http://netlog.com/Neptune1973Habib ReffasReffasHabibNeptune1973http://nl.netlogstatic.com/p/tt/029/620/29620304.jpg?1BelgiëOost-Vlaanderen Profielpagina van Neptune1973

Neptune1973

Trust man - 36 jaar


RSS feed

Blog 41


  • Guy Verhofstadt: Europa is de weg uit de crisis

    Verkondigt ex-premier Verhofstadt “wijze stellingen” of wordt hier een spelletje “liar’s poker” gespeeld?

    Liar's poker is a bar game that combines statistical reasoning with bluffing.

    Wie op de hoogte is van de manier waarop de Europese Commissie en Raad haar agenda oplegt aan het Europees parlement en de bevolkingen van de Europese lidstaten, zal niet wakker liggen van de pogingen die Verhofstadt onderneemt om de Europese Unie, aan de hand van een “liar’s poker” strategie, aan de man te brengen. Laten we niet vergeten dat het Verhofstadt was die verklaarde dat de “vrije markt niet in crisis” is...

    Verhofstadt werd juist dit jaar uitgenodigd op de Bilderberg-vergadering die vorig weekend van start ging in Griekenland - volgens Etienne D’Avignon (Belgische voorzitter van de groep) van grote hulp bij het verwezenlijken van Europese doelstellingen en het scheppen van de euro. Een vergadering op z’n minst even belangrijk als de G8 maar dat kon rekenen op complete mainstream mediastilte.

    Zijn nieuw boek “De uitweg uit de crisis. Hoe Europa de wereld kan redden” dient alleen academici en politiekers die het pro-gevoel willen versterken met “wijze” stellingen. De internationale economische crisis blijkt het gedroomde “probleem” om een Europese Unie te rechtvaardigen. Onterecht natuurlijk! Zoals vooraf feitelijk gesteld is het EU-project corrupt en kan deze alleen maar leiden tot een totalitair imperium dat de soevereniteit van al haar lidstaten als ondergeschikt beschouwd.

    In de aanloop naar de Europese parlementsverkiezingen van 7 juni en een opgedrongen tweede referendum in Ierland inzake het Verdrag van Lissabon in december kan men zich beter behoeden voor zulke uitspraken.

    Bron: http://www.indymedia.be/nl/node/33288

  • EU-project heeft haar wortels in de nazi-ideologie

    Terwijl de roep om een sociaal Europa weergalmt in de straten van de meeste EU-lidstaten en referenda inzake het Verdrag van Lissabon door meer dan 20 van de 27 regeringen gemeden of “wettelijk” omzeild werden, blijkt dat het EU-project haar wortels heeft in de voor- maar ook naoorlogse nazi-ideologie.

    The Red House Report
    Toen fictieschrijver Adam Lebor materiaal verzamelde voor zijn nieuw boek viel zijn oog op een verontrustend document dat aantoont in welke mate het EU-concept haar wortels had in het nazi-gedachtegoed. Rapport EW-Pa 128, ook bekend als “The Red House Report” beschrijft een samenkomst in 1944 van top-nazi’s die plaatsvond in het Maison Rouge Hotel in Straatsburg.

    Volgens Lebor werden, aangezien Duitsland militair verslagen was, plannen gesmeed om een vierde Reich, een economische eerder dan militair imperium, in het leven te roepen. Daar werd de blauwdruk besproken voor een pan-Europees imperium steunend op een Europese gemeenschappelijke economie.

    “Top-nazi industriëlen werden door SS Obergruppenführer Dr. Scheid bevolen bedrijven in het buitenland op te zetten en zich voor te doen als democraten om zo economische penetratie te bereiken en de fundamenten te leggen voor de herrijzenis van de nazi-ideologie. Machtige bankiers, industriëlen en ambtenaren, als democraten herboren, werkten aan een nieuwe doelstelling: Europese economische en politieke integratie”, aldus Lebor

    Alfried Krupp van de Krupp Industrieën en Friedrich Flick, evenals bedrijven zoals BMW, Siemens en Volkswagen werkten aan een nieuw pan-Europees bedrijfsimperium. Volgens Dr. Michael Pinto-Duschinsky, adviseur van toenmalige Joodse slavenarbeiders “werd Europa, voor vele belangrijke industriële actoren vanwege hun nauwe banden met het nazi-regime, een dekmantel voor het nastreven van Duitse nationale belangen na de nederlaag van Hitler…. De continuïteit van de Duitse en naoorlogse Europese economieën is verbluffend. Enkele van de leidende figuren van de Duitse economie werden belangrijke architecten van de Europese Unie”.

    Banktitaan Hermann Abs, die deel uitmaakte van de raad van bestuur van de Deutsche Bank tijdens de groei van het Nazi-regime maakte ook deel uit van de toezichtelijke raad van I.G. Farben, het bedrijf dat het Zyklon B gas produceerde dat gebruikt werd in de concentratiekampen. “Abs werd verantwoordelijk voor het toewijzen van fondsen (die dienden voor de wederopbouw) aan de Duitse industrie. Tegen 1948 beheerde hij effectief het economische herstel van Duitsland,” schrijft Lebor.

    “Cruciaal is dat Abs ook een lid van de Europese Liga voor Economische Samenwerking was, een opstelling van een elitair intellectuele pressiegroep uit 1946. De liga wijdde zich aan het tot stand brengen van een Europese gemeenschappelijke markt, de voorloper van de Europese Unie.”

    Europäische Wirtschaftsgemeinschaft
    Het boek "Europäische Wirtschaftsgemeinschaft" werd uitgegeven door de Berlijnse Industrie & Handelskamer in samenwerking met de Economische Hogeschool in Berlijn (Wirtschafts-Hochschule). In dit boek, zo wordt vermeld, wordt het Duitse nazi-plan voor de Europese economische en monetaire eenwording beschreven. Walther Funk, nazi-minister van Economie en oorlogsmisdadiger, hamert op de noodzaak voor een “Centraal Europese Unie” en een “Europees Economisch gebied” met vaste wisselkoersen. Hij stelde dat “geen enkele natie op zich in Europa het hoogste niveau van economische vrijheid kan bereiken dat compatibel is met alle sociale vereisten... De formatie van grote economische gebieden maakt deel uit van de natuurlijke wet van ontwikkeling... overeenkomsten tussen staten in Europa zullen [economische machten over het algemeen] controleren... Er moet een bereidheid zijn om zijn eigen belangen in bepaalde gevallen aan die van [de EG] ondergeschikt te maken”. Verder bevat het boek essays over een verenigde arbeidsmarkt, een verenigde agrarische markt en algemene principes van Europese samenwerking.

    De co-auteurs van het boek waren het met Funk eens. Nazi-academicus Heinrich Hunke schreef dat nationale economieën in de klassieke zin “dood” zijn, dat een Europese economie een gemeenschappelijk doel is die men moet nastreven en dat de uitbreiding van een Europese samenwerking afhangt van een nieuw economisch gemeenschappelijk plan. Gustav Koenig stelde dat “een nieuwe gemeenschappelijke Europese taak voor ons ligt...Ik ben ervan overtuigd dat deze gemeenschapsinspanning de oorlog zal overleven”. Andere top-Nazi’s zoals Ribbentrop, Quisling en Seyss-Inquart spraken over “een nieuw Europa van solidariteit en samenwerking door al haar burgers” die “snel stijgende welvaart zal ervaren zodra de nationale economische grenzen verwijderd worden”. Deze retoriek is ons niet onbekend...

    Conclusie
    Beweren dat nazi’s de dag van vandaag de Europese Unie leiden is misschien vergezocht. Men kan daarentegen niet ontkennen dat het concept, zoals deze uitgewerkt in de nazi-ideologie en deze uitgewerkt sinds de voltrekking van de EEG, het daarop volgende Verdrag van Maastricht en het ons niet onbekende Verdrag van Lissabon, verontrustende gelijkenissen vertoont. Het concept vertoont dus logischerwijs totalitaire kenmerken en gevaren die terug te koppelen zijn naar het nazi-tijdperk.

    Bron:http://www.indymedia.be/nl/node/33290

  • Het CGKR vs. Vrijheid van meningsuiting

    Jozef De Witte, directeur van het CGKR (Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding ) liet vorige week in verschillende kranten weten dat antisemitisme dit jaar spectaculair is toegenomen. Dit aan de hand van de binnengekomen meldingen.

    "We moeten wel opmerken dat niet aan elke melding effectief een antisemitische daad voorafging, en dat anderzijds niet elk feit gemeld wordt", aldus de CGKR-directeur.

    Nochtans dient men, om een realistische balans te kunnen opmaken, rekening te houden met het oorzaak-gevolg principe en in welke mate deze heeft bijgedragen tot het karakter van de melding. Ook kan men zich niet berusten op niet gemelde feiten om de hierboven vernoemde opmerking te rechtvaardigen.

    “De daders van de gemelde feiten zijn erg verschillend. Het gaat zowel om moslimgroeperingen als extreemrechtse Belgen.”

