http://netlog.com/CobblestonedGerdGerdCobblestonedhttp://nl.netlogstatic.com/p/tt/057/928/57928898.jpgBelgiëOost-Vlaanderen Profielpagina van Cobblestoned

Cobblestoned

man - 18 jaar, Gent, België


Blog / Op reis in de spirituele jungle - hfdst.: De Droompil

maandag, 13 juli 2009 om 08:41

De droompil

Tegen de tijd dat hij Changamalo had teruggevonden en met hem samen naar de bus was gegaan, was de dag bijna voorbij. Thuis had hij geen honger, zijn maag deed nogal vreemd. "Waarschijnlijk door die hersenplant" veronderstelde hij. Hij zocht in alle boeken die hij had over exotische en inheemse planten, ook uit hallucinogene planten doorheen de geschiedenis, maar hij vond de plant nergens terug. Hij besloot er ooit eens naar op zoek te gaan, want er school zoveel geheimzinnigs in die vruchten of bloemen, wat het ook waren. In zijn hangmat schreef hij de ervaringen die hij die dag had meegemaakt zo goed mogelijk op. De effecten waren nog niet helemaal verdwenen. Heel even leken de geschreven woorden uit het papier te komen, dus stopte hij even met schrijven, zodat ze terug op het papier konden 'bezinken'. Hij zuchtte van vermoeidheid en sloot zijn ogen en boek. "Zwevende woorden" was het laaste wat hij had neergepend. Hij zakte meteen weg in een diepe slaap, zoals na een intensieve dag je goed de slaap kan vatten.

De nacht was rustig en vreedzaam. Het weer was warm, de hemel was klaar, en het bos was vredig stil. De maan wandelde langs de sterren en zakte ten slotte onder de horizon. Bij de eerste zonnestralen verscheen een fonkelend veld kristallen op de heuvel. De dauwdruppels verdampten en maakten plaats voor het bruisende leven op, onder en boven de grond. De bomen floten een lied, en vogels zweefden op de warme lucht.
Hij was nog in dromenland. Hij droomde van een lange rij mensen. Al die mensen stonden voor hem aan te schuiven en uit een bodemloze mand nam hij appelsienen en gaf die een voor een aan degene die vanvoor stond. De appelsien kregen steeds een andere kleur dan oranje als hij die aanraakte. De mensen leken gehaast en ongeduldig. Elk gezicht had veel weg van het zijne met enkele kleine verschillen. Het was raar, enerzijds waren er veel mensen, maar anderzijds leken ze allemaal op hem. Iedereen kwam aan de beurt en ieder nam de appelsien aan die hij hen gaf. Het leek wel zijn werk te zijn, het doel in zijn leven. Toen hij weer iemand een appelsien aangaf zei die plots: "Ik moet die niet hebben." Hij begreep het niet. Het moest zo zijn, iedereen kreeg er een, maar hij wou hem niet aannemen. Hij bood hem steeds weer die appelsien aan en vroeg ook of hij een andere wou. Maar hij stond daar maar met zijn armen gekruist nee te knikken. De mensen achter hem begonnen te kijken waarom de rij niet vorderde, maar die man bleef staan. Een gemene grimas verscheen op zijn gezicht en hij zei: "Je appelsienen zijn rot." Terwijl hij dat zei veranderde de mand verse appelsienen in een mand stinkende rotte appelsienen. De rij wachtenden was veranderd in een rij boze mensen die hun beschimmelde appelsienen kwamen terugbrengen. Hij smeekte hen te stoppen maar ze gooiden steeds meer rotte appelsienen, hij raakte bedolven en stikte langzaam.

Bezweet schrok hij wakker met die bizarre droom nog vers in zijn geheugen. "Wat was me dat? Ik ben er nog niet goed van." Hij nam wat fruit als ontbijt – vermeed de appelsienen - en met elke hap sijpelde de herinnering aan die droom weg. Hij was alles vergeten, het enig wat nog restte was de overtuiging dat hij een droom had gehad, die hij zich niet meer kon herinneren.
Dat zette hem aan het denken. "Van waar komen dromen? Waarom vergeet ik ze? Wat zijn dromen en wat betekenen ze?" Dit waren allemaal nieuwe vragen waarvan hij de antwoorden wou vinden.

