen seizoen in 105 wedstrijden slechts 30 maal in actie, goed voor welgeteld 196 minuten, met andere woorden drie uur en 16 minuten. Een simpele halve triatlon duurt langer, maar blijkbaar volstaat die prestatie toch om kans te maken op een prestigieuze trofee als die van Sportman van het Jaar.
Om dan toch in het basketbal te blijven: een korte vergelijking met Axel Hervelle, onze landgenoot die bij topclub Real Madrid speelt in de sterkste competitie van Europa.
Mbenga tekende in 23 van de 82 competitiegames gemiddeld voor 7,9 minuten, 2,7 punten, 1,3 rebounds en 0,4 assists. In de play-offs gingen die cijfers nog beduidend naar beneden. Hervelle was in 29 van de 34 duels meestal een starter en gemiddeld goed voor 20,1 minuten, 8,4 punten, 4,3 rebounds en 1 assist. In de play-offs werden de meeste van zijn statistieken nog beter. Helaas won Real vorig seizoen geen trofee.
Stel: Arsenal wint de Champions League, maar voor Thomas Vermaelen zijn er enkel schaarse invalbeurten van vijf minuten weggelegd. In de finale komt hij zelfs helemaal niet van de bank. Volstaat dat om supergenomineerde te worden?
En ja, Mbenga is best een toffe kerel die regelmatig het tv-scherm haalt. En ja, hij beweegt hemel en aarde om met de Belgian Lions te kunnen aantreden (maar is daar evenmin een uitblinker). En ja, zijn levensverhaal leest als de betere avonturenroman. En ja, hij is officieus wereldkampioen basketbal.
Maar nee, die luttele minuten topsport rechtvaardigen niet deze selectie. Dat is zondermeer een belediging voor collega-basketballers als Ann Wauters, die al herhaaldelijk de topdrie haalde maar onbegrijpelijk nooit won, en Axel Hervelle, die derde eindigde in 2007. -
196 minuten topsport
(door: basketbalkenner Jos Huysmans)
‘Nooit eerder in de geschiedenis van de sport kreeg een atleet zoveel aandacht van zovelen omwille van zo geringe sportieve prestaties.’
De gevleugelde woorden van Winston Churchill blijken perfect te passen bij wat basketbalspeler Didier Mbenga momenteel overkomt. De verzamelde sportpers heeft het namelijk bestaan hem te weerhouden als één van de drie supergenomineerden voor de trofee van Sportman van het Jaar.
Voor alle duidelijkheid: Didier Mbenga – of liever: de club van Mbenga, de Los Angeles Lakers – werd in juli NBA-kampioen, wat dus betekent dat de Congolese Belg deel uitmaakt van de officieuze wereldkampioen in het basketbal. Daar kunnen behoorlijk weinig Belgen in hun sporttak mee uitpakken.
Wat blijkt evenwel? Mbenga kwam het afgelopen seizoen in 105 wedstrijden slechts 30 maal in actie, goed voor welgeteld 196 minuten, met andere woorden drie uur en 16 minuten. Een simpele halve triatlon duurt langer, maar blijkbaar volstaat die prestatie toch om kans te maken op een prestigieuze trofee als die van Sportman van het Jaar.
Om dan toch in het basketbal te blijven: een korte vergelijking met Axel Hervelle, onze landgenoot die bij topclub Real Madrid speelt in de sterkste competitie van Europa.
Mbenga tekende in 23 van de 82 competitiegames gemiddeld voor 7,9 minuten, 2,7 punten, 1,3 rebounds en 0,4 assists. In de play-offs gingen die cijfers nog beduidend naar beneden. Hervelle was in 29 van de 34 duels meestal een starter en gemiddeld goed voor 20,1 minuten, 8,4 punten, 4,3 rebounds en 1 assist. In de play-offs werden de meeste van zijn statistieken nog beter. Helaas won Real vorig seizoen geen trofee.
Stel: Arsenal wint de Champions League, maar voor Thomas Vermaelen zijn er enkel schaarse invalbeurten van vijf minuten weggelegd. In de finale komt hij zelfs helemaal niet van de bank. Volstaat dat om supergenomineerde te worden?
En ja, Mbenga is best een toffe kerel die regelmatig het tv-scherm haalt. En ja, hij beweegt hemel en aarde om met de Belgian Lions te kunnen aantreden (maar is daar evenmin een uitblinker). En ja, zijn levensverhaal leest als de betere avonturenroman. En ja, hij is officieus wereldkampioen basketbal.