    In binnen- en buitenland worden memo’s opgesteld, wetsvoorstellen ingediend en goedgekeurd die onze bescherming zouden beogen en dit naar aanleiding van het “steeds groeiend internationaal extremisme & radicalisme”. In de praktijk is dit maar zeer de vraag. We moeten ook stilstaan bij de vraag of we bereid zijn onze vrijheden en rechten op te geven voor meer veiligheid. Een “veiligheid” dat door de geschiedenis heen al te vaak misbruikt werd voor politieke, economische en financiële machtsverschuivingen. Een “veiligheid” die elke burger als “potentiële terrorist” bestempelt.

    Het centrum stuurde een offerte uit naar verschillende universiteiten met de vraag voor een wetenschappelijke studie over het socio-politieke effect dat oorlogen heeft op racisme in België. Dit om te “onderzoeken hoe we racisme en antisemitisme bij de wortel kunnen aanpakken, zodat de vrijheid van meningsuiting in België niet langer leidt tot uitwassen zoals aanslagen tegen Joodse mensen of eigendommen."

    Maar ligt de vrijheid van meningsuiting werkelijk aan de basis van deze wandaden? De vrijheid van meningsuiting, één van de fundamentele inhoudelijke beginselen van een democratische samenleving (1), is niet absoluut en dient inderdaad onderworpen te worden aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties welke bij wet worden vastgesteld (2). Anderzijds ligt een historisch gevaar op de loer. Een gevaar dat, onder het mom van het beschermingsprincipe (maar ook bvb. de “War on Terror” (3) of beperkingen inzake internet (4)), het recht op vrije meningsuiting en andere burgerrechten uitholt.

    Of ligt het aan de oorlogen en het socio-politieke effect dat deze hebben op racisme in België? Deze studie zal alleen maar aantonen dat het communautarisme lang niet verdwenen is en dat deze voortleeft in elke cultuur, godsdienst en achterbuurt. Een historisch gegeven dat de mensheid met zich meedraagt en waaraan (politieke en economische) machthebbers wereldwijd, en zeker in België, een vette kluif hebben.

    Het CGKR wil, in het begin van 2010, met haar conclusies naar de beleidsmakers en de maatschappelijke partners stappen en vragen om concrete maatregelen. Maatregelen die het “beschermingsprincipe” nog maar eens zullen hanteren als excuus voor het ondergraven van een fundamenteel recht: het recht op vrijheid van meningsuiting.

    Wil het CGKR waardevol onderzoek en werk leveren dat onze maatschappij ten goede komt, dan zal deze, in plaats van verwaarloosde enkelingen processen aan te wrijven, zich in de eerste plaats beter bezig houden met de uitwassen inzake gelijke kansen en racismebestrijding die zich binnen de regering voordoen. Zoals bij de vis start het rottingsproces in een maatschappij altijd met het hoofd...

    (1) Europees Hof voor de rechten van de mens, 7 december 1976, Handyside, A 24; zie ook Arbitragehof, 12 juli 1996, nr. 45/96 (Belgisch Staatsblad van 27 juli 1996).

    (2) Dit volgt uit artikel 19 van de Grondwet in samenhang met artikel 10, § 2, van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en artikel 19, § 3, van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.

    (3) http://www.indymedia.be/nl/node/27655
    http://www.indymedia.be/nl/node/27672

    (4) http://www.foxnews.com/politics/2009/04/21/pro...

  • NAVO-veiligheidsapparaat heeft wortels in koloniale periode?

    Interview & artikel: Marc-Antoon De Schryver & Habib Reffas

    STRAATSBURG – Mathieu Rigouste is een jonge universitaire onderzoeker die de Franse militaire archieven uitploos en tot de constatatie kwam dat er een rode draad loopt van de Franse koloniale oorlogen over de Koude Oorlog tot nu: de theorie van de interne vijand. Dat beschrijft hij in L'ennemi intérieur: des guerres coloniales au nouvel ordre sécuritaire.

    De NAVO is de erfgenaam van een Franse doctrine uit de koloniale periode, zegt u?

    “Mijn onderzoek ging aanvankelijk niet specifiek over de NAVO, maar over de doctrine van de 'revolutionaire oorlog', een doctrine van systematische staatsterreur uitgedokterd door het Franse leger. Tijdens haar oorlogen in Indochina en Algerije stond ze niet tegenover een klassieke vijand – een ander leger – maar tegenover een hele bevolking. Je moet dus de hele bevolking terroriseren. Het idee is om een interne vijand aan te duiden, die de zogenaamde oorzaak is van de terreur, zodat de bevolking uiteindelijk bereid wordt om mee te werken aan haar eigen onderdrukking.”

    “We zien hoe die doctrine vanaf de jaren 50 wordt geëxporteerd. Franse officieren gaan overal soldaten opleiden – in de VS, Zuid-Afrika, Israël, Brazilië,... Teksten en handboeken circuleren in alle legers van de NAVO-landen. Er zijn conferenties waarop politici, politiemensen en militairen van de NAVO- en andere landen deze technieken bestuderen. Elk land maakt er gebruik van om z'n eigen model van binnenlandse veiligheid en sociale controle op te zetten. Maar vanaf 1960 worden die ideeën gesystematiseerd tot een formele NAVO-doctrine over contra-subversie: als we aan het geheel van de wereldbevolking een interne communistische vijand toewijzen, dan kunnen we overal waar nodig contra-revolutionaire processen opzetten. Daarvoor werden allerlei instellingen en technieken ontworpen.”

    Sinds het verdwijnen van de Sovjet-Unie in 1991 is ook de communistische dreiging weg. Wat is er in de plaats gekomen?

    “Met het verdwijnen van de communistische vijand verliezen die instellingen hun bestaansreden: de noodzaak om in binnen- en buitenland communisten te vervolgen. Maar de vijand wordt heel snel vervangen. Al vanaf de jaren 70 en 80 waren een reeks coalities op zoek gegaan naar nieuwe dreigingen (want als je een nieuwe drieging kan identificeren, open je een politieke en economsiche markt voor hen die de middelen verkopen om die dreiging te controleren).”

    “De 'theorie van de nieuwe bedreigingen' wordt vanaf 1991 gesystematiseerd en dadelijk in de praktijk gebracht. De theorie stelt dat er overal ter wereld grijze zones zijn, zoals vlekken op een luipaardenvel, zowel binnen als buiten de landen van het NAVO-kamp. Ze zijn een mogelijk broeinest voor alle dreigingen die sinds de jaren 70 werden verzonnen: communautarisme, fundamentalisme, delinquentie, terrorisme, stedelijk geweld,... Omdat die gevarenzones verspreid zijn over de hele planeet, kan de NAVO zeggen dat 'lokale beveiliging' en 'globale beveiliging' hetzelfde zijn. Ze moet zich dus de middelen geven voor een nieuwe vorm van globale controle. Opnieuw worden bevolkingsproepen in hun geheel aangeduid als het milieu waarin de drieging wordt geproduceerd.”

    Vandaar de oorlog tegen het terrorisme?

    “Het antiterrorisme is één van de pijlers van het veiligheidssysteem, maar niet het enige. Nieuw is dat het vijandsbeeld waarop het teert is 'geëtniciseerd'. De vijand is geen 'rode' terrorist meer, zoals in de jaren zestig en zeventig, maar iemand die omwille van zijn identiteit alleen al een potentiële bedreiging vormt. Het simpele feit dat iemand moslim of migrant is volstaat om hem aan te duiden als een potentiële fundamentalist of relschopper. De hele bevolkingsgroep moet dus onder controle geplaatst worden.”

    In de media – bvb. Le Figaro van gisteren - hoor je ook steeds vaker spreken over de heropstandig van een 'linkse' dreiging...

    “Dat is nieuw. De Franse media en politici zijn sinds twee jaar bezig aan de constructie van de 'anarcho-autonome' dreiging – denk aan de zaak-Tarnac. Dat beeld grijpt terug naar wat bestond in de jaren 70, toen de interne vijand ook links-revolutionair was. Het Franse veiligheidsapparaat blijft voornamelijk gebaseerd op de vijandsbeelden van de opstandige jeugd uit de banlieues en de islamo-terrorist, maar met de figuur van de anarchist komt daar een extra hefboom bij. De vraag die de machthebbers altijd bezighoudt en bang maakt is hoe de link gelegd zal worden tussen de opstandige jeugd ('les révotés') en de revolutionaire milieus. Die vraag is recent weer actueel geworden. Er is de grote revolte geweest in de buitenwijken in 2005, en die is in 2006 uitgemond in de sociale protesten tegen het CPE (Contrat Premier Embauche) – een sociale beweging die radicaal was en buiten de klassieke marges en vormen van contestatie trad. De veiligheidsdiensten slaan alarm: 'Het is zover: de link tussen revolutionairen en révoltés is zich aan het leggen,' zeggen ze. En dus hebben ze een nieuwe figuur van de interne vijand nodig: de anarchistische beweging, dwz. de 'anarcho-terrorist'. Om die te kunnen vangen heb ze nieuwe middelen en technieken nodig. Die laten hen dan weer toe om de hele sociale beweging, het geheel van de bevolking die strijdt, te controleren.”

    Bron / lees meer: http://www.indymedia.be/en/node/32483

    Voor meer info over de verslaggeving in Straatsburg tijdens de NAVO-top van begin april:
    http://www.indymedia.be/en/tags/navo-in-straat...