“Vandaag doen we het rustig aan.” Zei hij tegen zijn hond die kwispelde om wat eten. “Pas op waar je loopt!” riep hij tegen Changamalo. Die had een stuk lint rond zijn poot dat vasthing aan een tafelpoot. De flesjes die ervan waren gevallen verdwenen in de rommel op de vloer. Het was daar zo een vuilnisbelt geworden en hij groef in zijn herrinneringen naar de laatste keer dat hij gekuist had. Er zat toen een rat in zijn bus. Die kon hij natuurlijk niet als huisgenoot nemen. Dat beest moest eruit. En het was nog geen dom beest. Elke poging om het te vergiftigen was mislukt. Dus moest hij het wegjagen. Changamalo deed natuurlijk niets. “Ik herinner me het nog goed. Ik had toen zo’n slaaptekort. Dat beest houd je wakker ‘snachts. Het ergste is dat je het niet ziet in het donker en overdag ligt het ergens te slapen. Het enige wat ik kon doen was alles ontruimen. Elke kier, scheur of opening werd uitgeleegd en toegemaakt. Nergens een rat gevonden, dus dat beest liep nog steeds ongestoord rond. Nu liep het zelfs sneller omdat de rommel niet meer in de weg lag. Op een bepaald moment kreeg ik mijn tic. Als een wildeman jaagde ik het knaagdier op. Al roepend en slaand, met wallen tot op mijn lippen, vernielde ik de helft van mijn bus. Alle moeite die ik had gedaan om die hermetisch af te sluiten waren tevergeefs, want met de speer had ik minstens twee keer zoveel gaten bijgemaakt. Ik zat mentaal aan de afgrond. Met de handen in het haar zat ik aan tafel, ik voelde de rat tussen mijn blote benen ritsen. De gedachte om gans dit kot af te branden met mij en de rat erin schoten door mijn hoofd. Ik zat gewoonweg mijn haar uit te trekken van colère, ik stond op het punt om er een punt achter te zetten. Het punt waar ik op stond dan. Ik staarde naar twee plukken van mijn haar op tafel. Woede, verdriet, machteloosheid, vermoeidheid. Al die emoties kwamen naar boven. Uit het niets las ik een zin in een boek dat was open gevallen op tafel. Er stond: “Als je in de afgrond kijkt, dan kijkt de afgrond ook in jou.”
Ik liep naar buiten en smeekte de houten beelden van de heilige cirkel iets aan mijn situatie te doen. Dat was de nacht dat ik ontdekt heb dat de houterige slingerplant die rond mijn bus kronkelde niet zomaar een slingerplant was. Het was een mooie plant eigenlijk wel, zo grote mooie groene bladeren, met rode bloemen op. En de stammen dan: elke stam bestond uit 5 à 6 stammen die rond elkaar draaiden. Ik had nog nooit zo vol ontzag gekeken naar dat natuurwonder. Ik denk dat je alles anders gaat zien als je er eens in hebt gebeten. Wat het ook is, bijt erin en je beeld ervan blijft nooit meer hetzelfde. Dat is als het leven, je moet erin bijten om het beste eruit te halen.
Ik had dus een stuk van die mooie slingerplant opgegeten. Toen gebeurde er iets, wat ik nooit verwachtte dat er zou gebeuren. Ik kwam in vrede met mezelf, met de natuur, met de rat die mijn nachtrust teistert, met mijn leven. Op het moment dat al de duistere gedachten en demonen naar boven kwamen, keek ik ze in de ogen en zei: ‘Jullie zijn hier om mijn innerlijke rust te storen, maar nu ben ik in vrede met jullie. Jullie kunnen me geen kwaad meer doen.’”