Maar nee, die luttele minuten topsport rechtvaardigen niet deze selectie. Dat is zondermeer een belediging voor collega-basketballers als Ann Wauters, die al herhaaldelijk de topdrie haalde maar onbegrijpelijk nooit won, en Axel Hervelle, die derde eindigde in 2007. -
Maffiastijl
door: Ann Wauters
Terwijl ik deze blog schrijf ben ik naar Kazan - Zenit aan het kijken op tv. Nicolas Lombaerts staat heel goed zijn mannetje. We hebben net een zeer goede match gespeeld en met maar liefst 49 punten verschil gewonnen tegen Orgenburg. Het is de 1ste van 4 matchen op verplaatsing. Riga, Dinamo Moskou en Vilnius volgen. We zijn nog steeds ongeslagen in de Russische competitie.'
'Maar in Euroliga zijn we zwaar onderuit gegaan in Valencia. Het is onze uitdaging om een echte 'team chemistry' te vinden op het terrein, wat niet altijd evident, omdat onze kern zo groot is.'
'Hier werd de basketwereld opgeschrikt door de brutale moord op Shabtai. Op 2 November werd Shabtai Kalmanovich vermoord in het centrum van Moskou. In echte maffiastijl dood geschoten in zijn auto. Hij was eigenaar van basketploeg Spartak Moskou en manager van de nationale ploeg van Rusland. Een veelbesproken figuur maar wij kennen hem vooral om zijn passie voor vrouwenbasket. Velen voorspellen het einde van Russisch basketbal door zijn dood...'
'De economische crisis laat zich sterk voelen in de sport in Rusland. Vorig jaar waren er 4 sterke ploegen, Spartak Moskou, Dynamo Moskou, CSKA en Ekaterinburg. Dynamo speelt dit jaar zonder buitenlandse speelsters omwille van financiële problemen. CSKA bestaat zelf niet meer. Dit jaar zal het dus gaan tussen Spartak en Ekaterinburg. We spelen op 20 december voor de eerste keer tegen elkaar in Moskou.'
'Dit weekend spelen we tegen Dynamo Moskou. De Russische Olympische atleten worden met hun moeders uitgenodigd op het Kremlin om hun sportieve prestaties te vieren. Een hele eer, waar vooral de Russische mama's naar uitkijken! Wij hebben op die dag een vrije dag in Moskou. Ideale gelegenheid om met mijn ex ploeggenoten te gaan eten (Edwige Lawson, Ilone Korstin, Janel Mc Carville spelen dit jaar allemaal in Spartak Moskou).' -
Vervelend ventje
Natuurlijk moet er in het voetbal zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van televisiebeelden. Het hele gedoe rond Thierry Henry bewees dat nog maar eens. Het spel een half minuutje stil leggen, naar de tv-beelden kijken, Henry een gele kaart geven en de zaak is opgelost.
Maar dat Michel Preud'homme en zijn assistent Manu Ferrera (stiekem) in de dug-out naar televisiebeelden kijken tijdens de wedstrijd, is ongehoord. Het is verboden, dat is al een sterk argument, zeker voor iemand die ooit kandidaat-bondsvoorzitter was.
Maar veel erger is de intentie. Dat er naar tv gekeken wordt is op zich niet dramatisch, maar de bedoeling is duidelijk. Niemand gelooft dat het is om de acties van de tegenstander te analyseren, iedereen weet dat het is om de vierde scheidsrechter zoveel mogelijk onder druk te zetten. En dat is hoogst laakbaar.
Eigenlijk is Michel Preud'homme een hoogst vervelend ventje geworden. De fantastische doelman die in bijna alle omstandigheden zijn kalmte en waardigheid behield, is een trainer geworden die voortdurend irriteert. De beelden waarbij hij als een briesende leeuw naar scheidsrechters stormt of bijna buiten zinnen voorwerpen op de grond keilt, zijn ronduit angstaanjagend.
Het allerergste is dat Preud'homme op de trainersbank volledig zijn gevoel voor humor lijkt verloren te hebben, of heeft u hem al eens welgemeend zien lachen?
Bezetenheid is in de topsport een noodzakelijke voorwaarde, maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat er naast voetbalvelden tegenwoordig een hele resem half gestoorde mensen staan. Zo van die kerels met wie je in bijna alle omstandigheden gezellig een pintje kan drinken en die dan onvoorstelbaar aangenaam gezelschap zijn, maar die in de buurt van een witte kalklijn veel menselijkheid verliezen.