  • Geen “Change” inzake rechten van gedetineerden in Bagram

    De Obama-administratie vocht vrijdag het argument aan dat verdachten van al-Qaida en de Taliban recht zouden hebben op toegang tot Amerikaanse rechtbanken en stelt dat deze gevangenen geen grondwettelijke rechten bezitten.

    Tot ontsteltenis van mensenrechtenadvocaten is het Amerikaanse Departement van Justitie het ermee eens dat gedetineerden geen gebruik kunnen maken van Amerikaanse rechtbanken om hun detentie aan te vechten. “De hoop die we allemaal koesterden dat President Obama ons op een ander pad zou leiden werd niet ingelost. We hadden beter verwacht,” aldus Tina Monshipour Fostern, mensenrechtenadvocate.

    Verhelderend
    Het Hooggerechtshof gaf vorige zomer opgepakte verdachten van al-Qaida en de Taliban in hechtenis in Guantanamo het recht hun detentie aan te vechten. Drie maanden na deze uitspraak probeerden vier Afghaanse gedetineerde burgers in Bagram hun gevangenschap aan te vechten in de ‘U.S. District Court’ in Wachington. De ingediende klachten hielden in dat ze in hechtenis werden gehouden zonder tenlastelegging en verschillende malen werden ondervraagd zonder het recht op een advocaat. Hun petitie werd in hun naam ingediend door familieleden aangezien ze geen toegang kregen tot het rechtssysteem.

    Het militair apparaat stelt dat ze ALLE gedetineerden in Bagram als "enemy combatants" bestempelt. De Bush-administratie deelde toen, in antwoord op de petitie, mee dat het statuut van "enemy combatant" van de gedetineerden in Bagram om de zes maand wordt herzien en in overweging wordt genomen aan de hand van geheime intelligentie en afgelegde verklaringen van hen die bij hun gevangenneming en interrogatie betrokken waren.

    Kort nadat President Obama zijn taak opnam gaf een federale rechter deze nieuwe administratie een maand om te beslissen of ze het wettelijk argument van de Bush-administratie zouden behouden en blijven toepassen. “Ze omhelzen het Bush-beleid die de mogelijkheid verschaft om gevangenissen buiten het wettelijk apparaat te creeëren,” aldus Jonathan Hafetz, advocaat bij het ACLU (American Civil Liberties Union).

    Het Departement van Justitie argumenteert dat Bagram verschillend is van Guantanamo omdat deze zich in een overzeese oorlogszone bevindt en het detineren van gevangenen behoort tot een militaire actie. Verder stelt de VS-regering dat het vrijlaten van (onschuldig bevonden:) “enemy combattants” in de Afghaanse oorlogszone, of het overbrengen van VS-personeel om deze dossiers te bestuderen, een “bedreiging vormt voor de veiligheid”. De kersverse VS-regering stelt dat als gedetineerden in Bagram toegang verleend zou worden tot rechtbanken dit wereldwijd door de VS gevangen genomen “vreemdelingen” zou aanzetten hetzelfde te ondernemen.

    Het is niet de eerste keer dat de Obama-administratie gebruik maakt van een wettelijk argument opgesteld door de Bush-administratie na de belofte te hebben gemaakt deze juist te herzien. Vorige week kondigde Eric Holder, Minister van Justitie, een herziening aan van elke rechtszaak waarin de Bush-administratie beroep maakte op het “staatsveiligheids”-argument, een afzonderlijke wettelijk hulpmiddel waarvan deze aministratie gebruik maakte om processen te ontwijken eerder dan geheime informatie vrij te geven. Nochtans haalde Douglas Letter, procureur bij het Department van Justitie, dezelfde dag dit privilege nog aan door in beroep het proces onontvangbaar te verklaren in een zaak waarin een dochteronderneming van Boeing Co. ervan beschuldigt werd van illegaal de CIA te helpen zovernoemde terroristen over te vliegen naar geallieerde landen waar ze gemarteld werden.

    Theorie versus praktijk
    2002: In de media verschijnen artikels die de rechten van gedetineerden in de “War On Terror” en dus ook zovernoemde verdachten van al-Qaida en de Taliban waarborgt.[1]

    2005: De New York Times krijgt een 2000-pagina wegend dossier in de schoot geworpen betreffende de moord op twee ontwapende Afghaanse gevangenen door VS-militairen in 2002 in Bagram. Sommige ondervragers die betrokken waren bij deze moorden werden naar Irak gezonden en werden ingezet in de gevangenis van Abu Ghraib . We weten ondertussen wat daar gebeurde... De rest van de actoren kregen minimale straffen (2 maand in hechtenis voor iemand die schuld bekende) en vrijspraak of een boete en een geschreven berisping voor de “intelligente, niet-schuldbekennende” moordenaars .[2]

    Dit patroon werd mogelijk door een aanvankelijk genomen besluit (door de Bush-administratie en zijn hoogste adviseurs) die stelt dat de Overeenkomsten van Genève en de Amerikaanse grondwet niet gelden voor gedetineerden die tijdens “anti”-terrorisme operaties gevangen genomen worden.

    Credibiliteit
    Volgens Obama is het verhogen van troepen in Afganistan nodig om de deteriorerende situatie te stabiliseren. Deze zou, volgens hem, de strategische aandacht, aanpak en middelen niet hebben gekregen die deze dringend nodig heeft...

    De credibiliteit, die de VS-Republikeinen verloren (onder Reagan, Bush senoir & junior), erodeert nu al deze van de Obama-administatie. Met het sturen van nog eens 17.000 soldaten (de eerste belangrijke militaire beslissing die President Obama neemt), de escalatie dat dit teweeg zal brengen in Afghanistan en een wettelijk bindend beleid inzake het martelen van gevangenen zijn de mogelijke misbruiken niet te overzien.

    "To all those who have wondered if America's beacon still burns as bright --tonight we proved once more that the true strength of our nation comes not from our might of our arms or the scale of our wealth, but from the enduring power of our ideals: democracy, liberty, opportunity, and unyielding hope." Barack Hussein Obama – 4 November 2008

    [1]VS geven verdachten al-Qaeda meer rechten
    [2]Bagram torture and prisoner abuse

    Bron: http://www.indymedia.be/en/node/31877

  • Eva Brems maakt balans op van 60 jaar mensenrechten

    Interview & Artikel: Habib Reffas & Marc-Antoon De Schryver

    10 december 1948: de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties neemt de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aan. Wat blijft er 60 jaar later van die idealen over? Neemt de wereld ze nog au sérieux? En kunnen de mensenrechten de concurrentie van de Oorlog tegen het Terrorisme, Fort Europa en de economische crisis overleven? We vroegen het aan Eva Brems, professor Mensenrechten en Niet-Westers Recht en voorzitster van Amnesty International Vlaanderen.

    ’Mensenrechten zijn universeel maar niet uniform,’ zegt U. Is dat geen contradictie?

    “De meeste mensenrechtenteksten zijn heel algemeen en vaag. Dat moet dus geconcretiseerd worden, wat altijd in concrete contexten gebeurt. Daar onstaat dan sowieso diversiteit. Het voorbeeld dat ik altijd geef is de vrije meningsuiting. Iedereen heeft recht op vrije meningsuiting, maar die vrijheid mag wel beperkt worden in het belang van de rechten van anderen, van de goede zeden, van de veiligheid, enzovoort. In de ene samenleving is men daar gevoeliger aan dan in de andere, en beschouwt men iets als terecht verboden dat in andere samenlevingen onder vrije meningsuiting valt. Eigenlijk is dat een beetje de normale dynamiek van de mensenrechten. Dat komt vooral heel scherp tot uiting in situaties waar mensenrechten met elkaar in conflict komen – wat vaak gebeurt. Bij zoiets als blasfemische cartoons heb je aan de ene kant het recht op respect voor godsdienstige gevoeligheden, en aan de andere kant de vrije meningsuiting. Wat zegt het Internationaal Recht daarover? Dat je de vrije meningsuiting mag laten voorgaan, maar ook het andere recht: beide oplossingen zijn aanvaardbaar.”

    “In zulke afwegingen spelen ook culturele verschillen mee. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zegt bijvoorbeeld dat als het gaat om de bescherming van het recht op gezinsleven, wij alleen het kerngezin erkennen, niet de ‘extended family’, het ruimere gezin. In Afrika wordt dan weer geargumenteerd dat ook de grootouders en de ooms en tantes erbij horen. Het is dus logisch dat wanneer je mensenrechten beschermt in Afrika, je die extended family wél mee gaat beschermen. Dat zijn kleine verschillen, maar soms kunnen het ook grotere verschillen zijn. De grotere gehechtheid aan negatieve vrijheden in de Verenigde Staten bijvoorbeeld, waar racistische meningsuitingen beschermd worden, terwijl dat bij ons in Europa niet het geval is. Daar speelt de geschiedenise een rol in, maar ook culturele voorkeuren.”

    Heeft dat ook impact op hoe Amnesty International werkt? Passen jullie je boodschap aan aan de verschillende landen?

    “Die verschillende contextualiseringen hebben meestal weinig te maken met de echt grove schendingen waar Amnesty op focust. Ik denk bijvoorbeeld aan foltering: bij zoiets is er natuurlijk geen ruimte om cultureel te beginnen contextualiseren.”