De flashback werd onderbroken door een ratelend geluid dat van buiten kwam. Snel liep hij naar buiten en keek naar de lucht. Het was een helicopter. Je moet begrijpen dat hij in zijn leven heel weinig helicopters heeft gezien en dat dit een maffe ervaring was voor hem. Het enige vliegend materieel dat hij zag waren de piepkliene vliegtuigen, hoog in de lucht. “Dit is het eerste echte exemplaar dat ik ooit heb gezien.” Zei hij tot zichzelf. Met zijn handen in zijn zijden keek hij de helicopter na tot die uit het zicht verdwenen was. Niet zo onder de indruk als hij dacht te zijn keerde hij terug naar de bus. Hij knikte een glimlach naar de houterige slingerplant. “Het wordt tijd dat ik mijn demonen nog eens opkuis.” Zei hij als metafoor voor een grote schoonmaak te houden. Hij zocht een grote zak, vond die niet en pakte een grote lege pot in de plaats.
“Ja ja, dat was de nacht dat ik ontdekte dat ik onder een Ayauscaplant slaap.”
“Toen leerde ik ook dat de menselijke geest een ware aard had. Een diepliggende vaste aard die je niet kan ontkennen of veranderen. Maar er is ook een controlesysteem van de hersenen, die houdt je ware aard voortdurend onder controle. Zo kan men als normaal functionerend wezen leven in een maatschappij of gewoonweg leven. Als dit controlesysteem het even laat weten dan komt de ware aard naar boven en leert iedereen je eigen zelf kennen. Slaaptekort kan dit veroorzaken. Slaaptekort kan veel veroorzaken zoals paranoia, aggressiviteit, emotionele uitbarstingen, schizofrenie, depressie, enzovoorts.” Sprak hij uit ervaring. “En het legt dus ook je innerlijke geesttemmer plat, je controlesysteem.”
Ondertussen was de grote pot al wat meer gevuld.

Hij ging verder met kuisen en dacht na over de vragen die waren opgedoken bij zijn heldere droom. Plots kreeg hij het idee om een drankje te maken. Een drankje dat zijn geest wakker zou kunnen maken in een droom, zonder de droom te stopppen. Hij zou dus zijn droom helder kunnen ervaren als in een trip en die zich kunnen herinneren. Hij zou er zelfs in doen wat hij wou.
Hij staakte de opkuis en pakte een machet om een stukje ayuasca af te kappen. Met het stukje stronk in zijn hand veegde hij de rommel van de tafel om plaats te maken. Een kwartiertje later zat hij in volle extase drankjes te brouwen, poedertjes te malen, en stoffen af te gieten. Later op de dag na vele mislukte pogingen kwam hij met iets. Het was een korrelig papje op basis van verscheidene amfetamines en ayausca en andere planten die onder andere dmt bevatten.
Hij dacht vooral dat de kleine hoeveelheid dmt erin het drankje zou laten werken.
“Dmt is een speciaal iets,” dacht hij luidop “Het komt overal in de natuur voor, het zit in meeste planten en meeste dieren maken het aan in hun hersenen. Dmt zorgt ervoor dat we ’s nachts dromen. Dmt is meer dan een stofje in de hersenen. Het is een sleutel naar een andere dimensie. Wanneer we sterven, is het laatste wat de hersenen doen: massaal dmt aanmaken. Geen wonder dat we het licht zien voor we doodgaan. Maar ook als we dromen. Elke nacht maken we dus een trip mee. We weten niet wanneer dromen nu juist beginnen of eindigen, ze gebeuren niet alleen tijdens de rem-slaap, maar ook gewoon in diepe slaap, of zelfs in halfslaap. Het is wel zo dat de hersenen even wakker zijn overdag als tijdens de rem-slaap. Gans het lichaam slaapt dan, behalve de ogen die volgen naar wat je kijkt in je droom. Soms kunnen weten we heel goed wat we gedroomd hebben, vaak weten we helemaal niet of we gedroomd hebben. ’s Morgens bijvoorbeeld wanneer we gedeeltelijk wakker zijn en toch nog verder kunnen dromen, en we ons die dromen ook kunnen herinneren. Dat is wanneer het bewuste deel van de hersenen terug wordt geactiveerd terwijl de onze geest nog in een droom is. Bij bewustzijn komen ook geheugen en herinneringen terug. Dat effect moet ik kunnen krijgen, wakker worden in een droom, en niet alleen ’s morgens. “
Hij hoopte dat de dmt erbij voor een soort droomtrip kon zorgen. Want dmt is als een droom heel levendig beleven. Dat is wakker dromen. Het is ook een zeer natuurlijke stof, aangezien bijna alle dieren dit aanmaken en dus ook kunnen dromen.
“Waarom dromen we?” stelde hij terwijl de korrelige pap in een grote kom deed. Die zette hij te drogen terwijl hij ermee schudde, zodat er korrels ontstonden.
Nu zat hij nog met de vraag hoe hij dat moest nemen en wanneer. Tijdens zijn slaap kon hij het niet doen natuurlijk. Hij moest het dus nemen voor hij ging slapen en het zou na een bepaalde tijd, als hij al diep aan het slapen was, beginnen werken. Het moest dus in een pil. Hij had nog ergens pilcapsuletjes liggen, dus maakte hij twee pillen. Hij duwde de capsules nogmaals in tweede capsule, zodat ze langer heel zouden blijven in zijn maag.