Want de opmerking geldt niet alleen voor Preud'homme: denk aan Vandereycken, Vercauteren, Bölöni, Mathijssen, Vanhaezebrouck,... Die laatste zegde vorige zaterdag in Het Belang van Limburg dat het trainerschap hem al vijf jaar van zijn leven heeft gekost. Ik wil het geloven. -
Kompany for the Devil
‘Sympathy for the Devils’ had een sponsor van de Rode Duivels zaterdag in het Ottenstadion van Gent laten projecteren. Wat een slim bedoelde knipoog was naar de song van de Rolling Stones had eigenlijk een onbedoeld komisch effect. In het Engels betekent ‘sympathy’ immers ‘medeleven’ of ‘medelijden’. Ver weg van de jolige betekenis die wij Nederlandstaligen met het woord ‘sympathie’ verbinden. Vincent Kompany zou de mislukte woordspeling een ‘grappige anekdote’ hebben genoemd. Want we kunnen het ons niet voorstellen dat de sponsor in kwestie zijn medelijden met de Rode Duivels wilde uitdrukken. Voor het eerst in meer dan drie jaar wonnen ze nog eens twee wedstrijden op rij.
Zonder het te willen was ‘sympathy for the Devils’ echter wél een gepaste boodschap die zaterdag in Gent. De oma van Vincent Kompany én de broer van Dick Advocaat werden twee dagen later ten grave gedragen. Dan is enig medeleven op zijn plaats.
Het is de tijd van het jaar om de doden te herdenken of – zoals Kompany deed – te gaan joggen in het bos. Maar in de plaats van steunbetuigingen kreeg Kompany een heksenjacht over zich heen. Hij loopt door het bos als opgejaagd wild. De honden hebben bloed geroken.
Nu vinden wij ook dat dikbetaalde profvoetballers maar een dikke huid moeten hebben. En – in het geval van Kompany - de hersenen om te beseffen dat ze niet boven de wet mogen staan. Maar als het over te laat komen gaat kunnen we niets anders dan begrip opbrengen. Want het is onze stellige overtuiging dat er twee soorten mensen bestaan. De vroegkomers en de anderen. De tweede groep wordt door de eerste groep ook wel eens de laatkomers genoemd. ‘Laatkomers’ staat in het woordenboek, ‘vroegkomers’ niet. Ten onrechte.
Net als Vincent Kompany behoren wij tot de tweede groep. Ons zal het nooit overkomen dat we ergens te vroeg komen. Ons kan niet verweten worden dat we onze kostbare tijd op aarde verspillen met het zinloze wachten op zij die na ons komen. Hebben we over twintig minuten iets te doen? Dan is er nog overvloed van tijd om aan de afwas te beginnen of de bladeren bijeen te vegen. Staan we met twee laterkomers voor een deur? Dan zeggen we tot elkaar: na u. En daar kunnen we dan úren blijven staan.
‘Hij is altijd de laatste uit de kleedkamer’, wordt er wel eens over Kompany gezegd. Dat gebeurt dan meestal door journalisten die het niet leuk vinden zo lang op een quote te moeten wachten. Maar is Kompany daarom minder dan al die andere spelers die doelbewust vóór hem de kleedkamer uitrennen? Elke club heeft notoire vroeg-uit-de-kleedkamer-komers. Deschacht bij Anderlecht, Defour bij Standard, Geraerts bij Club Brugge. Tegenover die vroegkomers staan er ook laatkomers. Maar eigenlijk zijn ze allemaal op hun manier ‘op tijd komers’. Wij gebruiken dan ook liever de termen ‘vroegerkomers’ en ‘laterkomers’.
En hebben die journalisten al eens aan de voordelen van dat laat komen gedacht? Als Kompany finaal opduikt neemt hij uitgebreid de tijd om met iedereen een babbeltje te slaan. Typisch voor laterkomers. Het zijn gezellige mensen die altijd als laatste blijven plakken. Vroegerkomers zijn gejaagde droogstoppels. Hollandse stijl-Advocaat. Zelfs als ze zich amuseren zouden ze vroeger dan de rest een feestje verlaten. Waarom? Om ergens anders te vroeg te komen en te beginnen ergeren aan de laterkomers? Op die manier kunnen mensen als Vincent Kompany nooit iets goed doen.