    “Maar strategisch speelt het wel soms een rol. Toen Amnesty begon te werken rond holebirechten, botste dat in secties in het Zuiden in het begin op grote bezwaren. Een voorstel om het thema expliciet in de statuten op te nemen is niet doorgegaan. De secties in het Zuiden zeiden: ‘Wij zullen moeite hebben om als Amnesty te groeien als dit in de statuten staat, maar we gaan er wel rond werken.’ Niet-dominante groepen emanciperen vraagt altijd culturele verandering: tegen de mainstream ingaan, aan sensibilisering doen,... Dat is riskant. En we moeten eerlijk zijn: dikwijls pikken Westerse mensenrechtenorganisaties zulke thema’s ook pas op als die culturele verandering in het Westen al gebeurd is. Wij begonnen vijftig jaar geleden ook niet over homorechten, maar pas nu bij ons die culturele verandering gebeurd is.”

    Hoe zit het met de kritiek dat mensenrechten iets Westers zijn en niet thuishoren in bvb. een hindoeïstische context?

    “Die kritiek hoor je in het Zuiden eigenlijk bijna nooit. Radicaal culttuurrelativisme is vooral iets Westers, bedacht door antropologen. De American Anthropoligical Association heeft dat geformuleerd op het moment dat de Universele Verklaring van de Mensenrechten werd geschreven, eind jaren veertig. Met goede bedoelingen natuurlijk, vanuit de bevinding van culturele diversiteit, kwamen ze tot de conclusie: 'éénzelfde norm voor heel de wereld kan niet', en dus verwierpen ze fundamenteel het idee van mensenrechten.”

    “Maar de meeste concrete kritieken vanuit de niet-Westerse wereld gaan niet zo ver. Die gaan eerder over andere prioriteiten, andere interpretaties. Dat zegt veel over hoe dominant het discours geworden is, maar ook over hoe iedereen er blijkbaar het nut en de zin van inziet. Mensenrechten worden ingeroepen door inheemse volkeren, door vakbonden, door vrouwenorganisaties, door allerlei activisten in het Zuiden. Ook de regeringen van niet-Westerse landen hebben voor een stuk ingezien dat het nuttig is om er in te stappen, omdat ze op grond daarvan ook zelf anderen kunnen bekritiseren. Zo zag je onder het vorige beleid in de VS dat er een probleem ontstond van credibiliteit om nog een mensenrechtenagenda in de wereld te gaan verdedigen, omdat ze zelf zulke grove schendingen begaan.”

    Is men de Westerse hypocrisie een beetje beu?

    “Als de afkeer van het Westen die in een deel van de wereld toch leeft zich soms ook op de mensenrechten richt, dan heeft dat inderdaad vooral te maken met de dubbele standaarden die gehanteerd worden in het politieke gebruik van de mensenrechten. Die kritiek is terecht, dat kan je niet betwisten. Daar zijn de mensenrechtenorganisaties het trouwens ook niet mee eens.”

    Amnesty is vooral bekend van briefschrijfacties. Krijgen jullie eigenlijk veel gevangenen vrij?

    “Zo is Amnesty begonnen, met een heel beperkt mandaat: werken rond gewetensgevangenen. Ondertussen is er wel een evolutie geweest naar werken rond àlle mensenrechten, en ook naar een grote verruiming van het aantal actietechnieken. Brieven schrijven blijft tot het palet behoren, maar er wordt ook heel veel lobbywerk gedaan en andere vormen van actie. Maar wat betreft het vrijschrijven van mensen: dat is heel moeilijk in te schatten. Er zijn altijd verschillende factoren die een rol spelen. Maar de techniek blijft behouden, voor een stuk omdat het heel mobiliserend werkt, voor een stuk ook omdat het zijn efficientie toch wel bewezen heeft. Niet alle dagen maar toch heel regelmatig komen mensen waarvoor actie is gevoerd effectief vrij.”

    Spannen jullie ook soms rechtzaken aan?

    “Amnesty doet dat eigenlijk heel weinig. Wanneer het gebeurt is dat niet vanuit de secties maar vanuit het internationaal secretariaat. Echt aanspannen is het niet, maar wel wat ze in het Engels systeem “Amicus curiae” noemen: als er een zaak hangende is, dan kan een derde partij, bijvoorbeeld een ngo, ook een memorie, een tekst, insturen. Dat heeft Amnesty wel al geregeld gedaan, bijvoorbeeld in de Pinochet-zaak in het Verenigd Koninkrijk.

    U zegt ook ergens: ‘een rapport van Amnesty heeft ook meer effect dan een rechtzaak’...

    “Als je kijkt naar het globale plaatje van hoe mensenrechten worden afgedwongen, dan heb je aan de ene kant de officiële mechnismen. In feite bestaan daar maar in beperkte mate rechtbanken: een Internationale mensenrechtenrechtbank zoals je er in Europa één hebt bestaat niet. Daarnaast heb je dan andere strategieën – de 'politieke' strategieën in ruime zin - die zeker even efficiënt zijn. Dat is dan wat ngo’s als Amnesty doen: naming and shaming. Je brengt zaken aan het licht, mobiliseert daarrond, en probeert politieke druk uit te oefenen via de media enzovoort. Als je gaat kijken hoe sommige van die officiële mechanismen werken, zie je dat dat eigenlijk ook via zo’n mechanisme is. Staten vinden het erg om te kijk te worden gezet, zo van ‘kijk, het Europees Hof of een VN-comité heeft een schending gevonden.’ Maar als je als grote organisatie zoals Amnesty International of Human Rights Watch zo’n danig gezag en geloofwaardigheid kan opbouwen dat je rechtstreeks die druk kan uitoefenen, dan heb je die officiële instanties dikwijls niet nodig.”

    Jullie willen nu àlle mensenrechten verdedigen, omdat ze ‘ondeelbaar’ zijn. Daarom hebben jullie nu ook de economische en sociale mensenrechten aan boord getild. Waarom heeft dat eigenlijk zo lang geduurd?

    “Ter verontschuldiging kan ik misschien zeggen dat dat niet alleen geldt voor Amnesty. Het is een wereldwijd fenomeen. Zowel bij ngo’s als bij regeringen zijn een deel van de mensenrechten - de economische, sociale en culturele mensenrechten - jarenlang minder prominent geweest. Historisch heeft dat te maken met het feit dat ze in de Koude Oorlog in twee aparte instrumenten zijn terecht gekomen, waarvan de burgelijke en politieke mensenrechten krachtigere toezichtsmechanismen hebben gekregen. En het is het Westen dat zich in die context het meest op mensenrechten heeft geprofileerd, waarbij dan de eigen stokpaardjes naar voor zijn geschoven. Eigenlijk gewoon de machtsverhoudingen op internationaal vlak. Je hebt zelfs heel lang een discours gehad waarbij de economische en sociale mensenrechten niet als volwaardige mensenrechten werden beschouwd. Ik heb zelf nog les gehad over economoische en sociale mensenrechten van een prof die zei dat het heel betwijfelbaar was of die wel afdwingbaar waren voor rechtbanken, dat het eerder programma-rechten zijn.”

    “In feite is het vanuit het Zuiden dat is aangetoond dat dat niet klopt. Bij het Indisch Grondwettelijk Hof en het Zuid-Afrikaans Grondwettelijk Hof enzovoort kan je net zo goed een zaak voorbrengen over het recht op huisvesting of het recht op gezondheid als over het recht op vrije meningsuiting. Zij tonen aan dat het wél kan, dat het gewoon een kwestie is van niet willen.”

    “En ook op VN-vlak is er heel goed werk geleverd door het Comité dat toezicht houdt op het Verdrag over Economische en Sociale Rechten. Het heeft die rechten veel meer uitgewerkt, gedetailleerd gemaakt, zodanig dat het argument dat ze te vaag zijn om af te dwingen geen steek meer houdt.”

    “Maar we moeten toegeven dat de grote ngo’s hier geen voorstrekkersrol hebben gespeeld, maar eerder gevolgd zijn, omdat ze met hun neus op de feiten werden gedrukt: 'kijk, je ontloopt je verantwoordelijkheid en je bent méé verantwoordelijk voor het feit dat die mensenrechten niet meer au sérieux zijn genomen.' En Amnesty specifiek beweegt ook zo traag omdat we een ledenorganisatie zijn. We zijn een democratische organisatie die op een internationale Algemene Vergadering iedereen moet meekrijgen. Dat gaat echt met kleine stapjes, in fasen. Amnesty Vlaanderen is bijvoorbeeld één van de secties die dwars heeft gelegen. Onze leden waren heel gehecht aan onze traditionele werkterreinen en zagen die verruiming niet zitten. Dat is nu tien jaar geleden.”

    Die bredere visie biedt wel een heel nieuw perspectief op de wereld...

    “Eigenlijk een heel oud perspectief, want zestig jaar geleden zaten de economische en sociale rechten er ook al in...”

    Betekent die selectieve blindheid dat de mensenrechten al die jaren eigenlijk gewoon een instrument zijn geweest van de Westerse machtspolitiek? Het Westen koos enkel wat in haar kraam paste...