Die avond zou hij het uitproberen. Eerst legde hij alles klaar voor een goede nachtrust, ook zette hij een tegengif klaar voor het geval dat er iets fout zou lopen. Vooraf moest hij zichzelf moe maken en zo lang mogelijk wakker blijven, zodat, als hij ging slapen hij de eerste trein naar dromenland kon nemen.
En zo wachtte hij tot de avond viel en nog veel langer tot zijn ogen dichtvielen van de slaap. Dan slikte hij een dubbelwandig pilletje in en viel als een blok in slaap.
Het werd heel stil in de bus voor een uurtje. Want plots schoot hij wakker.
“Het is nog steeds nacht, waar is de zon? Ik ben klaarwakker en uitgeslapen.”
De pil had hem een enorme energie geleverd en hem wakker gemaakt geestelijk en lichaamlijk, wat niet de bedoeling was.
Nu zat hij springlevend met een ganse nacht voor hem. Hij kon evengoed een reisje maken en als het uitgewerkt was nog eens proberen met een ander middeltje.
Eerst dacht hij iets met papavers te maken, maar daar kwam hij op terug. “Ik kan beter actief blijven, als ik daarna moe word, val ik als een blok in slaap.” Het was eigenlijk heel gevaarlijk om nu een andere reis te ondernemen, met de werkende pil in zijn maag. Het is alsof je in een onderwaterduikboot zit met tonnen water boven je hoofd en je besluit opeens om verder te gaan met de fiets. Dat loopt ook niet goed af. Maar de ‘droom’pil schakelde iets uit in zijn hersenen. Hij voelde geen angst of onzekerheid meer, wat natuurlijk leidde tot roekeloos reizen.
Hij had nu een willekeurig potje uit het ‘nog te testen’ rekje genomen en goot naar believen wat op zijn tong. “Waaw! Dat blandt!” riep hij met zijn tong uit zijn mond. Op zijn knieën sprong hij in het gras en begon ervan te eten met het idee dat dat zijn brandje kon blussen. Maar het gras sneed juist in zijn tong, wat tot nog meer pijn leed. Hij sloeg zijn vuist vreselijk hard tegen de bus, om de pijn in zijn mond te compenseren met een andere. Uiteindelijk stak hij een onrijpe tomaat in zijn mond om het roepen wat te dempen, want hij schreeuwde hij uit. Ondertussen gromde Changamalo gefrustreerd omdat die uit zijn slaap was gehaald.
Toen de pijn overging startte een verwarring. Hij voelde zich nogal euforisch worden, maar op een ongemakkelijke manier. Op een manier dat je niet goed weet wat te doen. Hij wil iets gaan doen, maar weet niet wat en blijft dan maar waar hij is, zich een beetje goed voelend. Hij kon niets meer besluiten, hij kon niet meer kiezen.
“Ik wil wat doen... Maar wat? Wat wou ik ook weer doen?” vroeg hij zich nerveus af. Uit verveling keek hij maar wat rond en vondt een kaars die hij aanstak. “Dat was een goed idee, nu hebben we licht.” Moedigde hij zichzelf aan. “Wat nu?” Nu keek hij opnieuw rond in de hoop een nieuwe hint te krijgen van wat hij zou moeten doen op dit moment. Hij zag een stapel boekjes liggen en begon erin te bladeren zonder ook maar een woord te lezen. Zijn hoofd zat vol met dingen en vragen en onbeslistheden, maar van actie was er geen sprake. Veel wind, weinig regen. Toen hij tot de conclusie kwam dat hij niet aan het lezen was, stopte hij met bladeren en probeerde een artikel te lezen dat op pagina 19 in een wetenschappelijk tijdschrift stond.