Wat er nu tussen Kompany en Dick Advocaat gebeurt is bijzonder interessant voor de verdere ontwikkeling van de Rode Duivels. Iedereen looft de harde disciplineaanpak van Advocaat. Maar is dat wel voor eens en voor altijd de juiste methode? Want wat gaat Advocaat doen als Kompany een derde keer te laat komt? Hem nooit meer oproepen? Zij die hem nu verketteren zouden straks de eersten kunnen zijn die hem weer aan boord roepen. Zeker als het Belgische schip water maakt.
Op dit ogenblik zijn de posities van Kompany (controlerende middenvelder, centrale verdediger) goed bezet bij de Rode Duivels. Maar wat als de volgende EK-campagne met een nederlaag begint? De Hollandse rechttoe-rechtaan-aanpak van Advocaat werkt uitstekend als hij successen boekt. Als het minder gaat is enige sympathie voor de Duivels misschien meer dan een grappige anekdote. -
Aurelio Vidmar
'Ik beleefde een fantastische tijd in België. Ik genoot er bij al mijn clubs van het leven en het voetbal.' Aurelio Vidmar wordt enthousiast bij de herinnering aan zijn 118 competitiematchen en 57 doelpunten, meestal gevierd met zijn kenmerkende buiklanding, in de Belgische eerste klasse. Vooral het seizoen 1994-1995, toen hij topschutter werd bij Standard met 22 goals, was een topjaar.
'Elke maandag zoek ik nog op hoe mijn ex-ploegen uit België het gedaan hebben. Eerlijk: veel namen van spelers ken ik niet meer. Ik zie ze ook niet meer live aan het werk. Alleen Standard zag in de Champions League tegen Arsenal. Ik dacht dat ze op weg waren naar dé stunt van de Champions League. Jammer genoeg is het niet gelukt. Ik voel nog veel sympathie voor mijn Belgische ex-clubs.'
In 1991 kwam Vidmar, wiens broer Tony nog voor Germinal Ekeren voetbalde, rechtstreeks vanuit het Australische Adelaide aan in Kortrijk. Hij was toen 24. 'Alles was anders dan wat ik gewoon was. Koud weer: dat kende ik gewoonweg niet. Maar plots moest ik hier op bevroren velden spelen. In België mochten honden ook mee op restaurant. Zoiets is onmogelijk in Australië. En dan de fritjes: met mayonaise! Zo vreemd. In Australië eten we alleen maar fritjes met tomatensaus. Met ketchup. Maar zoals ze zeggen: when in Rome, do what the Romans do. Dus paste ik me aan.'
'Sinds ik uit België vertrok, ben ik er niet meer teruggeweest. Maar ooit wil ik wel terugkeren. Ik heb er nog altijd vrienden. Zoals de familie Degryse uit Waregem. Net zoals Marc Huysmans (ex-doelman van SV Waregem), de ploegmaat waarmee ik het beste contact had en die af en toe op bezoek komt in Australië. Als ik tegen hem scoor, dan is hij nog altijd slecht gezind!'
Na zijn Belgische periode kwam Vidmar uit voor Feyenoord, Sion, Tenerife en Hiroshima. Hij sloot zijn carrière in 2004 af in zijn geboortestad Adelaide en werd meteen daarna assistent-coach bij Adelaide. Sinds 2007 is de nu 42-jarige Vidmar, die zijn typische lange haren liet kortknippen, hoofdcoach. Vorig jaar speelde (en verloor) Vidmar met zijn club de finale van de Aziatische Champions League. Daardoor mocht hij ook aantreden op het WK voor clubs. 'Trainer zijn is bijzonder veeleisend. Maar ik hou ervan. Ik wil er zo ver mogelijk in raken.
Kunnen werken in Azië of Europa zou fantastisch zijn. Dus wie weet kom ik ook wel terug naar België. Je kan niet voorspellen wat de toekomst nog brengt. In Australië is het voetbal zich snel aan het ontwikkelen. Maar een van de problemen is een loonbeperking: we mogen per jaar maar twee miljoen Australische dollar (1,22 miljoen euro, red.) uitgeven aan lonen voor 23 spelers. We verliezen veel spelers voor weinig transfergeld.'
'Maar onze nationale ploeg is wel sterk en maakt goede reclame voor ons voetbal. Ik denk dat er daardoor steeds meer en meer Europese voetballers interesse krijgen om in Australië te komen spelen.' -
De Sluitspier
Je denkt na een tijd in dit vak: nu heb ik het allemaal gezien. Wel neen, van de week werden weer alle records gebroken. Niks dan tafels gezien en niks dan tafelspringers.