    “In machtspolitiek wordt altijd alles gebruikt. Je kan dat trouwens ook doen met de economische en sociale mensenrechten. Het is niet dat die immuun zijn voor machtspolitiek: je kan die net zo goed manipuleren. Wat voor een stuk ook meespeelt is dat in de mensenrechten-verdragen in feite ook staat dat de rijke landen mee verantwoordelijk zijn voor de economische en sociale mensenrechten in de armere delen van de wereld. Daar verwachten we wel nog veel weerstand tegen. Een van de agendapunten van Amnesty is om dat echt afdwingbaar te proberen maken. Dat moet kunnen, maar het is wel tamelijk revolutionair.”

    Mogen we zeggen dat Amnesty nu een andersglobalistische organisatie is geworden?

    “Wij willen vooral de nadruk leggen op de punten die we gemeenschappelijk hebben met tal van andere bewegingen: de anderslglobalistische beweging, de ontwikkelingsorganisaties, de armoede-organisaties,... We zijn bezig een nieuw Internationaal Plan uit te schrijven, waarin heel fel de nadruk wordt gelegd op partnerschappen: elkaar versterken in hetgeen we gemeenschappelijk hebben. Voor een stuk is dat ook het opgeven van het idee dat we 'marktleider' moeten zijn: het idee dat er overal in het Zuiden kleine Amnestietjes moeten komen. Voor een stuk omdat dat niet gelukt is, maar ook omdat we aan bezinning doen: wat zijn eigenlijk onze doelstellingen? Dat de mensenrechten bevorderd worden. Als je dat beter kunt in partnerschap met wat er op het terrein al bestaat aan civil society, waarom zouden het dan allemaal Amnesty-vlagjes moeten zijn?”

    Is die verschuiving ook het gevolg van het feit dat de economisch-sociale mensenrechten voor mensen in het Zuiden minstens even prangend zijn als de politieke mensenrechten?

    “Binnen Amnesty komt dat inderdaad voor een stuk daaruit. Maar ze hangen vooral samen. Je hebt politieke vrijheden nodig om actie te kunnen voeren voor je economische en sociale rechten. In het verleden kreeg je op het terrein zeer artificiële situaties. Als er ergens landloze boeren een stuk land waren gaan bezetten en er werd tegen hun manifestatie door de politie opgetreden, gingen we actie voeren voor hun recht op manifestatie maar niet voor hun onderliggend recht op grond - wat natuurlijk absurd was. Nu wordt de situatie in zijn geheel benaderd. Holistisch is het woord.”

    Amnesty en andere mensenrechtenorganisaties krijgen vaak kritiek...

    “Dat is goed! Het zou erg zijn als je te mainstream wordt...”

    ... bijvoorbeeld over Israël en Irak: het gebruik van “disproportioneel geweld” wordt wel veroordeeld, maar niet de bezetting zelf.

    “Amnesty investeert heel veel in politieke onpartijdigheid en neutraliteit, omdat we er ons fel van bewust zijn dat heel onze geloofwaardigheid en onze slagkracht daarvan afhankelijk zijn. Dat maakt inderdaad - en dat is intern zeker niet onbetwist - dat het recht op zelfbeschikking van volkeren een recht is waar we totaal niet rond werken. Maar de gevolgen van de bezetting worden wel aangekaart... Dat doen we in elk conflict: het heel hard aarzelen om uitspraken te doen over wie er gelijk heeft. Dat is strategisch eigenlijk.”

    Maar de bezettingen van Irak en Palestina zijn toch illegaal?

    “Uiteindelijk is dat niet meer het recht van de mensenrechten, strikt genomen. Is Irak legitiem of illegitiem binnengevallen? Dat is eigenlijk een vraag voor een andere rechtstak: het internationaal recht in verband met gewapende conflicten. Dat is iets anders dan het recht van de mensenrechten, waar wij ons aan houden. Nu kan je zeggen: ‘dat is gemakkelijk’. Maar het is niét gemakkelijk: er is daarrond intern iedere keer geweldige discussie.”

    En is het omdat er intern geen consensus is dat Amnesty geen positie inneemt?

    “Het heeft echt vooral met die onpartijdigheid te maken, met het risico om slagkracht te verliezen als een deel van de wereld ons ziet als partijdig. Wat trouwens sowieso het geval is, want pas op: er bestaat een hele Israëlische lobby tegen Amnesty.”

    Wat betreft de toekomst van de mensenrechten: ze zijn nu 60 jaar oud, maar het is nog steeds niet in kannen en kruiken?

    “Nee, de situatie is eigenlijk niet geweldig. Toch gebeurt er vanalles. Je ziet dat het een heel sterk discours is, en dat de mechanismen altijd maar uitgebouwd worden. Er is vorig jaar een regionaal mechanisme gecreëerd in de Arabische wereld. Ook binnen A.S.E.A.N. wordt gewerkt aan een mechanisme. Mechanismen worden maar bijgecreëerd op allerlei niveaus. Ook de civil society groeit geweldig en is overal ter wereld zeer actief. Het is natuurlijk moeilijk om te meten hoeveel schendingen er niet gebeuren omdat dat allemaal bestaat. Maar wat je moet vaststellen is dat massaal en overal ter wereld alle mensenrechten geschonden worden, en dat het dus heel hard nodig blijft om daarrond te werken. Wij geloven dat het mensenrechtendiscours de juiste invalshoek blijft: het samengaan van emancipatie, empowerment, met het streven naar rechtvaardigheid en gelijkheid. Dat heeft niets aan kracht en relevantie verloren.”

    Maar er zijn wel concurrerende discours. Kunnen de mensenrechten de oorlog tegen terrorisme overleven?

    “Dat heeft inderdaad een enorme impact gehad. Het was altijd makkelijk scoren met het mensenrechtenargument. Toen is er inderdaad het concurrerend veiligheidsdiscours gekomen, dat redelijk ver gaat en heel veel misbruikt is geweest om repressief op te treden op diverse vlakken. Nog steeds trouwens, maar we hebben er toch ook een sterke reactie op gezien, op nationaal zowel als op internationaal vlak, zij het met een aantal jaar vertraging.”
    “Die mechanismen werken dikwijls traag, maar in Amerikaanse en Britse rechtbanken zijn bepaalde maatregelen teruggefloten. Ook op politiek vlak komt er een reactie. Guantanamo zal gesloten worden. Het is dus niet allemaal puur in het defensief.”

    “Ik denk wel dat de mensenrechten het gaan overleven, maar dat neemt niet weg dat ik toch onrustwekkende tendensen blijf zien. Een recent voorbeeld is een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. In de dagen na de aanslagen van 11 september was in een Baskische krant een cartoon verschenen met de woorden: “Tout le monde en a rêvé, le Hamas l’a fait.” Ze dachten toen blijkbaar dat Hamas erachter zat... Het was een persiflage op een populaire reclameslogan. Dat is bestraft geweest onder de Franse wetgeving als steun aan terrorisme - een beperking dus van de vrije meningsuiting. Die zaak is een paar maanden geleden in Straatsburg gekomen en het Europees Hof is de Franse rechtbank gevolgd. Dat vind ik echt verschrikkelijk onrustwekkend.”

    Een ander heikel punt: kunnen de mensenrechten Fort Europa overleven?

    “Ik denk dat het cruciaal is dat Europa, en dan bedoel ik de Europese Unie, beseft waar de wortels liggen van het Europees project na de Tweede Wereldoorlog: “Nooit meer oorlog”. Als je nu ziet hoe de Europese Unie uiteindelijk niemand meer enthousiasmeert, dan is een van de dingen die je moet doen terug naar de wortels gaan van je project, zodat er een veel centralere rol voor de mensenrechten kan komen. En inderdaad: als je gaat kijken wat de grootste schendingen in Europa zijn, dan hebben die te maken met het bewaken van de grenzen, het opsluiten van mensen, enz. Maar ik ben principieel optimistisch in die zaken: ik denk wel dat het kan, al is het alleen al maar omdat het moet. Wat heb je voor Europees project als we alleen maar bezig zijn met de vraag hoe we hier zoveel mogelijk mensen kunnen buiten houden en het ondertussen zo gezellig mogelijk maken voor onszelf?”

    Wat U voorstelt is wel een heel ander Europa dan wat nu bestaat?

    “Kijk, uiteindelijk zijn mensenrechten maar een minimaal discours. Het is niet dat het mensenrechtendiscours zegt dat je niemand mag terugsturen. Maar waar we in Europa nu mee bezig zijn - de mensen anderhalf jaar vasthouden - dat gaat gewoon een heel eind onder de minimumgrens. Dat vraagt niet de revolutie maar matiging. Europa is redelijk succesvol in druk uitoefenen op kandidaat-lidstaten om mensenrechtensituaties te verbeteren. Op Turkije heeft dat vrij veel impact gehad, door ze in de wachtkamer te houden. De Koerden hebben ondertussen toch wat meer rechten gekregen, er is opgetreden tegen foltering, enz. Maar eens je erbij bent is er nauwelijks wederzijdse controle. Als je ziet wat de Italiaanse regering allemaal tegen de Roma heeft kunnen doen zonder dat de EU daar een krachtige reactie op heeft gegeven, dat is echt ongelooflijk en ongehoord. Daar is echt wel werk. Institutioneel is het er eigenlijk allemaal: er is een prachtig Handvest van Grondrechten. Als het Verdrag van Lissabon was goedgekeurd, dan had dat nu rechtskracht gehad.”