Belgische artsen brengen hersenactiviteit tijdens 'out-of-body experience' in beeld

Een team van Belgische artsen, onder wie medewerkers van K.U.Leuven/UZ Leuvenis er voor het eerst in geslaagd om bij een patiënt de plaats in de hersenen in beeld te brengen die verantwoordelijk is voor de zeldzame ‘out-of-body experience ’. Het onderzoek is deze week verschenen in het medisch vaktijdschrift The New England Journal of Medicine (NEJM).
De vaststelling gebeurde veeleer toevallig bij een 63-jarige man die in het UZ Antwerpen in behandeling is voor oorsuizen. Om de luidheid van zijn oorsuizen te verminderen, plantten Antwerpse artsen een hersenimplantaat in dat kleine elektrische schokjes geeft aan dat deel van de hersenen dat overactief is bij oorsuizen.
Na inplanting stelden de artsen herhaaldelijk vast dat een bepaalde combinatie van stimulatieparameters een out-of-body-ervaring bij de man opwekte. De episodes varieerden van 15 tot 21 seconden.
Tijdens de out-of-body-ervaring rapporteerde de man dat hij het gevoel had dat hij zich tot een halve meter buiten zijn lichaam bevond, steeds aan dezelfde zijde, links achteraan. Zijn perceptie van de buitenwereld bleef al die tijd onveranderd en de episodes gingen niet gepaard met autoscopie. Dat is de indruk dat men zijn eigen lichaam vanuit een ander standpunt waarneemt.
Daarop werden bij de man in het UZ Leuven 12 hersendoorbloeding PET-scans uitgevoerd, waarbij zijn hersenen in willekeurige volgorde werden gestimuleerd met het hersenimplantaat, in effectieve of verschillende placebo-instellingen. De scans toonden specifiek tijdens de out-of-body-ervaringen een buitengewone activiteit aan in twee belangrijke hersenzones in de rechter temporoparietale overgang.
De vaststellingen van het Belgische team zijn van belang om te begrijpen wat er in onze hersenen gebeurt tijdens out-of-body-ervaringen. Tevens helpen de vaststellingen om verder inzicht te verwerven in de wijze waarop onze hersenen in staat zijn om onze zelfperceptie te creëren.
Wetenschappers gaan ervan uit dat een out-of-body-ervaring of buitenlichamelijke gewaarwording ontstaat wanneer onze hersenen er niet langer in slagen om onze zelfwaarneming, tastzin, gezichtsvermogen en evenwichtszin met elkaar te integreren. Onder meer sommige patiënten met epilepsie of migraine melden een out-of-body-ervaring.
De Ridder D., Van Laere K., Dupont P., Menovsky T., Van de Heyning P.: Visualizing Out-of-Body Experience in the Brain. The New England Journal of Medicine 2007;357(18):1829-33.