Het begon met Chris Goossens en Rudi Kuyl. Waarbij meteen moet worden opgemerkt dat zij ten minste nog een excuus/reden hadden om op tafel te gaan staan. Kuyl als woordvoerder van Yanina Wickmayer was even wennen, maar donderdag op de persconferentie kweet de welbespraakte Antwerpenaar zich naar behoren van zijn taak.
Hij mag het mij niet kwalijk nemen, maar in de plaats van Chris Goossens had ik mij iets discreter opgesteld. Alleen gaan Goossens en stilzwijgen niet goed samen en dat heeft ook zijn charmes, vooral voor de pers. Dus haalde dokter Chris uit naar alles en iedereen en ook een beetje naar zichzelf, want hij schreef ten slotte mee aan het verdomde decreet dat zijn patiënte heeft genekt. Het was goedbedoeld: eerst het schrijven en dan de desillusie.
Daarop volgde de goedbedoelde onkunde. Het spijt mij voor de ongetwijfeld slimme mens Philippe Muyters, maar deze minister van alle belangrijke dingen en dan ook nog sport, kletste uit zijn nek. Eerst was de straf terecht, zei hij, vervolgens ging hij de beroepsprocedures tegen zijn eigen dopingadministratie sponsoren.
Caroline Gennez had ook een mening. Ze werd opgevoerd als ex-tennisspeelster. Dat was mij nog niet opgevallen, maar nu je het zegt: La Gennez zit ergens tussen Serena Williams en Kim Clijsters in. Wat precies Serena aan haar is, en wat Kim, laten we even in het midden of we krijgen de Flair op ons dak. Of nog erger: ons eigen Magazine. Gennez heeft wel recht van spreken, maar dan om een andere reden: als computer- en mailexperte bijvoorbeeld.
Er is een wet voor tafelspringers van de VLD: alleen Guy Vanhengel en André Denys mogen iets zeggen over sport. De rest kent er de ballen van, in de eerste plaats die zondagsvoetballer Sven Gatz. Die wordt nu bijgestaan door ene Peter Gysbrechts. Ook hier: populistische onzin. Waar waren jullie allemaal toen een jaar geleden werd gewaarschuwd voor de whereabouts?
Ten slotte wees iemand op het bestaan van Vuilbak-TV. Op maandag hadden ze daar de Sprekende Sluitspier op bezoek. In het eerste deel had hij het over de whereabouts. Hij veranderde de h in g en de g in h en verder vertelde hij veel onzin en wat geen onzin was, had hij gepikt van iemand die hij 's ochtends op de radio had gehoord.
In een tweede deel van zijn kanselrede gleed hij helemaal uit. Zo diep viel hij, dat iedereen die het dossier kende, alleen nog plaatsvervangende schaamte of walging kon voelen. Hij had het over de arme drommel van een wielrenner die zichzelf vorige week van het leven had beroofd.
Niemand wist precies waarom, maar de sprekende sluitspier wel. De renner had uit de biecht geklapt over dopinggebruik in het wielrennen en was daarop door het milieu kalt gestellt. Daar was hij doodongelukkig van geworden en het onnodige gebeurde. Aldus de sluitspier.
Dit is hetzelfde dossier waarin twee weken geleden een opmerkelijk vonnis is geveld en waardoor twee hoofdredacteurs en een journalist van een krant onmiddellijk 600.000 euro moesten ophoesten. De rechters hadden geen half werk geleverd: ze vergeleken woord voor woord, alinea per alinea de transcripties van de bandopnames met de gebruikte quotes en kwamen tot de vaststelling dat er non-journalistiek en doelbewust bedrog was gepleegd.
Bedrog ten koste van de lezer, ten koste van de geviseerden en ook ten koste van de getuigen. Eén van die getuigen was die bewuste renner en hij was nota bene door de sprekende sluitspier destijds in deze poel van ellende meegesleurd. Vandaag wordt de arme drommel begraven. Sinds maandag heeft slechtheid een gezicht: een dikke kop met wit haar. En een naam: Dedecker.
De laatste tafel stond donderdag in het Heizelstadion. Ze werd niet besprongen. In het midden van de tafel zat een meisje, een self made langpootmug. Ziek van een virus, ziek van ellende, verzeild in het land van Kafka, het land van de filing failures of de fout ingevulde whereabouts. Naast haar zat haar papa, al even ziek. Zijn dochter sprak een kwartier lang uit haar hart en haar buik en hij staarde voor zich uit. Haar ogen werden steeds natter en die van hem ook. En aan het eind zei ze: 'Ik wil mijn papa niet zo verdrietig zien'. De slechtheid was heel even ver weg.