    “Mensenrechten omvatten geen recht op migratie. Ze zeggen niet: ‘Je moet je grenzen openstellen’. Maar ze zeggen wel dat er niet mag gediscrimineerd worden, dat gezinnen niet van elkaar gescheiden mogen worden, dat je mensen zomaar niet mag opsluiten, dat procedures eerlijk moeten zijn,... Die dingen, dat wordt gewoon echt totaal niet bewaakt.”

    “Op zich is uniformiseren een goed idee, want er ontstaat ook veel onrecht door een soort omgekeerde concurrentie: als onze regels de soepelste zijn, dan komen ze naar ons en niet naar de buurlanden. Dus uniformiseren is een goed idee, maar in een Europese context lijkt het mij toch evident dat je de minimale mensenrechten respecteert. Plus dat je toch redelijk moet blijven: we zitten in een stukje van de wereld waar je toch wel ietsje meer dan het minimum kan doen, in plaats van altijd maar naar onder te gaan... De grootste aantallen vluchtelingen zitten nog altijd bínnen arme regio’s. Ik denk dat daar echt een grondige herziening nodig is van onze basisstandpunten: van waaruit vertrekken we? Waar zijn we mee bezig?”

    Tot slot: kunnen de mensenrechten de economische crisis overleven?

    “Daarover zijn we zeer ongerust. De armste mensen zullen de grootste slachtoffers zijn - zowel in Westerse landen als in het Zuiden. Als je ziet hoeveel er geïnvesteerd wordt om de banken te redden... Ik heb daar geen bezwaren tegen, maar onlangs las ik in een persbericht dat daarvoor al twee maal zoveel is uitgegeven als nodig is om de Milleniumdoelstellingen te halen. Dan denk je toch wel even: ‘Was dat niet een even ernstige crisis, de honger in de wereld en de moedersterfte enzovoort?’. Onze vrees is dat zowel hier als in het Zuiden de eerste bezuinigingen zullen gebeuren op de kap van de mensen die het het meeste nodig hebben. En dan zit je vooral met de economische en sociale mensenrechten natuurlijk. Ik denk dat het bij de mensenrechtenorganisaties zowel als bij de ontwikkelingsorganisaties nu alle hens aan dek is om te proberen om dat te voorkomen. Maar de precedenten van vorige economische crisissen zijn niet goed: die leidden wel degelijk tot minder uitgaven en minder aandacht voor de meest kwetsbaren.”

    Bron: http://www.indymedia.be/nl/node/31763

  • Het Westen verdraait de economische geschiedenis.

    Artikel & Interview: Marc-Antoon De Schryver

    GENT – Ha-Joon Chang schreef met 'Kicking Away The Ladder' en 'Bad Samaritans' twee kleine bestsellers over kapitalistische ontwikkeling. De ondertitel van het laatste boek vat de boodschap enigszins samen: 'The Myth of Free Trade and The Secret History of Capitalism'. Het Westen is rijk geworden dank zij protectionisme. Begin november was Ha-Joon Chang in Gent voor een gastcollege over globalisering.

    “Er zijn veel mensen die echt in de mythe van de vrijhandel geloven. Ze geloven dat alle rijke landen – van het achttiende eeuwse Engeland tot het twintigste eeuwse Zuid-Korea – zich hebben ontwikkeld door vrijhandel en de vrije markt. Ze promoten dit 'voorbeeld' nu bij de arme landen in de oprechte veronderstelling dat ze hen daarmee helpen. Helaas is dat niet het geval.”

    Maar Georg Friedrich List – de economoon die het concept 'de ladder wegtrappen' bedacht – doorprikte die mythe al in de negentiende eeuw!

    Ha-Joon Chang: “Sommige mensen, welk bewijsmateriaal je ook aanreikt, weigeren hun ideologische geloofspunten te herzien. Het dient de belangen van de machthebbers niet, dus wordt het handig (conveniently) vergeten. Dat is een mix van hypocrisie en amnesie. Op een onderliggend niveau is er ook de systematische neiging om dit soort historisch onderzoek te weren. Mainstream economen zeggen: 'Ach, die Chang is niet eens een echte economoon, want hij gebruikt geen wiskundige modellen. Hij is een historicus, neem hem maar niet serieus.” Er zijn dus allerlei vormen van druk – sommige bewust, andere onbewust – om de echte geschiedenis van onze economische ontwikkeling stil te houden en de mythe van de vrijhandel te propageren.”

    Speelt daarin ook het verlangen van het Westen mee om haar toegang tot de grondstoffen van de Derde Wereld te behouden?

    Ha-Joon Chang: “De rijke landen hebben er natuurlijk belang bij om te voorkomen dat de landen van de Derde Wereld via protectionisme, zoals ze vroeger zelf hebben gedaan, hun eigen verwerkende industrieën ontwikkelen. De rijke landen verwerken die ruwe materialen liever zelf, om zelf de toegevoede waarde op te strijken in de plaats van Chili of Zambia. Maar die natuurlijke grondstoffen zijn maar één deel van het verhaal, want de rijke landen willen ook de markten van het Zuiden voor hun eigen industrie. Ze willen hun auto's verkopen aan de ontwikkelingslanden, liever dan dat die landen hun eigen auto's beginnen produceren.”

    U beschrijft in uw boeken dat de economsiche strategieën van de ontwikkelingslanden in de jaren zestig en zeventig vrij succesvol waren – toch in vergelijking met wat gebeurde nadat ze de liberale orthodoxie aanvaardden. Wat dreef hen tot die aanvaarding?

    Ha-Joon Chang: “Er waren twee redenen. Hoewel dat beleid superieur was aan wat er daarna onder de neoliberale hegemonie gebeurde, waren er wel degelijk problemen mee. Ze schonken onvoldoende aandacht aan export, vooral in Latijns-Amerika. Ze beschermden de interne markt, groeiden vanbinnen, maar ontwikkelden geen exportindustrieën, waardoor ze onvoldoende buitenlandse deviezen verdienden. Dat is wat hen uiteindelijk in de schuldencrisis heeft gedreven. Dit in contrast met Oost-Azië, waar wél veel nadruk werd gelegd op export. Dus ook al had Zuid-Korea na Brazilië, Argentinië en Mexico de vierde grootste buitenlandse schuld van de wereld, toch kon het de crisis overleven, omdat het veel kon exporteren en zo de schulden kon terugbetalen.”

    “Maar ten tweede, zoals ik probeer te illustreren met het historische voorbeeld van de vete tussen Thomas Jefferson en Alexander Hamilton: het is niet zo dat iedereen in een welbepaald land dezelfde economische belangen heeft. Er waren in de ontwikkelingslanden heel wat mensen die voorstander waren van dit nieuwe, neoliberale beleid. Als je een financier bent, waarom zou je dan iets geven om de industrie? Dan heb je liever dat je regering een strak macroeconomisch beleid voert, de intrestvoeten optrekt tot 20 procent, en je een gigantisch financieel dividend bezorgt, eerder dan dat ze probeert de industrie te ontwikkelen, begrotingsdeficieten aanvaardt, en de ontwikkeling van een hoge inflatie tolereert die de waarde van je financiële investeringen wegveegt. Het was een combinatie van beide: de beperkingen van het voorgaande beleid, en de interne krachten die een ander, i.e. neoliberaal, beleid wilden.”

    Waar kwam die enorme buitenlandse schuld vandaan?

    Ha-Joon Chang: “De schuldencrisis was in grote mate het gevolg van de monetaire politiek van de VS onder Ronald Reagan (1980-1988). De toenmalige voorzitter van de US Federal Board, Paul Volcker, verhoogde de intrestvoeten tot 28 procent. Aangezien veel van de buitenlandse schulden van het Zuiden waren aangegeaan tegen variabele intrestvoeten, zagen die landen hun terugbetalingen de hoogte inschieten. Ze konden niet meer volgen. Het is moeilijk te zeggen hoezeer die Amerikaanse beslissing was ingegeven door een verlangen om die landen van de Derde Wereld te vernietigen. Ik betwijfel dat dat de belangrijkste drijfveer was. De belangrijkste drijfveer was om het binnenlandse machtsevenwicht te reorganiseren: het financiewezen vertserken, de industrie onderdrukken, de vakbonden vernietigen. De schuldencrisis van de Derde Wereld was in zekere zin “collateral dammage” van dat proces.”

    Maar de schuldencrisis werd door instellingen als de Wereldbank en het IMF wel aangegrepen om de neoliberale agenda op te leggen?

    Ha-Joon Chang: “O ja natuurlijk. Die zagen hun kans schoon om een – in hun ogen - “juiste” politiek op te leggen, door allerlei voorwaarden te koppelen aan hun leningen. Je mag niet vergeten dat er voor de schuldencrisis geen structurele aanpassingsprogramma's (SAP's) bestonden. Voor de crisis waren de voorwaarden die vastzaten aan de leningen van het IMF en de Wereldbank heel specifiek, gelinkt aan het doel waarvoor het geld werd geleend – bijvoorbeeld om een dam te bouwen. Wat nieuw was aan de zogenaamde SAP's was dat ze voorwaarden oplegden over alles en iedereen: niet alleen over waar de machines vandaan moeten komen om je dam te bouwen, maar ook over begrotingstekorten, handelsliberalisering, de onafhankelijkheid van je centrale bank, zelfs over de invoering van democratische verkiezingen. De Wereldbank en het IMF hebben de schuldencrisis gebruikt om hun territorium uit te breiden, zeg maar.”