Normaal zou hij hier allerlei inspiratie en nieuwe ideeën uit krijgen. Misschien manieren om zelf zo’n ervaring mee te maken, of een nieuw drankje dat hij zou gaan bereiden. Hij zou er minst een oordeel over hebben. Hij zou het tijdschrift teruggooien als het hem niet aanstond of apprecieren als hij het waardevol vond. Maar het deed hem niets. Het was alsof alles dwars door hem ging, dat het hem niets deed en het hem ook allemaal niet kon schelen. Het erge was dat hij zich daar van bewust was en hij het probeerde tegen te gaan. Hij probeerde het hem te doen schelen. Hij zocht naar woorden om te zeggen wat hij van ervan vond, maar wist zelf niet wat hij moest denken. Voelde het goed, voelde het slecht?
Hij voelde niets meer. Alle informatiekanalen waren gesloten, niets kon erin, ook omgekeerd kon er niets uit. "Jezelf niet kunnen uitdrukken is het ergste dat er is." Dacht hij, maar die vaststelling raakte niet tot buiten. De gedachte bleef ergens in zijn hoofd rondzweven, samen met de andere die nooit het daglicht zouden zien. Zijn hoofd vulde zich voller en voller. "Hoeveel zou iemand kunnen denken voor hij gek wordt?" "Wanneer ben je gek?" "Wat is het verschil eigenlijk?" Hij sloeg zijn handen tegen zijn gezicht en kneep er in. "Hoe bevrij ik mezelf?" "Waar is de uitgang?" Hij trok aan zijn gezicht in de hoop dat het eraf zou vallen. Hij riep luid, maar er kwam geen geluid uit zijn mond. De schreeuw weergalmde nog steeds luid in de binnenkant van zijn hoofd, luider en luider. Hij voelde de druk van zijn overvolle hoofd naar buiten duwen, hij kneep zijn ogen toe, stopte zijn vingers in zijn oren en klemde zijn tanden op elkaar. Een luid onverstaanbaar geroezemoes suisde door zijn schedel. Hij voelde zijn hoofd barsten. Met zijn handen duwde hij tegen zijn slapen in een poging zijn schedel bij elkaar te houden. Kleine breukjes liepen van zijn slapen naar zijn gezicht. Als een barstende steen scheurde zijn hoofd langs alle kanten. Wanhopig hield hij de brokken bij elkaar, maar het mocht niet baten. De eerste scherven vielen op de grond, gevolgd door de rest van zijn gezicht. Hij zakte op zijn knieën, en huilde om zijn neus en kin die in duizend stukjes op de verspreid grond lagen. Changamalo kwam binnen en begon te snuffelen tussen al die brokken en stof. "Stop Changamalo!" riep hij en hij sloeg zijn hond woedend weg van zijn gebroken gelaat. Doordat hij zijn handen van zijn hoofd losliet, viel de rest van zijn hoofd kapot op de grond.
Met een bezweet lichaam schrok hij wakker in zijn hangmat, zijn handen schoten naar boven. Zijn hoofd was er nog.
Hij was mentaal gebroken en barstte in tranen uit. Na een goede genezende huilbui herstelde hij zich. Het was nog steeds donker. Hij besloot buiten te wachten op de zonsopgang. Hij voerde het ritueel van de heilige cirkel uit en zette zich op zijn gemak neer in het midden. "Het is verwonderlijk hoe een huilbui kan opluchten." zei hij, "Sommige emoties mogen dan nutteloos of zelfs hinderlijk lijken, ze hebben hun nut wel. Verdriet is mentale genezing na een psychische tegenslag, angst zorgt voor oplettendheid en voorzichtigheid in een mogelijke gevaarlijke situatie, blijdschap is gezond voor gans het lichaam en geest, maar wat met emoties van wanhoop, haat en wraak. Dat zijn toch slechte emoties? Die emoties breken de geest af. Het is vreemd hoe deze kwade emoties ook tot positieve gevoelens kunnen lijden. Een wraak kan zoet zijn, haat kan aanzetten tot groepsgevoel en samenhorigheid van gelijkgezinden. Terwijl angst soms een gezonde en instinctieve reactie is leidt het vaak tot kwade dingen zoals haat, achterdocht, vooroordelen en ook wraak." Changamalo kwam juist uit de bus trippelen. Hij gaf hem een stevige omhelzing en verontschuligde zich voor de klap die hij zijn hond had gegeven. Of was dat een droom geweest?