    De wereld is aan het veranderen. Sommige landen in het Zuiden industrialiseren toch. Je ziet een multipolaire wereld verrijzen. Is dat het begin van het einde van het huidige systeem?

    Ha-Joon Chang: “De machtsverhoudingen zijn zeker aan het verschuiven, maar wat betekent dat? De Amerikanen kloegen ook al over het feit dat de Britten de ladder wegstampten. Daarna deden ze het zelf. Nu beginnen zelfs de Zuid-Koreanen het te doen. Dat is een vrij deprimerende historische wetmatigheid (regularity).”

    “Het goede aan een multipolaire wereld is wel dat er een competitie is tussen verschillende machtscentra. Heel wat Afrikaanse landen hebben daar de afgelopen vijf jaar hun voordeel mee kunnen doen. Ze konden de buitenlandse hulp van Europa of de VS weigeren, aangezien ze nu ook terecht kunnen bij China en Venezuela. Die leggen niet dezelfde voorwaarden op als de Wereldbank, het IMF, de VS of Europa. Die competitie is dus in het voordeel van de arme landen, al kan een multipolaire wereld ook wel nadelen hebben – onstabiliteit bijvoorbeeld. Maar je kan de toekomst niet voorspellen. Als China binnen twintig of dertig jaar de nieuwe hegemoon zou worden, zal ze het dan beter doen dan de Britten of de VS? Misschien wel, misschien niet.”

    Wat ik heel interessant vond: U schrijft dat Engeland in hetzelfde stadium van economische ontwikkeling als de huidige ontwikkelingslanden helemaal geen democratie was...

    Ha-Joon Chang: “Absoluut.”

    Betekent dat dat we de democratie niet moeten promoten?

    Ha-Joon Chang: “Dat zeg ik niet. Er zijn twee conclusies die je uit die historische waarneneming moet trekken. Ten eerste dat de rijke landen niet het recht hebben om de ontwikkelingslanden de les te lezen, want in vergelijking hebben de ontwikkelingslanden van vandaag veel hogere standaarden op vlak van arbeidsrecht, politieke democratie, enzovoort. Neem bijvoorbeeld mijn eigen land, Zuid-Korea. Ik heb veel kritiek op Zuid-Korea, maar één ding waar ik toch wel fier op ben is dat het kinderarbeid onder de twaalf jaar heeft uitgeroeid op het moment dat het inkomen per hoofd van de bevolking amper 100 dollar bedroeg. Dat heeft geen enkel rijk land in Europa of Noord-Amerika in die fase van haar economische ontwikkeling gedaan.”

    “Maar dat betekent ook dat – hoewel het Westen geen lessen te geven heeft – een land als Tanzania geen vrede moet nemen met wat Zweden had toen het het inkomensniveau had van Tanzania nu.”

    Misschien moet de les voor de 'vrienden van de democratie' vooral zijn dat ze moeten stoppen om de economische ontwikkeling van het Zuiden in de weg te staan?

    Ha-Joon Chang: “Ja, want all things being equal: hoe rijker een land, hoe waarschijnlijker dat het een democratie wordt.”

    U blijft ook pleiten voor 'ontwikkeling'. Dat is iets heel anders dan de Milleniumdoelstellingen, zegt u. Hoezo?

    Ha-Joon Chang: “Laat ik je een heel eenvoudig voorbeeld geven om dat te illustreren. Waarom noemen we een land als Brunei niet ontwikkeld? Impliciet zeggen we daarmee: Brunei is rijk, het heeft veel geld, maar het is niet ontwikkeld omdat het haar geld niet heeft verdiend dank zij haar eigen kennis, eigen organisatievermogen, eigen instituties,... Impliciet zeggen we dat ontwikkelde landen landen zijn die hun hoge levensstandaard hebben bereikt door de accumulatie van superieure kennis, de ontwikkeling van superieure organisaties, enzovoort. Dat is ook zo. Als je Duitsland platbombardeert, wordt het op vijftien jaar tijd terug rijk, omdat ze de kennis, de technologie, de organisaties hebben. Als je alle olie wegzuigt uit Brunei, wordt het land weer arm. Echte ontwikkeling krijg je enkel door je productieve capaciteiten te ontwikkelen.”

    “De Milleniumdoelstellingen gaan vooral over het voorzien van betere gezondheidszorg, betere huisvesting, beter onderwijs, een betere staus voor vrouwen,... Begrijp me niet verkeerd: ik hou van al die doelstellingen. Ze zijn compleet legitiem en lovenswaardig. Maar het is niet hetzelfde als ontwikkeling. Hoe gezond en hoogopgeleid je bevolking ook is, tenzij je adequate productieve structuren hebt, zullen de mensen werkloos zijn. Om het grof te stellen: wat Duitsland écht van de Fillippijnen onderscheidt zijn niet haar dokters en leraars, maar Mercedes Benz, Volkswagen en Siemens.”

    Bron: http://www.indymedia.be/en/node/31039

  • EU bereikt geen staakt-het-vuren

    Europese Unie bereikt geen staakt-het-vuren inzake Israëlisch-Palestijns conflict

    Israël verwerpt, na besprekingen met een top-delegatie van de EU in Jeruzalem, het Europees voorstel voor een staakt-het-vuren in Gaza en belet ook, naast het weigeren van journalisten, de aanstelling van een internationaal waarnemingsorgaan die de mogelijkheid zou verschaffen om schendingen van mensenrechten en oorlogsmisdaden vast te leggen.

    De verwerping kwam er op hetzelfde moment dat Hamas meedeelde dat deze een delegatie naar Egypte zou zenden voor onderhandelingen inzake het staakt-het-vuren. Tzipi Livni, Israëlisch minister van Buitenlandse Zaken benadrukte de positie van Israël en deelde mee dat het Hamas en niet de Palestijnen zijn die het doelwit vormen. Ze stelde dat ze geen reden zag voor observatie en buitenlandse controle. "I don't see how this can help," aldus Livni.

    De EU-delegatie verklaarde dat Israël het internationaal recht moet respecteren. Dat voedsel en medische hulp zo vlug mogelijk ter plaatse moeten geraken. Daarover werden nog geen besluiten genomen die de Palesijnse bevolking kan ondersteunen.

    Israël 28ste EU-lidstaat?
    Ondertussen heeft de Commissie van Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid van het Europees Parlement immers ingestemd met een voorstel van de Europese Commissie en de Raad voor deelname van Israël aan Europese programma’s. Dit maakt van Israël nog geen volwaardig lid maar geeft deze de mogelijkheid om o.a. onrechtmatig taxatievoordelen te verkrijgen in de Europese Gemeenschap, deel te nemen aan alle wetenschappelijke, academische en technische programma’s van de Europese Unie, deel te nemen aan Europol (het samenwerkingsverband van de Europese politiediensten) en dit wetende dat foltering, in tegenstelling tot het Europese Gemeenschapsrecht, volgens Israëls nationale wetgeving niet illegaal is.

    Voor meer info: http://vl.attac.be/article1225.html

    Ondertussen blijft het dodental aan burgerslachtoffers in Gaza stijgen...

    Bron: http://www.indymedia.be/nl/node/31207

  • Europese Unie verspeelt geloofwaardigheid in Gaza

    Hoe de Europese Unie haar geloofwaardigheid verspeelde in het Israëlisch-Palestijnse conflict

    Door Bilal Benyaich

    Bilal Benyaich is politoloog en schrijft een boek over het Europese buitenlandse beleid ten opzichte van het Israëlisch-Palestijnse conflict sinds 1948. Dit stuk verscheen eerder De Morgen, 2/1/2009.

    De Israëlische oorlog tegen de Palestijnen in de Gazastrook heeft weinig reactie, laat staan actie, uitgelokt in Europese beleidskringen. Op een oproep van Sarkozy tot een wapenstilstand van 48 uur na. Nochtans is de EU de grootste handelspartner van Israël en veruit de grootste donor van de Palestijnse Autoriteit. Wat zijn de wortels van onze bijna afwezigheid in het Israëlisch-Palestijnse conflict?

    De Europese Gemeenschap erkent sinds de Verklaring van Venetië van 13 juni 1980 het Palestijnse recht op zelfbeschikking, maar is altijd blijven zitten met een politiek deficit in de regio. Hier zijn drie oorzaken voor. Ten eerste is dit te wijten aan de dominante Amerikaanse rol in de regio. Ten tweede kampt de EU met institutionele onvolmaaktheden waardoor ze op cruciale momenten niet met één stem kan spreken. Ten derde is er een kloof tussen de mogelijkheden die de EU voorhanden heeft en de bedroevende afwezigheid van de wil om deze ook consequent te benutten. Laten we ons beperken tot dat laatste.

    Het sterkste wapen waar de EU over beschikt - wat haar onderscheidt van andere internationale actoren - is haar economische macht. Binnen het Euromediterraan Partnerschap waar Israël en de Palestijnse Autoriteit deel van uitmaken, hanteert de EU in theorie een zogenaamd politiek conditionaliteitsbeleid. Dit houdt in dat op voorwaarde van het respecteren van de mensenrechten, democratie en de rechtsstaat de EU een economische en politieke associatie aangaat, of behoudt, met de oeverstaten van de Middellandse Zee. De associatieakkoorden kunnen bij het schenden van dit mensenrechtenprincipe (artikel 2) of in geval van special urgency (artikel 79) geschorst worden. Deze contractuele relaties vormen met andere woorden een belangrijke wortel en stok - beloning en straf - van de EU in haar betrekkingen met de mediterrane landen.

    Naar aanleiding van de bloedige invallen van Sharon in de bezette Palestijnse gebieden, én de illegale export van producten vervaardigd in de bezette gebieden onder Israëlisch oorsprongscertificaat, riep het Europees Parlement in 2002 de Europese Raad op om het associatieakkoord met Israël op te schorten. Een primeur. Toenmalig voorzitter van de Europese Commissie, Romano Prodi, schaarde zich achter de oproep, maar de Europese Raad van regeringsleiders reageerde in verdeelde slagorde, volgens de eigen nationale belangen en overtuigingen. Israël kwam er zonder kleerscheuren van af, wat feitelijk neerkwam op... een pro-Israëlische bias.

    Deze pro-Israëlische houding werd vervolgens met de komst van het Europees Nabuurschapsbeleid wel erg uitgesproken. Het EU-Israël-actieplan dat in december 2004 in Brussel opgesteld werd, bevatte geen enkele oproep tot het beëindigen van de bezetting en het buitensporige geweld. Israël was erin geslaagd om de economische van de politieke relaties te scheiden. Het actieplan met de Palestijnse Autoriteit daarentegen bevatte een duidelijke opdracht om "the fight against and prevention of terrorism" onverwijld te vervullen.

    Politiek failliet
    Op 21 januari 2006 zou Hamas een klinkende verkiezingsoverwinning behalen. Niet omdat de politieke islam de harten van de Palestijnen had veroverd, maar dankzij het unilateralisme van Israël en het opportunisme en de corruptie van Fatah. De afwijzende Europese reactie op deze electorale overwinning van Hamas zou het politieke deficit in een politiek failliet transformeren. In samenspraak met Israël en de VS schotelden de Europeanen Hamas de drie alombekende voorwaarden voor (erkenning van Israël, respect voor de door de PLO aangegane akkoorden en het afzweren van geweld). Het was te nemen of te laten.

    Alsof de erkenning van (een) Israël niet eerder de uitkomst zou moeten zijn van een vredesproces eerder dan een voorwaarde ervoor. Het land heeft immers geen internationaal erkende grenzen. Bovendien had menig jurist en politoloog gesteld dat Hamas Israël impliciet had erkend door aan Palestijnse verkiezingen deel te nemen. Deze grepen immers plaats binnen de door het Osloproces uitgetekende gebieden en erkenden dus de facto het Israël van voor 1967.

    Ondertussen had Fatah geweigerd om in een eenheidsregering te stappen. Hamas stelde op 29 maart 2006 de nieuwe Palestijnse regering voor: 18 van de 24 regeringsleden waren Hamaspartizanen, 6 waren (onafhankelijke) technocraten, waaronder één christen. "The Palestinian people have opted for this government, so they will have to bear the consequences", aldus een dreigende Ben Bot. Niet veel later zou het Kwartet (VS, EU, VN en Rusland) een totale boycot afkondigen van de Palestijnse gebieden en de democratisch verkozen regering. Benita Ferrero Waldner, Eurocommissaris voor Externe Betrekkingen en het Europees Nabuurschapsbeleid, wond er geen doekjes om: de EU hoopte dat Hamas de schuld zou krijgen voor de dramatische politieke, sociale en economische toestand die resulteerde uit de boycot. Wat niet gebeurde, integendeel.

    De boycot stortte de bezette Palestijnse gebieden in de grootste humanitaire crisis sinds 1948. Er werd dan maar besloten een Tijdelijk Internationaal Mechanisme uit te werken om de humanitaire crisis 'af te lijnen'. De verliezer van de verkiezingen, Mahmoud Abbas, werd our man en werd financieel gesteund. Dit polariseerde de twee politieke families en leidde tot een ware burgeroorlog waar het Kwartet de oorzaak van was.

    Dankzij bemiddeling van de Saoedi's konden de twee politieke families toch boven zichzelf uitstijgen en werd in maart 2007 het Mekka-akkoord ondertekend. De eenheidsregering die in de steigers stond, werd geboycot door het Kwartet. Dit leidde weerom tot intra-Palestijns geweld en tot de politieke opdeling van de Palestijnse gebieden: Gaza onder Hamasadministratie bleef hermetisch afgesloten van de buitenwereld en het Fatahbewind op de Westelijke Jordaanoever werd voluit gesteund door het Westen.

    De normatieve ster van de EU is een vallende, uitdovende ster geworden. Het versterken van het associatieakkoord met Israël op 16 juni 2008, met unanimiteit van stemmen (!), heeft de geloofwaardigheid van de EU sterk aangetast. Hiermee gaf de EU Israël immers carte blanche voor al haar
    koloniale en andere avonturen met het argument dat het opschorten van het associatieakkoord de Israëli's helemaal zou verwijderen uit de invloedssfeer van de EU. Dit is een drogreden, als je weet dat Israël de grootste waarde hecht aan dit associatieakkoord omdat de EU haar grootste handelspartner is (de export van Israël naar de EU bedraagt 32%, de import vanuit de EU bedraagt 40%, 2005).

    Door de wortel inconsequent en de stok nooit te hanteren jegens een geassocieerd land dat excelleert in schendingen van het internationaal en humanitair recht heeft de EU haar geloofwaardigheid verspeeld. Niet het minst in de ogen van de Israëli's, zij kunnen vandaag oorlogsmisdaden begaan in Gaza (en de Westelijke Jordaanoever) en op beide oren slapen.

    Bron: http://www.indymedia.be/en/node/31180

  • Belgische oppositie gemuilkorfd?

    Terwijl sommige kranten uitpakken met het vertrouwen van de Kamer voor regering Van Rompuy I blijkt dat het vertrouwen zoek is voor meer dan een derde van deze Kamer.

    Welles-nietes spel
    CD&V en Open VLD zouden hebben verklaard dat er nu toch geen parlementaire onderzoekscommissie komt die de aanpak van de bankencrisis moet onderzoeken. Alleen een bijzondere commissie met minder bevoegdheden zou er komen. Voor het onderzoek naar de vermoedelijke schending van de scheiding der machten door de regering Leterme komt er een zogenaamde commissie van experts waarbij de parlementsleden de betrokkenen niet zelf kunnen ondervragen. Een verslag zou opgemaakt worden door "bepaalde" experts en voorgelegd kunnen worden aan de parlementsleden.

    Loyaliteit of strategisch opportunisme?
    Men hoeft geen politiek analyst te zijn om in te zien dat het witwassen van o.a. een Leterme en Vandeurzen ondersteund wordt door het “loyaal” gedrag en de daarop volgende open brief van een Vervotte. Al heeft deze meerderheid een klap van de molen ontvangen is de (vooropgestelde) witwasoperatie een georchestreerd feit. Dat Vervotte haar loyaliteit benadrukt maakt op zijn minst deel uit van een logische politieke strategie die nu al zijn vruchten afwerpt.

    D’Hondt van de premier
    Hans D’Hondt, beschouwd als “mastermind” achter het Fortisschandaal zal zich klaarblijkelijk geen zorgen hoeven maken inzake zijn aansprakelijkheid in deze kwestie. Deze gewezen kabinetschef van de afgetreden premier Leterme blijft ook aan de zijde van Herman Van Rompuy en neemt plaats achter de schermen van deze nieuwe regering. En we dachten dat dit soort praktijken alleen maar in de VS konden toegepast worden...

    2011?
    De speech van de nieuwe premier in de Kamer was er een van vertoon en impasses. Tewerkstelling en milieubeleid werden volgens hem niet aangekaart. Nochtans werden deze juist wel aangekaart door de oppositie. Wat daarentegen noch door Van Rompuy, noch door de meerderheid werd behandeld en één zin van de oppositie verdiende, is de rol van België in de EU en vooral in welke mate de ratificering van het Verdrag van Lissabon er een is die de meest fundamentele democratische waarden van ons land met de voeten betreedt. (http://www.indymedia.be/nl/node/30841)

    Van Rompuy sloot zijn betoog af met kwakzalverij van de bovenste plank: “Beoordeel mij niet op intenties, maar op resultaten aan het einde van de rit (nl. 2011). Zoals bij een doofpotoperatie zou men stilzwijgend moeten toekijken tot deze feitelijk onomkeerbaar verklaard wordt en zou men de intentie niet onder de loepe hoeven te nemen. Dat deze onzin op luid applaus van de meerderheid werd getrakteerd zou niemand moeten verbazen.

    De oppositie die tijdens de zitting in de Kamer toch enkele keren raak schoot stond erbij en keek ernaar...

1 2 3 4 5