De hemel was nog steeds zo donker als voordien. "Die duisternis heeft iets moois, iets vredig. Duisternis is de stilte van het licht. Voor lange tijd genoot hij van die stilte terwijl de sterrenhemel langzaam draaide om de aarde. In feite is het omgekeerd, de aarde draait, niet de sterrenhemel. Vroeger dacht men dat de aarde het middelpunt van alles was. Het heelal bestond uit de vier oerelementen. Van binnen naar buiten komen aarde, water, lucht en aan de rand van het heelal is vuur. Volgens de oude Grieken was de wereld omringd door het heilige vuur. Maar is het voor-Copernicaanse idee van het aarde als middelpunt dan zo verkeerd? Later kwam men tot de conclusie dat de zon het werkelijke middelpunt was. Maar dat was ook niet juist want de zon is een van de vele mijarden sterren die ronddraaien in een platte schijf van sterren dat we de melkweg noemen. Van hieruit gezien verwijderd elke ster en elk sterrenstelsel zich van ons vandaan. En hoe verder ze staan hoe sneller ze bewegen. Zitten we dan toch in het midden? Nee, maar waar is het midden? Het is als een ballon met stippen die wordt opgeblazen. Vanuit elke stip verwijderen de andere stippen zich, dus elke stip kan als het middelpunt worden beschouwd. Het heelal is een sfeer waarvan het centrum overal is, maar tegelijk ook nergens specifiek. Kunnen daarom zeggen dat er geen midden is? Als je het niet kan lokaliseren, betekent dat het dan niet bestaat? Het bestaat waarschijnlijk wel, maar we kunnen het nooit vinden, het is namelijk overal. Iedereen heeft trouwens een ander midden van het heelal. Als we in een open vlakte rondom ons kijken, zien we een ronde zichtbare sfeer rond ons, waarvan de grenzen een cirkel vormen. En in het midden staat de waarnemer. Omdat we nooit op dezelfde moment op dezelfde plaats kunnen zijn, heeft iedereen een eigen uniek heelal. Als we alle heelallen van iedereen samennemen, dan is de aarde toch het midden. Hadden die voor-Copernicanen dan gelijk? De aarde het midden van alles? Eigenlijk wel, het is maar een kwestie van denkwijze. Aangezien we allemaal op de aarde leven, zullen we ook altijd vanop de aarde de ruimte in kijken. Dus voor de mensheid is de aarde het midden."
"Maar nu is het flagrante dat we niet eens vanuit ons eigen midden kijken. We kijken met ons rechter- en linkeroog, en geen van de twee is het midden. Ons midden ligt in het midden van ons voorhoofd ongeveer 3cm dieper in het hoofd. Op de plaats waar de emoties en gevoelens vrijkomen. Het is toch vreemd hoe we dan kijken met beide ogen, zonder dat een ervan vanuit het midden kijkt. Gelukkig kunnen onze hersenen zich wel redden met wat we kunnen zien ook al is dat niet ons midden."
De zonsopgang bleef uit. En hij begon een beetje achterdochtig te worden, maar wist dat de zon elke dag opkomt en ondergaat. Maar kon hij er dan vanuit gaan dat dat nu ook zou gebeuren? Het is niet omdat iets tot nu toe elke keer gebeurde dat nu niet anders zou kunnen zijn. Maar als je al niet zeker van dat kan zijn, van wat dan wel? "Maar er zit wel iets in die redenering." vond hij, "Het is niet omdat je na honderd keer een steen los te laten, dat die ook de honderd-en-eerste keer op de grond zou vallen. Daar kun je toch niet vanuit gaan. Het is als de kip en de boer. Elke morgen komt de boer uit zijn huis en stapt naar de kippenren. De kip weet dan dat die dan eten krijgt, omdat dat tot nu toe altijd zo geweest is. Op een dag komt de boer naar buiten, stapt naar de kippenren en hakt de kip de kop af.
De natuurwetten bestaan dus niet, want waarom zou het van de een op de andere moment niet anders kunnen zijn?


Je rating: 0
geen rating
RSS feed

Reacties

Er werden nog geen reacties in het Nederlands gepost...

Schrijf een reactie:

Je moet aangemeld zijn om een reactie te kunnen schrijven.